nieuws

Tijs Blom bouwt ook voor uil en valk

bouwbreed

Bouwheer Tijs Blom kent het klappen van de zweep. Toen zijn vader in 1970 overleed, zette zoon Tijs het bouwbedrijf voort. Alleen anders. Want van al die nieuwbouw op de eveneens door vader verworven bouwterreintjes in het Gooi, moest Tijs niet veel hebben.

“Dat was me te klinisch, te veel massaproductie. Bij dat soort werk verworden vakbekwame bouwers tot monteurs. Dat bedoel ik in de zin van ontaarding. De boel in elkaar schroeven, daar houdt de maatschappij geen vaklieden aan over. Dat stuitte me geweldig tegen de borst.”

Emotieloze bouw is niks voor de natuurmens Blom. Voor verjaagde vogelsoorten zet hij zich al dertig jaar in. Hij bouwt in praktisch al zijn rustieke panden nestgelegenheid voor bijvoorbeeld uilen, torenvalken en zwaluwen. Het vogelbestand in de regio is daarmee in de afgelopen tien jaar verdrievoudigd. Blom bewoont zelf temidden van weilanden een aardig optrekje, van oude materialen nieuw gebouwd.

Zeker driehonderd karakteristieke gebouwen, waaronder een groot aantal boerderijen, redde hij van de slopershamer. Monumentale panden herkregen na langdurige verkommering hun oude luister. De mooiste houdt hij in eigen beheer. Blom is vooral een redder in vaak uiterste nood. “Het gevoel dat je zoiets nog net kunt sparen, dat is zo heerlijk om mee verder te werken. Een huldeblijk aan het voorgeslacht, je hebt een belangrijk stuk geschiedenis voor de toekomst weten te redden.”

Hij doet ook wel in nieuwbouw, zoals straks op Texel, waar tien horecabedrijven met een disco en hotel komen. Blom exploiteert na voltooiing het geheel grotendeels zelf. En ook nieuw wordt zijn volgende bedrijfspand, dat met een lengte van 250 meter langs de A1 in Eemnes komt te staan. Alle Tijs Blom Zaken (TBZ), nu nog verspreid, zullen op die plek binnenkort dezelfde voordeur delen.

Kastelen

Z’n verteltrant is droog; af en toe krullen z’n mondhoeken vanonder de snor in een quasi boosaardige grijns omhoog. De koersverandering na zijn vaders dood legde Blom geen windeieren. Hij is in elk geval heer en meester over vier kastelen, drie bestaande in België en het in aanbouw zijnde Kasteel Almere.

TBZ heeft een kleine honderd man personeel in dienst. Daarnaast werken zo’n zeventig vaste onderaannemers voor het bedrijf. De omzet bedraagt 100 miljoen gulden; de winst ligt tussen de vier en de vijf procent. Blom: “Op dit moment werken we aan 32 projecten. De verhouding oud/nieuw is 75 om 25 procent. De hoofdmoot van TBZ bestaat uit projectontwikkeling en de aan- en verkoop van onroerend goed. De renovatiebouw bestrijkt slechts een deel van het werk.”

Toch lijkt de naam Tijs Blom vooral daarmee onlosmakelijk verbonden. In eigen land en over de grenzen geniet hij op vooral dat terrein faam en aanzien. De Belgische Monumentendienst stelt hem tot voorbeeld hoe het in de renovatiebouw moet. Aannemers worden van hogerhand gestuurd om zijn vakkundige aanpak met eigen ogen te aanschouwen.

Architecten, zegt Blom, zouden richting opdrachtgevers wat meer druk moeten uitoefenen om authentieke aspecten doorgevoerd te krijgen. “En projectontwikkelaars zouden iets minder naar het cijfer onder de streep moeten kijken. Het behoud van een dorp of stad is zo ontzettend belangrijk. De nostalgie vasthouden geeft sjeu aan dit werk. Ik kan mij goed voorstellen dat gemeentebesturen maar zelden staan te trappelen om met projectontwikkelaars in zee te gaan. Een bestemmingswijziging moet je als projectontwikkelaar alleen willen als ook de gemeente erop vooruit gaat. Dat is het halve werk.”

Kunstenaars

In België vertoeft hij graag. Chateau Jemeppe in Hargimont stond model voor de replica in Almere. Blom struint daar, als de tijd het toelaat, dag en nacht door de Ardennen: “Een geweldige beleving, niet normaal. Na twee uur rijden zit je in een geheel andere wereld. Niet alleen de natuur, ook staaltjes van ambachtelijk kunnen vind je daar nog volop. Kunstenaars zijn het. Alleen is het moeilijk afspraken met ze te maken. Omdat ze die gewoonweg niet nakomen.”

Blom haalt zijn materialen uit alle werelddelen. De natuurleien komen uit Zuid-Spanje. “Het eerste leitje heb ik daar in die groeve zelf gehakt. Om te proeven hoe het materiaal voelt, hoe het gebeurt.”

Deze zomer gaat hij naar Brazilië en naar China. “De materialen schelen in die verre buitenlanden misschien niet helemaal de helft in prijs, maar je komt een eind in de buurt.”

Kasteel Almere wordt in de tweede helft van 2003 opgeleverd. Aanvankelijk had dat een half jaar eerder zullen zijn, maar het vloeroppervlak is met 12.000 vierkante meter uitgebreid en bedraagt daarmee straks 40.000 vierkante meter. Aan het gerenoveerde Jemeppe wordt zo’n beetje de laatste hand gelegd.

In Bloms kastelen geen aankleding van de Gooise ontwerper Jan des Bouvrie, maar de smaak van zijn echtgenote, die samen met een vriendin de wereld op interieurnieuws verkent. Niks standaard spul, alles op maat gemaakt, gordijnen worden speciaal geweven.

Uilenkasten

De hoofdtoren van Kasteel Almere krijgt ook weer uilenkasten. Nu met ingebouwde mini-camera’s. Twee verdiepingen lager kan de schooljeugd via een groot scherm het geregistreerde gedrag van de beestjes gadeslaan. In de toegangsbrug zijn inmiddels voorzieningen voor vleermuizen aangebracht. Het kasteelhotel, waarvoor een kleine honderd vergunningen nodig zijn, heeft te zijner tijd zo’n 320 personeelsleden nodig. Blom: “Die vind ik zeker. Ik krijg nu al diverse aanvragen binnen.”

Unieke locatie

Hij gelooft “voor duizend procent” in het welslagen van het kasteelhotel. Geen moment nog heeft hij daarover in de rats gezeten. Na een nieuw sigaartje: “Waar anders in Nederland vind je een zo unieke locatie, met ruim driehonderd hotelkamers, achtduizend vierkante meter congres- en vergaderruimte, trouwzalen. We krijgen een bootverbinding met de stad, een eigen taxibedrijf, je kunt er een halve dag in de kasteeltuin wandelen. En dat allemaal praktisch in het midden van het land.”

Schipper’Projectontwikkelaar moet eens wat minder naar cijfer onder de streep kijken’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels