nieuws

Bouwpensioenfondsen beleggen goed

bouwbreed

Het overgrote deel van de bouwgerelateerde pensioenfondsen heeft het vorig jaar beter gedaan dan het gemiddelde Nederlandse pensioenfonds. Het gemiddelde rendement van 118 grote pensioenfondsen was 2,6 procent, het laagste in de afgelopen zes jaar. De meeste ‘bouwpensioenfondsen’ scoorden hoger.

Binnen deze categorie behaalden het Bedrijfspensioenfonds voor de Bouw (BPF) en het pensioenfonds voor de Bouwmaterialenhandel de beste prestaties. Het beleggingsrendement van BPF, één van de grootste van de 118 onderzochte pensioenfondsen, kwam uit op 5,8 procent, de Bouwmaterialenhandel behaalde 5 procent.

World Markets Company (WM Company), analist van beleggingsprestaties, neemt jaarlijks de verrichtingen van 118 grote pensioenfondsen onder de loep. Uit het onderzoek over 2000 blijkt dat de meeste ondernemings- en bedrijfstakpensioenfondsen slecht hebben gepresteerd. De rendementen liepen uiteen van -3,7 (Shell was in 2000 het slechtst presterende pensioenfonds, terwijl het de jaren daarvoor het best scoorde) tot 10,7 procent.

De meeste pensioenfondsen behaalden behoorlijke rendementen op vastrentende beleggingen als obligaties en onroerend goed, maar de malaise op de aandelenbeurzen drukte het gemiddelde beleggingsresultaat fors. Het rendement op aandelen kwam gemiddeld uit op -5,2 procent. Pensioenfondsen die vorig jaar meer in aandelen belegden, zagen hun rendementen (sterk) dalen.

Koersdaling

Hoewel het BPF meer dan twee keer zo hoog scoorde als gemiddeld (5,8 tegen 2,6 procent), speelden de koersdalingen op de beurzen ook het Pensioenfonds voor de Bouw flink parten. Het totale beleggingsrendement van BPF kwam in 1999 namelijk bijna drie keer hoger uit, ruim 16 procent tegen 5,8 procent in 2000.

Vermogen

BPF belegde in 2000 31 procent van het totaal belegd vermogen van 33 miljard gulden in aandelen. Eind 1996 was dat 28 procent. Het fonds voor de Bouwmaterialenhandel verhoogde de beleggingen in aandelen van 16 procent tot 30 procent in 2000, maar dit pensioenfonds heeft slechts een belegd vermogen van 291 miljoen gulden.

De verliezen op beleggingen in aandelen in 2000 drukten het gemiddelde vijfjaars rendement voor het BPF tot 12,9 procent. In 1999 kwam het rendement over vijf jaar nog uit op bijna 15 procent. Gemeten over de laatste tien jaar behaalt BPF-Bouw nog altijd een rendement van circa 11 procent.

Buffers

De Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen en de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen zeggen dat door de slechte prestaties van dit jaar het belang van buffers is aangetoond. “Pensioenfondsen hebben de afgelopen jaren op lagere rendementen geanticipeerd door buffers op te bouwen, om onder meer op korte termijn fluctuaties op te vangen. De slechte resultaten van 2000 zijn op zich dus geen ramp, omdat voor de pensioenfondsen het langetermijnrendement geldt.

Naast het BPF en de Bouwmaterialenhandel scoren verscheidene andere bouwgerelateerde pensioenfondsen hoger dan gemiddeld, zoals: Schildersbedrijf (4,5 procent), Ballast Nedam en Meubelindustrie (allebei 3,9), Metaalindustrie (3,8), SFB Personeel (3,4), Kalkzandsteenindustrie en Architectenbureaus (allebei 3,3).

Het pensioenfonds van technisch dienstverlener Internatio-Müller komt uit op 2,9 procent, terwijl dat van het Baggerbedrijf precies op het gemiddelde van 2,6 zit.

Lager

De fondsen van de bouwbedrijven HBG en Volker Wessels Stevin scoren met een rendement van 2,4 en 2,3 procent lager dan gemiddeld. Achter blijven ook de pensioenfondsen van de Betonproduktenindustrie (2,2), ENCI (Eerste Nederlandse Cement Industrie met 2,1 procent) en Baksteenindustrie (1,3 procent). Het pensioenfonds van de woningcorporaties, met ruim vijf miljard aan beleggingen, belandde vorig jaar met een negatief rendement van 2,4 procent in de onderste regionen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels