nieuws

Huisvestingsmaatschappijen in België onder de loep

bouwbreed

De Vlaamse minister van binnenlandse zaken en huisvesting, Van Grembergen, is niet tevreden over de manier waarop de 118 Vlaamse sociale-huisvestingsmaatschappijen functioneren. Daarom worden alle 118 maatschappijen door een extern bureau doorgelicht. De resultaten worden in 2003 bekend.

Intussen zal de overheid criteria opstellen waaraan de huisvestingsmaatschappijen in de toekomst moeten voldoen. Daarbij gaat het erom of ze dynamisch genoeg optreden, hun doelgroep wel bereiken en of hun toewijzingsbeleid voor woningen wel voldoet aan de behoeften bij de bevolking. Als huisvestingsmaatschapijen niet aan deze criteria kunnen voldoen, moeten ze fuseren met een maatschappij die wel goed opereert. Zoniet, dan verliezen ze hun erkenning.

Volgens Van Grembergen is het niet langer voldoende dat de huisvestingsmaatschappijen zich beperken tot het instandhouden van hun huizenbezit en het innen van huurgelden. Vooral bij de kleinere maatschappijen is dat het geval. Van Grembergen vindt dat de huisvestingsmaatschappijen actiever moeten optreden. Ze moeten hun woningenbestand vernieuwen en uitbreiden, zo meent de minister.

Van Grembergen is zich bewust van het feit dat de vernieuwing in deze sector niet van een leien dakje zal lopen, omdat heel wat huisvestingsmaatschappijen lokaal een sterke positie innemen. Plaatselijke politieke potentaten, die geen pottenkijkers van buiten dulden, trekken er meestal aan de touwtjes en bepalen zonder inspraak van wie ook wat er moet gebeuren, wie huizen krijgen toegewezen en wie niet.

Klachten

Het doorlichten van de 118 huisvesteringsmaatschappijen is het gevolg van klachten over onregelmatigheden bij een aantal van deze maatschappijen. In de praktijk controleren de huisvestingsmaatschappijen zichzelf, waardoor elk onderzoek naar malversaties ongeloofwaardig overkomt.

Van Grembergen is bereid de huisvestingsmaatschappijen een grotere autonomie te geven, maar ze zullen in ruil daarvoor scherper door de overheid, die hen subsidieert, worden gecontroleerd. De minister wil het woord fraude tegenover de sociale-huisvestingsmaatschappijen niet in de mond nemen. Wel wijst hij erop dat men zich van acht procent van de toewijzingen van sociale woningen in Vlaanderen kan afvragen of ze wel op een correcte manier zijn gebeurd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels