nieuws

Als ’n dolle

bouwbreed

Vorige week las ik dat de minister van VROM, Jan Pronk, 250 miljoen gulden van ons belastinggeld wil besteden aan het ongedaan maken van ongewenste bestemmingen. Naast het feit dat ik problemen heb met het woord ‘ongewenst’, want iemand heeft immers een gebouw toegestaan, vraag ik me af of Jan Pronk ons geld niet beter kan besteden? Of moet ik vaststellen dat hij zo weinig heeft gepresteerd op het terrein van ruimtelijke ordening gedurende zijn ambtsperiode, dat hij aan het einde ervan nog voor enig vuurwerk wil zorgen?

Deze 250 miljoen gulden zijn maar net genoeg voor de periode tot en met 2004 om onder meer ontsierende stallen en andere ongewenste bebouwingen langs snelwegen, in het buitengebied of in uiterwaarden van rivieren te verwijderen en te verplaatsen. Ja, want Jan Pronk stelt dat hij wel tussen de 20 en 50 miljard gulden nodig zal hebben om alle ongewenste bebouwingen te slopen of op te kopen.

Deze bedragen komen mij ongelooflijk voor indien zij slechts bestemd zijn om ongewenste bebouwingen langs wegen en in buitengebieden of uiterwaarden in dit kleine landje te slopen en te verplaatsen. Ik denk en hoop dat Jan Pronk zich drie nullen heeft vergist, omdat hij in een zwak moment toegaf aan zijn enigszins megalomane karakter.

Alles goed en wel, maar zoveel geld besteden om bestaande bebouwingen, zoals ontsierende stallen te verwijderen, komt mij wat overdreven voor. Er is in dit landje nog een groot tekort aan kwalitatief goede woningen, dat ik vind dat hij ons belastinggeld beter daarvoor kan besteden. Natuurlijk bestaat er een serie gebouwen en bouwsels in ons landje dat niet helemaal meer past in de huidige opvattingen van welstand, natuur en ruimtelijke ordening. Maar om daarvoor bedragen uit te trekken die in de miljarden guldens lopen, om daarmee de komende weet ik veel hoeveel jaren met geldbuidel en sjofel door het land te trekken lijkt me niet aan de orde.

Enfin, en hoe komt Jan Pronk aan al dat geld? Nu komt de aap uit de socialistische mouw. Minister Pronk heeft daarvoor de openruimte-heffing of een baatheffing voor bedrijven en particulieren bedacht. Want zo redeneert hij: zij hebben voordeel van een bestemmingsplan, waardoor bepaalde gronden een bouwbestemming krijgen. Dus kunnen zij wel bijdragen aan deze capriolen aan het einde van mijn ambtstermijn.

Deze regering schijnt aan het einde van dit jaar over deze nieuwe heffingen een besluit te willen nemen. Ik kan het me niet voorstellen! Hoe wil men die heffing zien, als baatbelasting? Baatbelasting mogen gemeenten heffen indien zij kunnen aantonen dat bepaalde eigenaren financieel voordeel hebben bij een aantal verbeteringen aan bijvoorbeeld de straat waarin zij panden bezitten. Deze gemeenten moeten dan wel beschikken over een verordening terzake van deze baatbelasting. Daarom kunnen deze nieuwe heffingen niet in de vorm van een baatbelasting.

Of deze nieuwe heffingen al die miljarden guldens in de toekomst gaan opbrengen staat voorlopig in het geheel niet vast. Ik zie deze nieuwe plannen van Jan Pronk maar als luchtfietserij, de laatste stuiptrekkingen van een minister die uit de tijd is geraakt en nog met zijn hoofd in de wolken loopt van een roodgekleurde hemel, waar men nog gelooft in een maakbare samenleving.

Neen, deze nieuwe plannen gaan me te ver. Wel zou ik het toejuichen, indien deze minister toeziet op de provincies en gemeenten dat zij tijdig verantwoorde streek- en bestemmingsplannen opstellen. Tevens dat zij slechts bebouwingen toestaan, die de toetsing aan deze plannen positief doorstaan.

En dan ga ik nog verder, controle op handhaving van de bouwvergunningen door de minister stel ik zeer op prijs. In tegenstelling tot deze nieuwe luchtfietserij, zou controle op naleving van de bouwvergunningen ongelukken en rampen kunnen voorkomen. Jan Pronk moet dan reeds werken als ’n dolle, dus hij kan er eigenlijk niet meer werk bij hebben. Piano, piano Jan.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels