nieuws

Bouwstoffenbesluit komt recycling tegemoet

bouwbreed

Het Bouwstoffenbesluit discrimineert niet tussen primair en secundair materiaal, zoals het ook geen onderscheid maakt tussen grondstof en afvalstof. De positie van gerecycled materiaal is onder het Bouwstoffenbesluit dan ook verbeterd, meent prof.dr.ir. Ch.F. Hendriks van de TUDelft. Wel zijn er nog steeds knelpunten.

Hendriks noemt als voorbeeld de tijd die gemoeid is met het vaststellen of het materiaal aan de wet voldoet. Proeven nemen doorgaans weken in beslag. Certificatie komt daaraan enigszins tegemoet, maar het kan beter. Het zoeken is nu naar methoden die binnen enkele dagen uitsluitsel geven. Laboratoria kunnen daar dan op in spelen met investeringen en het schaarse personeel zo doelmatig mogelijk inzetten.

Verbeteringen

De knelpunten in het Bouwstoffenbesluit kunnen door verbeteringen van de wet, van de certificatie en van de normen verdwijnen. Mobiele recycling is daar zeker bij gebaat. Deze sector vergrootte in Hendriks visie in ruim drie jaar tijd het marktaandeel en verbeterde de kwaliteit.

Maar toch zijn er knelpunten, bijvoorbeeld in de ontwerp Algemene Maatregel van Bestuur voor mobiel puinbreken. Die houden verband met de geluidseisen en met het verbod materialen aan te voeren. Het laatste is soms nodig om materiaal dat vrijkomt bij de sloopwerken te laten voldoen aan de normen voor wegfunderingen.

Als deze knelpunten zijn opgelost kan het aangetoonde kwaliteitsvoordeel van mobiel geproduceerde granulaten zo goed mogelijk worden benut. De apparatuur die de leveranciers tegenwoordig op de markt brengen vormt een goede basis om hoogwaardige producten te maken. De wetgever moet daar op inspelen, vindt Hendriks. Het is in dit verband een grote stimulans dat de Branchevereniging Mobiele Recycling dit jaar de Bouwrecyclingprijs heeft gekregen voor haar kwaliteitsbeleid.

Kennis

De kennis over secundaire materialen neemt steeds verder toe. De TU-Delft biedt de mogelijkheid zich in duurzaamheid in de bouw te verdiepen en daarvoor een speciale aantekening op het diploma te verkrijgen. Delft werkt daarbij ook samen met andere universiteiten, zoals Wageningen. Samen wordt bestudeerd wat de effecten van bouwen zijn op landschap, natuur en water.

Beleid en bestuur kunnen volgens Hendriks goed uit de voeten met de resultaten, ook al moet men zich realiseren dat niet alles op een A4-tje kan. De TU-Delft werkt momenteel aan allerlei modellen, zoals in het programma ‘duurzaam beslissen’ dat later dit jaar op cd-rom uitkomt. Dit model geeft uitsluitsel over milieurendement, gezondheidsaspecten, relatie met andere onderdelen van het programma van eisen en de kosten.

In dit model zit bijvoorbeeld een nieuwe opzet van de Ladder van Lansink, een model om de ecokosten te berekenen, een model om de hoogwaardigheid van de toepassing te bepalen en het zogenoemde “Design voor Recycling”, dat architecten aangeeft hoe een gebouw te ontwerpen dat over twee generaties gemakkelijk uit elkaar te halen is.

Certificatie

Als het om de hoeveelheid herverwerkt bouw- en sloopafval gaat, zijn de doelstelling naar Hendriks mening gehaald. De gang van zaken in de mobiele recycling toont volgens hem ook aan dat de kwaliteit geen probleem hoeft te zijn. Wel moeten de brekers een afdoende innamebeleid voeren. Dit is van belang voor het vermijden van asbest, maar is ook van het grootste belang voor het voldoen aan het Bouwstoffenbesluit en de technische voorschriften. Veel bedrijven zijn inmiddels gecertificeerd.

Als de overheid deze bedrijven voldoende ruimte geeft, krijgt ze veel extra gegevens over de materialen die in hun gebied worden verwerkt.

De handhaving laat volgens Hendriks nog ruimte voor verbetering. Handhavers moeten voldoende kennis van zaken kunnen verwerven en als goede gesprekspartners optreden. Ze moeten geen eigen regels maken en de bestaande regels volledig handhaven. Daarbij vergen taken een betere scheiding.

Vooral gemeenten treden zowel op als handhaver en als opdrachtgever. Het kan wel, maar als je daar luchthartig over denkt, krijg je al snel het verwijt dat de gemeente zich in eigen zaken zich wat soepeler opstelt, zegt Hendriks.

Handhaving vergt overigens meer dan regels. Die moeten uitvoerbaar zijn, waarbij de opstellers een open oog houden voor wat wel en niet kan. Het resultaat telt. De bedrijfstak heeft goede perspectieven, maar dan moet de overheid wel de juiste voorwaarden scheppen

‘Overheid moet juiste voorwaarden scheppen’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels