nieuws

Terca investeert 34 miljoen in straatbaksteenfabriek

bouwbreed

Terca Baksteen BV heeft gisteren zijn straatbaksteenfabriek Kijfwaard West in gebruik genomen. Door het geloof in een groeiende markt van straatbakstenen ten opzichte van een markt van gevelstenen met overcapaciteit, is in deze fabriek 34 miljoen gulden geïnvesteerd. De ombouw van de meer dan honderd jaar oude gevelsteenfabriek tot moderne straatbaksteenfabriek was bovendien een goede gelegenheid een aantal ingrijpende milieutechnische voorzieningen aan te brengen.

Terca, met tien fabrieken in Nederland, behoort tot de Oostenrijkse Wienenberger Group, een beursgenoteerd bedrijf met 219 fabrieken in 28 landen met een totale omzet van 1,7 miljard euro.

Drs. Bert Jan Koekoek RA, algemeen directeur van Terca: “De strategische keuze om ons te richten op de fabricage van straatbakstenen is ingegeven door de groeipotentie van deze markt. We zien al een aantal jaren dat de gevelsteenmarkt dalende is, terwijl sprake is van een productiecapaciteit in Nederland die circa 20 procent hoger is dan de vraag. In 1999 werden er 1372 miljard stenen afgezet, tegenover 1306 miljard in 2000. De overheid gaat uit van de bouw van 100.000 woningen per jaar. Dat aantal wordt echter lang niet gehaald. Het opvallende is wél dat het aantal afgegeven vergunningen op peil blijft terwijl de bouwproductie daalt. Daar zou uit geconcludeerd kunnen worden dat het afgeven van een vergunning veel meer een optie, een reservering voor de toekomst, is geworden.

Kortom, de relatie tussen de afgegeven vergunningen en de daadwerkelijke bouw is sterk afgenomen. In tegenstelling tot de gevelsteenmarkt, blijkt de markt voor straatbakstenen een groeiende te zijn. Die markt is in een jaar van 135 naar 185 miljoen gestegen. Er is vooral sprake van een verdringingsmarkt ten opzichte van beton. Beslissers kiezen steeds vaker voor duurzaamheid, kwaliteit en kleurechtheid.”

Milieu

In de vernieuwde fabriek waar het hele productieproces van zand- en kleiopslag tot en met de ontladingsmachine plaats heeft, is een aantal opvallende milieutechnische maatregelen genomen. Het spoelwater dat wordt gebruikt bij het persen van de stenen is gerecycled.

Koekoek: “Het watergebruik bij het persen is door de nieuwe spoelwaterinstallatie drastisch teruggebracht. Er is een grof- en een fijnafscheider. Zand en leem worden uit het vervuilde water gehaald. Daarna gebruikt de pers het water opnieuw. Doordat er continu met hetzelfde water wordt gespoeld, ontlasten we het milieu.” De warmte-krachtkoppeling die een elektrisch vermogen heeft van 400 kilowatt, wekt de stroom op voor de drogerij, de oven en andere machines. Een gasmotor drijft de generator aan.

Subsidie

Koekoek: “Een groot deel van de vrijgekomen hete lucht van de generator wordt nu hergebruikt in de steendrogerij. Een bijkomend aspect is dat met deze warmte ook de klei bij de voorbewerking warmer wordt gemaakt. Dat was zo innovatief dat wij daar zelfs subsidie voor hebben gekregen.”

Verder is 70 meter van de 200 meter lange computergestuurde tunneloven herbouwd met stalen wanden en een hoge kwaliteit vuurvast materiaal. Deze oven kan een maximale temperatuur van 1250 graden Celsius aan, 150 graden hoger dan voorheen.

Koekoek: “De oven is een warmtewisselaar. Aan de ene zijde komen de stenen erin; aan de andere zijde wordt de lucht aangevoerd. In het gedeelte waar de stenen opgewarmd worden, zorgt de nog hete lucht – die uit het hoofdvuur komt – voor het opwarmen van de stenen. Vervolgens wordt de hete lucht weer afgekoeld tot 150 graden Celsius voordat het de schoorsteen verlaat. Met deze werkwijze wordt veel energie teruggewonnen.”

Optimaal

Aan de andere zijde van de oven verloopt het andersom. De koude lucht koelt de stenen af en aansluitend is de lucht al opgewarmd voor het in het hoofdvuur komt zodat daar weer alle energie optimaal is benut. De stenen zijn afgekoeld tot 40 graden Celsius als ze de oven uitkomen.

Koekoek: “Ook wordt de oven gekoeld via leidingen langs de oven. Ze koelen het zogeheten ‘hangdek’ en een deel van de afkoelzone. De leidingen gaan naar de drogerij. Daar wordt de hete lucht, naast de hete lucht van de generator, weer gebruikt om de stenen te drogen. Op deze manier houden we het energieverbruik zo laag mogelijk.”

Reliëfvolgend

De Kijfwaard, waarnaar de steenfabriek is genoemd, is ook de naam van een uiterwaard, gelegen aan het begin van de Waal, in het natuurgebied De Gelderse Poort bij Nijmegen, waarin het Wereld Natuur Fonds de rivieren-ecosystemen wil herstellen.

Koekoek: “Door reliëfvolgend te ontkleien, klei is immers de belangrijkste grondstof voor onze bakstenen, creëren we uiteindelijk geulen en strangen, waarmee de natuurlijke processen in de uiterwaarden terugkeren. De veiligheidsfunctie van de uiterwaarden neemt, bij hoog water, daardoor toe. Het feit dat het WNF met ons in zee is gegaan, beschouwen wij als een compliment. De doelstelling is dat het oude rivierenlandschap aan het begin van de Waal weer zichtbaar wordt. Een bijkomend aspect is dat in de nieuw ontstane ooibossen, bevers, wilde runderen en vele vogelsoorten weer hun plek moeten kunnen vinden.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels