nieuws

Diensten maken Britse bouwers sexy

bouwbreed

Engelse bouwers die zich hebben omgeturnd tot dienstenleveranciers, hebben hun beurswaarde fors zien stijgen. In Nederland is dit effect bij die aannemers die hetzelfde proberen, nog niet zichtbaar.

De Engelse beursgenoteerde bouwers zitten met hetzelfde probleem als hun Nederlandse collega’s. Het aandeel wordt niet sexy gevonden, waardoor de koers-winstverhouding laag is. Zelfs een bouwer als Alfred McAlpine, die zijn marge dit jaar weet te verhogen van 4,4 procent naar 6,4 procent, heeft daar last van.

Hoe anders is het echter met bouwers die besloten hebben hun core-business te herdefiniëren en zich te profileren als dienstenleverancier. Grote bedrijven als Jarvis, Interserve en Amey hebben het gedaan en zijn daarvoor door beleggers beloond. Een huizenbouwer als Taylor Woodrow, die een marge van slechts 1,6 procent draait, doet hetzelfde en ziet de beurswaarde omhoog gaan.

De grootste winst behaalde echter Laing, die zijn slecht draaiende bouwpoot onlangs afstootte aan O’Rourke. In de afgelopen twaalf maanden zag dit bedrijf zijn beurskoers verdrievoudigen. Nu was dat overigens niet zo moeilijk, omdat Laings koers voor de aankondiging de bouwpoot te willen verkopen, bedroevend laag was.

Winst

Andere bouwers zijn nu druk doende de voorbeelden te volgen. Zo heeft de topman van Amec, Peter Mason, al aangegeven sterk te overwegen in het voetspoor van Laing te treden. En dit ondanks het feit dat de bouwpoot van Amec zo’n 60 procent van de winst van het concern binnenbrengt.

Ook Alfred McAlpine is inmiddels van plan de switch naar dienstenleverancier te maken. Als voorschotje daarop heeft het bedrijf wegenbouwer Kennedy uit Manchester overgenomen. Hoewel analisten ervan overtuigd zijn dat Kennedy niets meer is dan een aannemer, zijn ze toch blij dat McAlpine aangeeft richting dienstverlening te willen gaan. Een cynicus wijst er daarbij wel fijntjes op dat Kennedy een bedrijf is dat gaten in wegen graaft. “Het bedrijf mag dan een service-element in zich hebben, het blijft gaten in de weg graven.”

In Nederland is er nog weinig zichtbaar van stijgende beurswaarden voor bouwers die meer doen dan stenen stapelen. Het meest extreme voorbeeld, min of meer vergelijkbaar met Laing, is Amstelland. Topman Baar heeft de bouwpoot NBM afgestoten aan BAM en concentreert zich nu op de veel profijtelijker projectontwikkeling.

Meer

Waar Engelse beleggers onmiddelijk begrijpen dat dit positief uitpakt op de aandeelhouderswaarde, is de Nederlandse belegger ogenschijnlijk niet onder de indruk. De koers doet amper iets.

Andere beursgenoteerde bouwers worden er niet moe van den volke kond te doen van het feit dat zij meer zijn dan bouwers. ‘Upstream’ and ‘downstream’, oftewel van voortraject tot en met beheer, wordt gekeken naar business met hogere toegevoegde waarde en daardoor hogere marges dan betonstorten.

Het enige effect dat wellicht daaraan te danken is, is dat de bouwaandelen niet net als zoveel andere fors gedaald zijn. Dat kan echter net zo goed het gevolg zijn van het feit dat de bouwbedrijven in 1998 al de helft of meer van hun beurswaarde verloren hadden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels