nieuws

Heijmans houdt alles liever in eigen hand

bouwbreed

Gaat HBG in op het bod van Heijmans om de bouwactiviteiten van het Rijswijkse concern over te nemen? Of werpt het een beschermingswal op, door samen met Ballast Nedam te gaan baggeren? Wellicht komt er vandaag meer duidelijkheid tijdens de bijzondere aandeelhoudersvergadering van HBG. Hoe dan ook, het zijn spannende dagen voor Heijmans. Want Heijmans wil naar de Europese top, met of zonder HBG. Het Rosmalense bouwbolwerk wil doorgroeien, zoals het in zijn 78-jarige geschiedenis altijd heeft gedaan. Een terugblik.

Het kan niet worden ontkend: de huidige topman Joop Janssen heeft in relatief korte tijd een groot stempel gedrukt op de geschiedenis van Heijmans. Sinds de komst van de Hilversumse accountant, eind jaren tachtig, beleefde het Rosmalense bouwbedrijf een beursgang, nam het zo’n vijftig, voornamelijk kleinere, bedrijven over en verwierf het met de inlijving van Koninklijke IBC definitief een plaats in de top van Nederlandse bouwers.

Maar de ambities van de huidige directie reiken verder. Heijmans moet ook in Europa een speler van betekenis worden, vindt Janssen. En nu is het moment om voldoende omvang te creëren, waardoor kooplustige buitenlanders buiten de deur gehouden kunnen worden. Het is eten of gegeten worden. En Heijmans heeft honger. Honger naar Europese status, met of zonder HBG.

De ‘echte’ geschiedenis van het bouwconcern begint evenwel bij Jan Heijmans, die in 1923 ziet dat in zijn omgeving diverse stratenmakers- en transportbedrijfjes worden opgericht. Hij besluit, op twintigjarige leeftijd, hetzelfde te doen. Aan de Graafsebaan in Rosmalen begint hij een stratenmakersbedrijfje. Een andere professie lijkt er op de schrale zandgronden van Noord-Brabant niet in te zitten. Al snel krijgt hij zijn eerste opdracht: voor 325 gulden bestraat hij het station van Den Bosch. Als de nieuwbakken ondernemer aan het einde van het jaar de balans opmaakt, blijkt hij 30.000 gulden te hebben omgezet.

In de jaren daarna groeit Heijmans gestaag verder. De eerste werknemers worden aangenomen. Behalve met bestrating houdt Heijmans zich inmiddels ook bezig met de aanleg van kleine rioleringen en de bouw van bruggen en stuwen.

Asfalt

Halverwege de jaren dertig neemt Heijmans een beslissing die het bedrijf geen windeieren zal leggen: het bedrijf koopt een asfaltinstallatie. Asfalt wordt dan al mondjesmaat gebruikt om wegen te verharden. Dat een kleine stratenmaker overstapt op asfalt, is in die tijd echter zeer ongebruikelijk. “Het gaf aan dat Jan Heijmans een vooruitziende blik had”, zegt F. van Lith, al 17 jaar verklonken met het Rosmalense bouwbedrijf. “Heijmans zag als één van de eersten in dat asfalt een gouden toekomst zou hebben. Dat hij dat goed zag, mag duidelijk zijn. Heijmans en Volker Wessels Stevin zijn momenteel de grootste asfalteerders van Nederland.”

Als in 1940 de oorlog uitbreekt, heeft Heijmans 29 mensen in dienst. De omzet bedraagt 700.000 gulden. In de oorlogsjaren daalt de omzet drastisch naar 160.000 gulden, mede omdat Heijmans niet voor de Duitsers wenst te werken. Helemaal stil ligt het bedrijf overigens niet. Volgens het boekwerk ‘Den Heijman – de historie van Heijmans’, zoekt het bedrijf in die tijd naar werken om het materieel niet aan de Duitsers kwijt te raken. Bovendien probeert het zoveel mogelijk mensen aan het werk te zetten om te voorkomen dat ze in Duitsland te werk worden gesteld.

Baggerklus

Zo komt het voor dat Heijmans zelfs een baggerklus – het uitdiepen van de rivier de Aa – aanneemt, een activiteit die nooit verder is uitgebouwd.

“Baggeren is een heel andere business”, zegt Van Lith met gevoel voor actualiteit. Bekend is dat Heijmans HBG’s bouwactiviteiten wil overnemen, maar alleen als Boskalis de baggerpoot van het Rijswijkse concern koopt. “Want”, zo verwoordde Joop Janssen Heijmans’ desinteresse in baggeren onlangs, “van baggeren heb ik geen verstand. De enige overeenkomst tussen baggeren en bouwen is dat ze beide met een b beginnen.”

Na vier magere jaren breekt voor Heijmans na de oorlog een periode aan van forse groei. Veel wegen, gebouwen en huizen zijn beschadigd of vernield en moeten hersteld dan wel opnieuw gebouwd worden. Heijmans krijgt ook de opdracht om de vliegvelden Volkel, Nistelrode, Gilze-Rijen, Deelen en Valkenburg aan te leggen. De omzet stijgt snel boven het miljoen en zal daar ook nooit meer onder zakken.

Afgrond

“Halverwege de jaren vijftig gunt de NATO ons de bouw van twee vliegvelden in Turkije”, weet Van Lith. “Die klus bracht Heijmans bijna aan de rand van de afgrond. Een groot deel van het materieel en personeel was naar Turkije gebracht. Daardoor ging het in Nederland, waar ook nog veel te doen was, mis. Bovendien lieten betalingen uit Turkije op zich wachten. In de jaren tachtig, jaren na de oplevering van het werk, moesten er nog afrekeningen plaatsvinden. De les die we toen geleerd hebben is, dat we ons niet zomaar in een buitenlands avontuur moeten storten en dat we onze thuismarkt nooit mogen vergeten.”

In jaren daarna gebeurt dat dan ook niet. De Nederlandse markt krijgt prioriteit. Naast wegenbouw gaat Heijmans zich ook steeds meer toeleggen op de woning- en utiliteitsbouw. De omzet stijgt fors: van 18 miljoen gulden in 1960 naar 83 miljoen in 1969.

Ondertussen wordt ook gewerkt aan een structuurwijziging. Van Lith: “Het bedrijf kreeg een meer decentrale opzet. Om dichter bij de opdrachtgever te zitten, werden in het land kantoortjes gesticht. Aan die structuur is heel sterk vastgehouden, eigenlijk tot op de dag van vandaag. We hebben nu dan ook een redelijk beperkt hoofdkantoor, zonder verdiepingen. Wat je bij ons dus niet ziet is, dat het bestuur zich op de bovenste etage verstopt. Om alle leden bij elkaar te roepen, is een gil de door de gang genoeg. Er zijn plannen voor een nieuw hoofdkantoor met tien etages. Het zou mij echter niet verbazen als ons bestuur nu eens niet op de bovenste verdieping gaat zitten.”

In 1965 overlijdt oprichter Jan Heijmans. Twee jaar eerder hebben zijn zonen Lambert en Theo het roer al overgenomen. Het motto is en blijft: groeien zonder al te grote risico’s te nemen. Dat blijkt een succesvolle strategie: de omzet stijgt naar ruim 300 miljoen gulden in 1979.

Beursgang

Tien jaar later heeft het bouwbedrijf zijn omzet zelfs verdubbeld. Op dat moment is Joop Janssen al bestuursvoorzitter van Heijmans. De nieuwe topman is ambitieus; hij wil het bouwbedrijf naar de vaderlandse top dirigeren. De beursgang in 1993 geeft Heijmans toegang tot de kapitaalmarkt. En daar maakt de bouwer goed gebruik van: in ruim tien jaar tijd worden tussen de veertig en vijftig kleinere bedrijven overgenomen. De koopwoede leidt tot een recordomzet in 2000 van 3,4 miljard gulden. Een record dat dit jaar overigens weer zal worden gebroken, mede door de acquisitie van IBC.

Maar daarmee is het nog niet af, wat Janssen betreft. Ook Europees moet Heijmans zijn mannetje staan. “Het probleem is dat je niet weet wanneer die Europese markt open gaat”, zegt Van Lith. “Voordat je het weet, is het gebeurd en ben je in handen van een Frans of een Zweeds bedrijf.” Zoals het in 78 jaar altijd heeft gedaan, houdt Heijmans alles liever in eigen hand.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels