nieuws

Kleine windmolen voor plat dak kan ook bij storm doordraaien

bouwbreed

Een windmolen die niet meer ruimte nodig heeft dan het platte dak van een bedrijfsgebouw of appartementencomplex en zelfs bij storm kan blijven draaien. Het bedrijf Prowin in Elst denkt met zijn type windturbine een gat in de markt te hebben gevonden. “Onze molens hoeven eigenlijk nooit te worden stilgezet”, aldus commercieel directeur F. Collaris.

Het nieuwe bedrijf produceert kleinere windmolens met een lengte variërend van zes tot twaalf meter. De hele constructie is gemaakt van duurzame materialen: een stalen mast en drie wieken van Robinia-hout. Collaris: “De molen is als het ware recyclebaar. Zelfs de verf die we hebben gebruikt is op waterbasis.”

De turbines hebben een maximaal vermogen van 1 of 2 kilowatt. Een groter type, met een maximum van 4 kilowatt, is nog in ontwikkeling. De jaarlijkse opbrengst bij de eerste twee modellen ligt tussen de 3000 en 5000 kilowattuur.

De turbines van Prowin zijn uitgerust met een zogenaamd ‘vanensysteem’. Dit systeem is zowel een windrichter als een beveiliging. De vaan houdt de rotor van de molen altijd in de goede stand ten opzichte van de windrichting. Tijdens een storm wordt de turbine gedeeltelijk uit de wind gedraaid. “Daarom kan de molen bij harde wind in werking blijven”, zegt de directeur. Van overbelasting is in dat geval geen sprake, zegt Collaris. Het vanensysteem zorgt ervoor dat het afgegeven vermogen constant blijft en voorkomt dat de generator oververhit raakt.

Wat in tegenstelling tot de traditionele turbines ontbreekt aan de molens van Prowin is de tandwielenkast. Dat de windmolens van dit bedrijf hiermee niet zijn uitgerust is een bewuste keuze: de verschillende onderdelen van de kast zijn vaak snel aan vervanging toe en met grote regelmaat moet de olie worden ververst. Collaris: “De tandwielenkast zorgt er weliswaar voor dat meer omwentelingen plaatsvinden en dus meer energie wordt opgewekt, maar omdat onze molens vrijwel altijd in werking zijn, wordt dit toch ruimschoots gecompenseerd.”

Omdat de molens op vier poten staan en de basis zo een groter oppervlak inneemt, is het mogelijk de turbines op platte daken neer te zetten zonder dat de druk te groot wordt. “Het fundament bestaat uit op elkaar gestapelde betontegels. Onder de tegels komt een rubberen mat, zodat geen trillingen voorkomen”, legt Collaris uit. Afhankelijk van de hoogte van het gebouw kan de molen zowel in zijn geheel als in onderdelen naar boven worden gehesen. In Nederland zet de windmolenfabrikant de turbines zelf in elkaar; buitenlandse afnemers krijgen de constructies als een doe-het-zelfpakket aangeleverd.

Collaris is van mening dat zijn turbines goed passen in het strikte vergunningenbeleid van provincies en gemeenten. Zo mogen windmolens slechts een bepaalde hoogte hebben, geen hinderlijke schittering veroorzaken en niet zorgen voor geluidsoverlast. Omdat het bedrijf vrij lage molens produceert zijn ze niet gezichtsbepalend en is er geen overlast door de slagschaduw. Daarnaast stelt Collaris dat de turbines geluidsarm zijn en om die reden gemakkelijk binnen de bebouwing geplaatst kunnen worden.

Als het aan de directeur van het bedrijf uit Elst ligt, heeft de windenergie de toekomst. Collaris: “Als je de opbrengst van een enkele windmolen wil evenaren, dan moet je vijfenveertig zonnepanelen installeren. Dat ben je meer dan dertigduizend gulden kwijt. Onze windmolen kost veertienduizend gulden.”

Volgens H. Hutting van KEMA wordt het vanensysteem al enige jaren toegepast en voortdurend geperfectioneerd. Uit de praktijk is gebleken dat het systeem goed werkt en inderdaad goedkoper is dan zonnepanelen.

‘Zelfs de verf die we hebben gebruikt is op waterbasis’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels