nieuws

Bibliotheek Roermond

bouwbreed

Architecten aan de Maas (Han Westelaken)

Architectuur zonder exterieur

Een nieuwe bibliotheek in de binnenstad van Roermond. Het is een vrijwel onzichtbaar gebouw, dat schuil gaat achter drie historische

panden en ook nog eens ingeklemd ligt tussen zij- en achterburen. Alleen vanaf een hoog standpunt in de omgeving is er iets van te zien: de dakverdieping van glas en zink om precies te zijn.

Wat is er bijzonder aan deze vrijwel onzichtbare architectuur?

De binnenkant. Als je de bibliotheek binnenstapt, is het een verrassing waar je in terechtkomt. Bijna altijd geeft de buitenkant van een gebouw een suggestie, of schept een verwachting van wat je binnen zult aantreffen. Hier is dat niet het geval. Onaangekondigd duikt achter de drie historische panden ineens een grote lichte hal op.

En wat blijft er over als de verrassing er na de eerste keer af is?

De ruimte zelf. Als je het simpel zegt is het een bijna kubusvormige ruimte, met daarin stapeling van vloeren. De gestapelde vloeren staan als een eiland in de ruimte. Een zijde van de kubus wordt gevormd door de achtergevels van de oude panden, die binnenmuur zijn geworden. Deze gevels zijn gestript en van de raam- en deuropeningen zijn abstracte gaten gemaakt.

Maar zo simpel is het waarschijnlijk niet.

Inderdaad, want door het eiland op verschillende plaatsen met loopbruggen te verbinden met de oude panden en door dit eiland met trappartijen te omgeven en te doorsnijden, is een grote ruimtelijke complexiteit ontstaan. De halfronde balustrades van de tussenbalkons van de centrale trappartij, dragen wezenlijk bij aan deze ruimtelijkheid. Net als de lichtval. Het licht dat de ruimte van boven en opzij binnenstroomt is van grote invloed op de ervaring van de ruimte. Bovendien is de bibliotheek geen echte kubus, want het dak en de achtergevel zijn op een subtiele manier voorzien van een welving, waarmee ze de ruimte – ook figuurlijk – afronden.

Waar moeten we deze architectuur plaatsen?

In elk geval niet in de buurt van de waan van de dag. Deze architectuur is het tegendeel van hijgerig eigentijds. Eerder heeft het een onmodieuze tijdloosheid. Han Westelaken zoekt het in de pure eenvoud, die van alle tijden is, of zou kunnen zijn. Tekenend voor dit purisme is dat alle materialen hun natuurlijke kleuren hebben. Dat geldt voor het zink, voor de kalk waarmee de muren zijn afgewerkt, voor het warmbruine hout van de balustrades en voor het beton, dat opzettelijk de ruwheid heeft behouden die tevoorschijn kwam toen de bekisting werd weggehaald.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels