nieuws

‘Risicomanagement eerste prioriteit’

bouwbreed

Het heeft Ballast Nedam de afgelopen jaren niet meegezeten. Achterstallige betalingen van Saoedi-Arabië, ruzie over meerwerk rond het Lehrter Bahnhof in Berlijn, de hopper Amsterdam tijden aan de ketting in Indonesië. Bestuursvoorzitter René Kottman hoopt het in de toekomst niet meer mee te maken, want “risicomanagement is prioriteit nummer één”.

Bouwers kennen nogal wat risico’s. Afgezien van technische risico’s zijn er juridische, financiële, geologische en politieke risico’s. Ballast Nedam kan ervan meepraten. “Al die risico’s worden beoordeeld in ons risicomanagementsysteem. Bovendien worden we selectiever in ons aanneembeleid”, zegt Kottman.

Wat politieke risico’s betreft gaat het wat hem betreft niet alleen om het buitenland, maar ook Nederland. “Kijk maar eens wat er gebeurd is met een project als de Grote Markt in Groningen. Hetzelfde geldt voor de besluitvorming over projecten als de Magneetzweefbaan, de A4-Midden-Delfland en de Tweede Maasvlakte”, aldus de Ballast-topman.

De toekomst ziet hij dan ook met vertrouwen tegemoet. Dat heeft overigens ook alles te maken met de huidige orderportefeuille. “De omvang en de kwaliteit ervan geven een tevreden gevoel.”

Als het in Nederland ook nog eens wat wordt met publiek-private samenwerking, dan is Kottman helemaal in zijn nopjes. “Het zou goed zijn als men eens in Engeland ging kijken naar de zogenoemde Private Finance Initiative’s (PFI). Niet voor de systematiek, want die is genoegzaam bekend. Maar om te zien hoe daar bestuurlijk mee om wordt gegaan.”

Samenwerking

In Nederland lukt het op lokaal niveau wel, maar op Rijksniveau zijn er nog immer geen successtories. “Bij pps gaat het om de S van samenwerking. Dat vereist dat alle partijen, niet alleen de overheid, maar ook de marktpartijen, zich kunnen inleven in de andere partijen.”

In het Verenigd Koninkrijk doet Ballast het lekker met PFI. Niet voor niets is daar een Facility Managementbedrijf overgenomen. “In Wales hebben we inmiddels ook weer een scholenproject binnengehaald van 50 miljoen pond. En er zitten er nog vier in de pijplijn. Inmiddels weten we heel goed hoe het werkt, ook het in de procesfase omgaan met de overheid.”

De Engelse ervaringen hebben hem ook geleerd dat andere contractvormen mogelijk zijn. Die zijn in zijn visie nodig omdat de huidige aanbestedingspraktijk leidt tot torenhoge aanbestedingskosten waarvan praktisch niets terugkomt. “In Engeland werken sommige overheden met een raamcontract met twee bedrijven. Alles wat er wordt gebouwd, wordt aan één van die twee bedrijven gegund. Dat drukt de aanbestedingskosten, terwijl er wel sprake is van concurrentie. Bovendien is er sprake van een min of meer vaste relatie, waardoor de opdrachtgever de sterke en zwakke kanten van de bedrijven leert kennen en daarmee rekening houden met de gunning van projecten. In de UK is men verder met dit soort contractvormen dan in Nederland. Waarom zouden we echter geen gebruik maken van de kennis die daar zit? Er zijn mensen die denken dat het in strijd is met de Brusselse aanbestedingsregels. De Engelse voorbeelden tonen aan dat dit niet zo is. We zijn dan ook met de overheid in gesprek om een experiment op te zetten op dit gebied.”

Het is slechts één manier om betere marges te halen, een streven dat Kottman ook hoog in het vaandel heeft staan. Dat geldt dan niet alleen voor Engeland, waar de marges als gevolg van de hevige concurrentie laag zijn en er net als in Duitsland bijna geen project eindigt zonder juridische strijd, maar ook in Nederland.

Rendement

“Met name in de kantorenbouw in groot Londen is er sprake van een moordende concurrentie met het systeem van open tendering en hard bidding. Onze policy is uit die markt te verdwijnen en toe te gaan naar projecten met een hogere toegevoegde waarde zoals PFI-projecten. Daarnaast willen we meer één-op-één opdrachten. En kritischer kijken naar wat je aanneemt. Je rendement kun je alleen al opkrikken door bloopers te vermijden.”

Etalage

Kottman krijgt een vermoeide blik in de ogen wanneer de vraag wordt gesteld of Ballast Nedam Baggeren nog in de etalage staat. “Ik heb eens gezegd dat we schaalvergroting wensen in de bagger. Dat kan door strategische allianties, door samenwerking, door acquisities of door afstoting van onze baggerpoot. Geen enkele optie is uitgesloten. In een aantal kranten is dat vertaald als zou Baggeren in de etalage staan. Dat is dus niet zo. We zijn ons nog steeds aan het oriënteren, maar laten ons niet in de kaart kijken. Baggeren draait een mooi rendement en in ieder geval de komende vijf jaar is er meer dan voldoende te doen. We voelen ons dus niet opgejaagd of gehaast. We hebben alle tijd. Wat ik wel wil zeggen is dat onze voorkeur uitgaat naar het bij baggeren betrokken blijven.”

Als voorzitter van de Raad van Bestuur staat Kottman uiteraard in de schijnwerpers. “De voorzitter is nu eenmaal het boegbeeld, maar hij moet zelf niet denken dat hij de belangrijkste is. Wat er tot nu toe bereikt is, is samen met Geert Wirken (mede-bestuurder en financiële man) en vele anderen gedaan. Het is geen one-manshow.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels