nieuws

‘Budget renovatie Stedelijk Museum veel te krap’

bouwbreed

Amsterdam wil zijn Stedelijk Museum stevig op de landkaart van de moderne kunst zetten. Daarvoor is een grootscheepse renovatie en uitbreiding nodig. De kosten worden geraamd op 185 miljoen gulden. Volgens critici is dat veel te weinig en zal het budget met tientallen miljoenen guldens worden overschreden. Zij vrezen een ‘bestuurlijke ramp’.

Met een knipoog naar het Museum of Modern Art (MoMa) spreekt men in Amsterdam wel van het Amsterdam Museum of Modern Art (aMoM). Bedoeld wordt het Stedelijk Museum, dat zich in de toekomst wil kunnen meten met het MoMa in New York, Tate Modern in Londen en het Centre Pompidou in Parijs. Daarvoor is de invloed van koningin Beatrix, die door het samenstellen van een tentoonstelling publiekelijk richting gaf aan wat kunst is in Nederland, blijkbaar niet voldoende. Het Stedelijk Museum, onder leiding van directeur Rudi Fuchs, heeft meer nodig.

Het museum zou voor 55 miljoen gulden worden verbouwd en uitgebreid. Architect Alvaro Siza Vieira maakte samen met Marc a Campo van A+D+P Architecten uit Amsterdam een plan, dat nu in uitvoering had kunnen zijn. De gemeente zou 18,5 miljoen betalen.

Vier scenario’s

Voor de Amsterdamse cultuurwethouder Bruines gaan de plannen niet ver genoeg. Hij liet het Projectmanagement Bureau Amsterdam vier scenario’s opstellen. Burgemeester en wethouders kozen de meest vergaande variant.

De kosten van het ‘totaalplan’ worden nu op 185 miljoen gulden geraamd. De gemeente en het Rijk hebben al 55 miljoen gulden gereserveerd. De rest van het geld moet van sponsoring komen.

Het bedrijfsleven begint daar waarschijnlijk niet aan, want een autofabrikant bijvoorbeeld wil zijn invloed niet delen met andere merken.

Ook het koningshuis lijkt geen reële kandidaat, ondanks de mogelijkheden die het Stedelijk Museum biedt voor de openbare beeldvorming.

Loterij

De initiatiefnemers kijken nu naar het loterijwezen. Als de burgers voldoende interesse tonen, kan bijvoorbeeld de Sponsorloterij een bijdrage leveren. De burger oefent zijn invloed dan niet meer uit door voor een politieke partij te kiezen en belasting te betalen, maar door loten te consumeren van een bepaalde loterij.

Een andere mogelijkheid bieden betaalde telefoonlijnen waarlangs de consument zijn of haar mening kan inbrengen. Van de opbrengst kan het aMoM gemakkelijk totstandkomen, lijkt de verwachting.

Niet iedereen deelt die mening. In het Algemeen Dagblad van 27 april waarschuwt Marc Otten, dat de ontwikkelingen rond het Stedelijk Museum erg veel lijken op die rond de Stopera in de jaren tachtig, die 160 miljoen gulden duurder uitviel dan geraamd.

Als lid van het Crisis Onderzoek Team (COT) van de Universiteit Leiden maakte Otten een diepgaande analyse van ‘het spook van de Stopera’.

Rem

Hij ziet sterke overeenkomsten tussen de twee projecten. Zowel bij de Stopera als bij het Stedelijk Museum committeren de besluitvormers zich en volharden in de uitgestippelde koers. Ondertussen hebben de bestuurders geen weet van de ernst van de situatie. “Eenvoudig gezegd: de honden blaffen, maar de karavaan trekt voort”, aldus Otten.

“Het lijkt erop, dat Amsterdam opnieuw wordt meegezogen in een project dat steeds meer tijd en geld kost, zonder dat de mogelijkheid bestaat om op de rem te trappen. Maar het veranderde programma van eisen maakt een nieuwe analyse van kosten en baten noodzakelijk. Plannen op basis van een te krap budget is regeren met oogkleppen op.”

Het ziet er niet naar uit dat de blaffende hond Otten wordt gehoord. De karavaan trekt verder.

Ontwikkelingen lijken erg op die rond de Stopera

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels