nieuws

‘Civil engineers are one big family’

bouwbreed

De realisatie van de ‘river crossing’ over de Athi/Galana River die de vier studenten Civiele techniek aan de TU-Delft in opdracht van de Westerveld Conservation Trustin Kenia hebben ontworpen, waarover reeds in Cobouw is gepubliceerd, moet uiteindelijk leiden tot de ontsluiting van een gebied van ruim 8000 km2. De aanpassing maakt het mogelijk om ook in dit gebied, ten noorden van de rivier, te patrouilleren. Hieronder een persoonlijk verslag.

De opdracht voor de eerste weken van ons verblijf in Kenia was het verzamelen van informatie over gebruikte materialen, materieel, arbeid en het prijsniveau. Via onze Nederlandse contacten kregen we al snel toegang tot de Keniaanse bouwwereld. De ingenieurs en werknemers hier zijn altijd uiterst behulpzaam. Je moet echter met iedereen eerst persoonlijk kennismaken en alleen tijdens een bezoek kan je de gewenste informatie vergaren.

Waar wij vanuit de TU vooral met het modelleren en analyseren bezig zijn, werken de meeste mensen hier vanuit handboeken vol praktische vuistregels.

De eerste week in Nairobi legden we vooral contacten met lokale ingenieursbureaus en de verantwoordelijke instantie voor de National Parks, de Kenian Wildlife Service. Het bleek heel verbroederend te zijn om half in het Engels en Swahili over dezelfde civiele begrippen te kunnen converseren.

We werden dan ook meermalen geconfronteerd met de lijfspreuk ‘Civil engineers are one big family’. Vanuit ons verblijf in Nairobi, waar we gestationeerd werden, hebben we een aantal weken veldwerk gedaan in het park en de omgeving. Na het bekijken van mogelijke locaties voor een crossing, hebben we een Irish Bridge op de locatie Lugard’s Falls ontworpen.

Eigen eten

Het bouwen van de crossing zal in de praktijk vanuit de kleine plaats Voi gecoördineerd worden. Hier bezochten we meermalen de plaatselijke afdeling van het Ministry of Roads en Public Works. We waren vooral geïnteresseerd in gangbare materialen en het lokale prijsniveau.

De verschillen in vergelijking met de Nederlandse bouwwereld, normaliter uitgerust met geavanceerde middelen, dure arbeid en zorgvuldige arbeidsinspectie waren verbazingwekkend. Een ongeschoolde arbeider die in Kenia in situ beton kan vervaardigen krijgt hier, inclusief alle belastingen en gereedschap 145 Ksh, omgerekend 4,60 gulden per dag. Voor dit bedrag neemt hij dan ook nog zijn eigen eten mee. Voor het vervoer van en naar de bouwplaats wordt een zandwagen gebruikt, waarin ongeveer 80 arbeiders zich staand kunnen verplaatsen.

Met een slordige 300 gulden kan hier een kubieke meter beton met een maximaal mogelijke sterkte van B25 worden vervaardigd. Het asfalt voor de weinige verharde wegen wordt net achter het kantoortje van de afdeling met de hand vervaardigd. Op een zandig veldje verhitten de arbeiders tonnen teer op een houtvuurtje om ze vervolgens op een omgevouwen golfplaat met het toeslagmateriaal te mengen.

De oude olievaten zijn ook ingezet om mallen te lassen die als bekisting voor het maken van betonnen pijpen werden gebruikt.

Deze zogenaamde ‘culverts’ worden voor de waterafvoer onder de wegen gebruikt.

Keniaanse praktijk

De kwaliteit van dit alles is vrij onzeker. Deze omstandigheden onthouden de mensen er niet van er het beste van te maken.

Lokale arbeid is makkelijk te verkrijgen en met de weinige middelen wordt op erg praktische manier een poging gedaan om de boel te onderhouden.

Nadat we onze probabilistische methoden hebben losgelaten op de weinige data over de rivier afvoer zijn we nu bezig om de Keniaanse praktijk in ons ontwerp te verwerken. Gelukkig blijven al onze contacten enthousiast en zijn ze een naast een goede informatiebron een hele praktische hulp voor ons. Bovendien hebben we de kans om zo op persoonlijke wijze met deze fantastische mensen kennis te maken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels