nieuws

Onenigheid over grondbeleid van Rotterdam

bouwbreed

Het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam (OBR) en de Rotterdamse Rekenkamer zijn het hartgrondig oneens over de mate waarin het OBR openbare verantwoording moet afleggen over het grondbeleid.

Dat blijkt uit een rapport van de Rekenkamer en de daarin opgenomen reactie op de bevindingen door het OBR. De Rekenkamer uit forse kritiek op het OBR. De gemeentelijke dienst raamt de opbrengsten van projecten structureel veel te laag in, aldus de Rekenkamer. Bij een reële raming van acht onderzochte projecten zou de verwachte winst 110 miljoen gulden hoger uitvallen.

Door dit soort verschillen is voor de gemeenteraad nauwelijks in te schatten of de grondexploitaties wel efficiënt verlopen. De verantwoording zou transparanter moeten om de raad beter in staat te stellen strategische keuzes te maken, zo schrijft de Rekenkamer.

Het OBR maakt uit de opmerkingen op “dat de Rekenkamer te weinig begrip heeft voor het verschijnsel grondexploitatie” en dat veel te veel vanuit een puur theoretisch kader wordt geredeneerd. Zo wordt er in het rapport geen rekening mee gehouden dat de prijsontwikkelingen in de huizensector nu eenmaal explosief zijn geweest en dat dat voor een deel te lage ramingen verklaart. Verder zijn de verkeerde vergelijkingsmomenten genomen, namelijk in het stadium dat nog slechts van ruwe ramingen sprake was.

Het OBR verzet zich ertegen dat de dienst zich “meer als regulier deel van de gemeentelijke overheid” zou moeten gedragen. Meer transparantie kan helemaal niet, omdat het OBR “op het snijvlak van markt en overheid opereert”, schrijft de dienst verder. Om de financiële belangen van de gemeente te beschermen moeten veel zaken nu eenmaal in vertrouwelijkheid aan commissies en het college worden gerapporteerd.

De Rekenkamer stelt verbaasd te zijn over de tegenwerpingen van het OBR.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels