nieuws

Grondheffing verheven tot grootste goed

bouwbreed

Een grondheffing is in politiek Den Haag tot het grootste goed verheven. De helft van de Tweede Kamer ziet in een heffing per vierkante meter een goed middel om bouwen in het groen te ontmoedigen. Door zo te focussen is tijdens het debat over grondpolitiek nauwelijks een woord gezegd over andere maatregelen.

Daarbij hebben de Kamerleden alle kansen laten lopen om op belangrijke onderwerpen in het grondbeleid moties in te dienen. Het resultaat was een acht uur durend gekissebis over een heffing. Onderling zijn de Kamerleden het absoluut niet eens over het nut en de hoogte van een heffing. Bovendien is onenigheid over wie betaalt en op welke plekken een heffing moet gaan gelden.

PvdA denkt aan 25 gulden, GroenLinks aan 400 gulden per vierkante meter. De Kamerleden denken bij een heffing vooral aan woningbouw. Maar pareert minister Pronk van Ruimtelijke Ordening terecht: “Huizenlocaties botsen maar zelden met de ruimtelijke ordening. Locaties voor bedrijventerreinen des te meer.” Genoeg stof om veel langs elkaar heen te praten en uiteindelijk met twee verschillende moties over een heffing te komen.

Verrassend genoeg zette minister Pronk de deur op een kier voor een heffing. Hij ziet wel wat in een extra belasting op grond in de zogenoemde balansgebieden tussen de rode en groen contouren uit de Vijfde nota ruimtelijke ordening. De opbrengst wil hij gebruiken voor bijzondere ruimteclaims op het gebied van veiligheid, zoals de uitplaatsing van vuurwerkfabrieken en de aanleg van waterbergingen.

Hij heeft toegezegd dit najaar met een onderzoek te komen naar de consequenties van zo’n heffing. Het is duidelijk dat het Kabinet niet staat te springen bij het idee. De Nota grondbeleid is een politiek compromis geeft Pronk ruiterlijk toe. Zowel staatssecretaris Bos van Financiën als Remkes van Volkshuisvesting zien heel veel beren op de weg bij een heffing.

Remkes waarschuwt dat nieuwe sociale woningen nu al een onrendabele top hebben van 100.000 tot 125.000 gulden. Een heffing op nieuwbouwgrond zou de kosten nog verder opdrijven. Staatssecretaris Bos vindt dat een heffing niet strookt met de fiscale logica in dit land. “De hoogte is afhankelijk van het doel dat je wil bereiken. Wil je waardestijgingen afromen, is het een bron van inkomsten of moet het een regulerend karakter hebben”, doceert Bos. Hij weigerde echter een politieke voorkeur te geven en wees snel naar Pronk.

Al met al is de kans klein dat een heffing ooit uitgroeit tot een effectief middel. Dat maakt het des te verontrustender dat tijdens het debat over alle andere maatregelen in de nota nauwelijks met een woord is gerept. De taak van het parlement om een nota in z’n geheel te beoordelen en eventueel hier en daar aan te scherpen is verzuimd. Die kans is verkeken door zich geheel te concentreren op de heffing.

Grondpolitiek is een van de ingewikkeldste onderwerpen in de politiek. Het ligt niet alleen politiek zeer gevoelig, maar is ook nog eens technisch zeer complex. Het huidige systeem van grondquota, planschade en al dan niet bovenplanse verevening is bijna niet te doorgronden. Het lijkt wel of de meeste Kamerleden zich daar dan ook niet aan hebben gewaagd.

Remkes heeft met geen woord hoeven toelichten wat de nieuwe politiek betekent voor de dagelijkse gang van zaken. De nieuwe werkwijze is zeer ingrijpend voor de onderhandelingen tussen gemeenten en ontwikkelaars. Zij zijn dan ook niet gelukkig met de plannen, maar staan straks voor een voldongen feit.

Het zelfde geldt voor een doorzichtiger werkwijze van gemeentelijke grondbedrijven. De Kamerleden roepen alleen dat transparentie niet ten koste mag gaan van de concurrentiepositie van gemeenten. Uiteindelijk blijft in het midden hoe dat dan gaat werken.

Grondpolitiek zou ook een cruciale rol kunnen spelen bij de aanpak van de binnensteden. Het nieuwe beleid geeft daar nauwelijks extra aanknopingspunten voor. De kans voor de Kamerleden om daar een motie over in te dienen, hebben ze laten lopen.

De partijen op de werkvloer snakken naar duidelijkheid over een brede exploitatievergunning. Ze zijn op dit moment alleen maar tegen, maar weten nog niet eens precies waartegen. De lobby van Neprom en VNG heeft er toe geleid dat het CDA een motie indiende voor een smalle exploitatievergunning. Indiener Van Wijmen was echter te afgeleid door het heffingendebat om te reageren op het negatieve advies daarover van Remkes.

Ook het toenemend aantal claims van planschade en studie naar baatbelasting – een variant van een heffing – zijn niet ter sprake geweest. Het is de bedoeling de planschade te verhalen bij de exploitatievergunning en indirect op de koper af te wentelen. Ook dat heeft enorme consequenties voor de grondprijs in bebouwd gebied waar veel planschadeclaims zijn te verwachten.

De Kamer steunt staatssecretaris Remkes in zijn voornemen eenderde van alle gronden uit te geven in vrije kavels, maar hoe wenselijk zijn vrije kavels in de binnenstad van Amsterdam. En vrije kavels klinken aantrekkelijk, maar kosten veel extra ruimte. Grond die binnen de rode contouren gevonden moet worden. Bij de ruimteclaims is echter helemaal geen rekening gehouden met 18 miljoen inwoners die allemaal een vrije kavel als ideaal hebben. Misschien kan dan alsnog de heffing uitkomst brengen zoals minister Pronk die voor ogen heeft. Wie een kavel in het groen wil kopen, zou dat tegen meerprijs in een balansgebied kunnen doen.

Het debat over grondpolitiek ging vooral over heffingen en niet over koude en lauwe grond. Bron: Vijfde nota ruimtelijke ordening

Toenemend aantal planschadeclaims en studie baatbelasting niet aan bod in Kamerdebat

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels