nieuws

De woningklant in de 21ste eeuw

bouwbreed

Al bijna een jaar geleden, in mei 2000, kwam de ontwerp-nota Wonen in de 21ste eeuw van de persen. De staatssecretaris van VROM gooide de knuppel in het hoenderhok: de burger, de woonconsument, moest meer te vertellen krijgen en de aanbieders moesten nou eindelijk eens klantgericht worden en de klant meer bij het wonen betrekken. Bovendien formuleerde hij beleid om voor 2005 te zorgen voor minimaal 30 procent particulier opdrachtgeverschap.

De knuppel heeft zijn werk gedaan. Bouwend Nederland denkt na, ontwikkelt initiatieven, discussieert over grondprijzen, Vinex-plannen worden omgebouwd.

Vorige week vond een symposium plaats van de Neprom. Eenterugkomdag voor alle cursisten die de afgelopen zestien jaar de cursus projectontwikkeling hadden gevolgd. Het programma was samengesteld op basis van een enquête onder de potentiële deelnemers. En daar kwam de Nota wonen en haar consequenties als een van de hot items uit.

Het is te eenvoudig om alles maar op te hangen aan die magische 30 procent bouwen op eigen kaveltjes. Natuurlijk is op een kavel je eigen huis (laten) bouwen de meest maximale, maar ook de meest kostbare vorm van verwezenlijken van je eigen woonwensen. Maar – zeker bij de huidige grondprijzen – is het een illusie te denken dat 30 procent van de woningkopers dat kan realiseren.

Iets minder heftig is de variant van de concept- of cataloguswoning. Het denkwerk is al door anderen gedaan en je hebt keuze uit een scala van aanbieders. Of dat ook een scala van woningtypes en -stijlen oplevert, valt overigens nog te betwijfelen.

Bovendien is het onwaarschijnlijk dat in West Nederland, waar circa tweederde van de nieuwbouw wordt gerealiseerd, ooit kan worden voldaan aan deze ‘kavel-variant’ vanuit een structureel ruimtetekort.

Lastiger is het voor de ontwikkelaars en woningbouwers die nu voor de markt bouwen, ontwerpen en ontwikkelen voor – op dat moment – anonieme kopers en dat bovendien in relatief grote series. Tijdens het symposium bleek dat een aantal ontwikkelaars al langere tijd – na de Nota wonen wellicht in versneld tempo – bezig zijn de uitgangspunten van de nota te vertalen in concepten waar de koper/bewoner meer invloed krijgt op zijn woning.

Bouwfonds is een van die ontwikkelaars die zich presenteerden met ervaringen opgedaan met hun concept persoonlijk wonen. Dat concept gaat uit van een zeer grote invloed van de koper op de uiteindelijke invulling van de woning. En niet alleen in de hoogste prijsklassen.

Dat concept wordt gevoed vanuit maar één gedachte: de klant betaalt, dus de klant bepaalt.

Het interessante aan de gepresenteerde ervaringen is dat die filosofie wel volstrekt helder is, maar de implementatie een stuk lastiger. In het hele ontwikkel-, bouw- en verkoopbegeleidingsproces is sprake van serieproductie. Maximale invloed en keuzevrijheid in plattegronden, uitrusting, laat staan in vergroting van de plattegrond, lijkt zich vaak slecht te verstaan met seriematig bouwen. Dan loop je pas echt op tegen een vage grens tussen ruwbouw en afbouw. Overigens wisten we dat al. Als ik het wel heb, was het al in 1962 (!) dat John Habraken zijn boek over drager en inbouw schreef. En de essentie van dat boek was keuzevrijheid voor de woonconsument!

Ook bij de begeleiding van de woningkoper gaat nog niet alles naar wens. Kopers willen wel veranderen en hun eigen woonwensen gerealiseerd zien, maar dat willen zij ook ter plekke gevisualiseerd zien en als het even kan voorzien van een concrete prijsconsequentie. Dat betekent nogal wat. Aan softwareoplossingen en -capaciteit en niet te vergeten voor de calculatiemethoden en de calculatie- en werkvoorbereidingscapaciteit.

Bovendien moet de verkoper/kopersbegeleider ineens iets heel anders doen dan hij/zij was gewend en een stuk intensiever.

Dat er sprake is van een structurele ontwikkeling, blijkt overigens ook uit het feit dat de Neprom op korte termijn start met een speciale opleiding kopersbegeleiding.

Staatssecretaris Remkes heeft meer losgemaakt dan hij zich wellicht heeft gerealiseerd. En dat is winst. Wat er ook met de monarchie mag gebeuren, één ding is zeker: de klant blijft koning.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels