nieuws

Summum van wonen

bouwbreed

Het is niet nieuw, maar het is weer als nieuw. Villa Sonneveld in het centrum van Rotterdam, werd opgeleverd in 1933. Onlangs is het huis een nieuw leven begonnen als museumwoning. Het huis was ruim twintig jaar bewoond door de familie Sonneveld. Meneer Sonneveld was een van de directeuren van de Van Nellefabriek. Net als twee andere directeuren liet hij zijn huis bouwen door dezelfde architecten J.A. Brinkman en L.C. van der Vlugt die ook het ontwerp hadden gemaakt voor de fabriek, wereldberoemd hoogtepunt van de moderne architectuur.

Hoe is de villa museumwoning geworden?

Een paar jaar terug kwam zij leeg. De Rotterdamse Stichting Volkskracht Historische Monumenten heeft het toen gekocht. Joris Molenaar van Molenaar en Van Winden kreeg de opdracht het huis te restaureren. Het Nederlands Architectuurinstituut, pal ernaast, heeft de herinrichting van het interieur verzorgd en beheert het huis. Behalve op maandag is het elke dag open voor bezoekers.

Wat krijgt de bezoeker te zien?

Een prachtig compleet beeld van het summum van wonen bijna zeventig jaar terug. Er zijn niet veel plekken waar je zo’n goed beeld kunt krijgen van het toppunt van luxe en moderniteit in de jaren dertig. De meeste functionalistische woningbouw is gericht op wat destijds zonder ironie het ‘bestaansminimum’ werd genoemd of daar dicht bij in de buurt kwam. Dit is het totale tegendeel. Meneer was immers directeur van Van Nelle Hier is niets schraals, kaals of karigs te ontdekken. Het moet hier buitengewoon comfortabel wonen zijn geweest.

Waaruit blijkt dit?

Uit bijna alles. Dat er drie badkamers zijn, waarvan een met een tienkoppige douche, waarmee je je lichaam van drie kanten tegelijk kunt laten masseren. Dat zelfs de twee dienstbodes een badkamer met ligbad hebben. Dat er een liftje is om hout uit de kelder naar de open haard in de bibliotheek te vervoeren. Dat de muren zijn getamponneerd met olieverf.

En dat is allemaal weer in oude glorie teruggebracht?

En nog veel meer. Nagenoeg het gehele interieur is weer zoals het ooit was. Dankzij archiefonderzoek en speurwerk van het NAi. In de jaren vijftig waren de Sonnevelds verhuisd met medeneming van de complete inboedel naar een flat elders in Rotterdam. Een groot deel daarvan staat nu weer op de oude plek. Ontbrekende unieke stukken zijn vervangen door replica’s. Ook de stoffering en de vloerbedekking zijn nagemaakt, waar mogelijk aan de hand van originele stalen. Wat verder niet meer in de inboedel zat, was relatief makkelijk aan te vullen. De Sonnevelds hadden als een van de eersten hun huis grotendeels ingericht met fabrieksmatig geproduceerde meubels van Gipsen, waarvan meestal nog flink wat exemplaren bestaan.

De grootste verrassing is de rijkdom aan kleuren. Het huis is vooral bekend van de zwart-wit foto’s die er destijds van gemaakt zijn. Daarop is niet te zien dat de gevels niet wit zijn maar gelig of dat het interieur een genuanceerd palet heeft met wonderlijke kleuren zoals tomatensoeprood, donkerbruin, zandgeel en licht reflecterend brons.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels