nieuws

Zoeken naar idioten die computeren leuk vinden

bouwbreed

Elektronisch inkopen wil maar niet doorbreken in de bouw. Ook in de consumentensector slaan de omzetten van ‘virtuele winkels’ nog geen deuk in een pakje boter, maar in de zakelijke markt is dat in bepaalde sectoren wel degelijk succesvol.

Initiatieven in de bouw zoals twee jaar geleden in Groningen en Friesland waar tussenhandel, producent en aannemer een eindeloze testperiode zijn aangegaan, lijken een zachte dood te sterven. Hoe komt dat toch?

Aannemer Ton Borst uit Castricum weet wel waarom: dergelijke aanzetten komen niet uit de vraag voort, maar het aanbod. Hij wil het anders en doet dat ook. Bouwer Borst hangt het zogenoemde ‘bottom up’-model aan: degenen die een bepaalde dienst moeten gaan gebruiken, moeten er zelf het nut of voordeel van inzien.”En niet opgelegd door een overheid die er geld inpompt of de leveranciers die het je opdringen.” Daarnaast ziet Borst een belangrijke reden voor het niet-doorbreken van elektronisch inkopen in de economische hoogconjunctuur: “Het gaat veel te goed, de aannemer heeft het druk en maakt geen tijd voor dit soort innovaties.”

Branchemodel

In het gewest Noord-Holland van de NVOB, waar Borst voorzitter is, praten aannemers al enkele jaren in een leveranciersoverleg over dit soort zaken. Daar vindt het nu lopende proefproject zijn oorsprong: een groep aannemers wist twee leveranciers te overtuigen mee te doen. “Van het begin af aan hebben wij het Branchemodel voor elektronisch communiceren van HCP-Edibouw willen hanteren.” Aanvankelijk waren de beoogde inkooppartners BBN BouwCenter en Stoel & Van Klaveren nog eigenwijs en wilden zelf iets gaan ontwikkelen. Borst: “Invoering van het model zou volgens hen te lang duren. Voor ons was heel duidelijk: het model of niets. Uiteindelijk hebben we hen weten te bekeren.” Borst ziet zijn project voortdurend in termen van missie of zending, en dat moet ook wel als je zoveel ongelovigen tegenkomt: “Je hebt missionarissen nodig om dit van de grond te krijgen. Ik geloof heilig in de vermindering van faalkosten door het gebruik van dit hulpmiddel.” Zijn grootste tegenstanders zijn de “rovers” aan de zijlijn, die slechts uit zijn op pikken uit de subsidieruif: consultants met een hoop blabla zonder dat er iets gebeurt. Maar hij erkent ook: “Je moet een stel idioten hebben die computeren leuk vinden, anders lukt het niet.”

Dat laatste is nog wel een handicap, want als het Borst en de zijnen niet lukt om e-commerce uit een hobbyclub-sfeer te halen, zal het volgens mij ook niet aanslaan. Borst heeft echter de tijd: hij geeft zichzelf vijf jaar om dit van de grond te krijgen, wat inderdaad bevrijdend klinkt na al die hijgerige verhalen over snel rijk worden met e-commerce die ruim een jaar geleden nog opgeld deden.

Roverstarieven

Deze maand worden medewerkers van de twee handelsbedrijven getraind in het gebruik van het systeem, in mei volgen tien proefbedrijven van aannemers. Voor deze gerichte trainingen is vijftigduizend gulden subsidie losgekregen bij de provincie Noord-Holland. Grote vraag bij de start van het project was: hoe stimuleren we het gebruik van e-inkoop? De leveranciers zijn toen over de brug gekomen met een aanbod: honderd NVOB-leden kunnen voor honderd gulden per persoon getraind worden. “Dat is nog wat anders dan de rovers-tarieven die in veel e-commerce trajecten worden betaald,” weet Borst.

Eén van de partners in dit traject is zoals gezegd BBN BouwCenter, met de hoofdvestiging in Hoorn. Ted van Schijndel is de projectleider vanuit dit handelsbedrijf. Hij onderschrijft het belang van het luisteren naar de aannemers: “Als die het elektronisch bestellen niet plezierig vinden werken, gaan ze het ook niet gebruiken. Uit onze eerste kleine ‘pilot’ bleek dat we veel aandacht hadden besteed aan het afroepen, maar weinig aan het voortraject, de offerteaanvraag en de bestelling. En dat vindt men eigenlijk belangrijker dan het afroepen. Dit geldt met name de wat grotere bouwers waar de functie inkoper en afroeper niet in één persoon verenigd zijn. “

Heddes Bouw is één van de proefbedrijven, over zo’n zes weken verwacht Van Schijndel alle relaties toegang te kunnen bieden tot de e-commerce website. Om de klanten een klein zetje te geven en meer elektronisch te gaan bestellen, krijgen ze een korting van één procent. Geen vette korting, maar daar gaat het ook niet om, licht Van Schijndel toe: “In het begin werkt het nu eenmaal minder snel dan een telefoontje of fax. Meer dan een aanmoediging moet het niet zijn. Op management-niveau moet duidelijk worden hoeveel je wint door de keten te integreren en niet meer dertig keer dezelfde gegevens hoeft in te tikken, met alle fouten vandien.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels