nieuws

Zorgsector vereist inlevingsvermogen

bouwbreed

Wim Schraven kent de zorgsector door en door. Zelf was hij als opdrachtgever onder andere betrokken bij de planontwikkeling, uitvoering en nieuwbouw van Compostella in het Brabantse Zeeland, een ‘verzorgingstehuis nieuwe stijl’, met het accent op begrippen als aanpasbaarheid en levensbestendigheid. Het pilotproject werd gerealiseerd door Hendriks Coppelmans, waar hij deze maand in dienst trad als huisvestingsadviseur Wonen en Zorg.

Voor een gezondheidsinstelling is een bouwkundige ingreep vaak een eenmalige gebeurtenis, weet Schraven. “Als directeur/bestuurder moet je eerst een visie ontwikkelen en die vervolgens naar bouwkundige voorwaarden vertalen. Als opdrachtgever werd ik niet altijd goed begrepen door architecten en bouwers; er is toch een zekere taalbarrière”, constateert hij terugkijkend.

Bouwbedrijven die succesvol in de zorgsector willen opereren moeten een bepaalde instelling hebben, meent hij. Hij spreekt van “een attitude die aansluit bij het ondernemerschap van de klant. Voor een zorginstelling is het prettig wanneer betrokken partijen werken vanuit een bepaald inlevingsvermogen. Dat heb je of dat heb je niet als bedrijf. Bij Hendriks Coppelmans heerst die cultuur.”

Procesgang

Als adviseur Wonen en Zorg moet hij een brug slaan tussen deze twee werelden en fungeert hij als intermediair. Hij is onder andere aangetrokken om contacten te leggen met potentiële opdrachtgevers en het plannen van projecten. Ook in zijn nieuwe functie dient hij het belang van de zorgsector. Zijn ervaring in de zorg is daarbij een pré.

“Ik ben bekend met de regelgeving en wetgeving in de zorg, waardoor we klantgerichter kunnen werken. Mijn doel is om in een bouwteamconstructie tot een voor alle partijen bevredigend eindresultaat te komen. Bij Hendriks Coppelmans wordt sterk gedacht vanuit een win-winsituatie, met gedeelde financiële risico’s. Voor een zorginstelling heeft dat zeker in de opstartperiode van nieuwbouw grote voordelen.”

Beter eindproduct

Die werkwijze leidt niet alleen tot een efficiënter bouwproces, maar ook tot een beter eindproduct, is Schravens stellige overtuiging. “Reeds in het voortraject kun je de opdrachtgever een dienst bewijzen. Bijvoorbeeld door al bij het ontwerp belangrijke aspecten als arbeidsomstandigheden, (brand)veiligheid, logistiek onder de loep te nemen.” Pas over een jaar of twee moet iets van zijn inbreng merkbaar zijn, is de verwachting.

Hendriks Coppelmans, met vestigingen in Uden en Eindhoven, is met tweehonderd medewerkers goed voor een jaarlijkse omzet van 100 miljoen gulden. In de loop der tijd heeft de ontwikkelende bouwer het accent verlegd van de sociale woningbouw naar Wonen en Zorg. Deze kernactiviteit is momenteel goed voor een vierde van de omzet.

De vergrijzing zal zeker in Limburg en Brabant niet ongemerkt voorbijgaan; het percentage ligt hier maar liefst dertig procent boven het landelijk gemiddelde. Schraven: “Oudere mensen willen steeds langer zelfstandig blijven wonen. In tegenstelling tot de jaren zeventig heeft kleinschaligheid nu de voorkeur. Dat kan ook in een groter verband, door een combinatie van zorgvormen, wat het hele bouwproces nog complexer maakt.”

Domotica

In de nabije toekomst verwacht hij onder andere een forse reductie van het aantal verpleeghuisplaatsen, die als verzorgingstehuizen en woonzorgcomplexen een tweede leven tegemoet zullen gaan. “Andere ontwikkelingen, zoals een sociaal veilige omgeving, domotica en internet, winnen ook in de zorgsector aan betekenis. Het is zaak daar tijdig op in te spelen. Uiteindelijk willen we naar een eigen plan van hoe een verzorgingstehuis eruit ziet.”

Schraven krijgt nu ook te maken met de uitvoeringstechnische kant. Het richtsnoer van het College voor Ziekenhuisvoorzieningen werkt in de praktijk niet optimaal, vindt hij. “Je kunt als zorginstelling wel een aantal zaken realiseren, maar niet zelden blijken de stichtingskosten bij een ontwikkeling achter te blijven, met als gevolg minder capaciteit. Binnen de richtlijnen van de overheid moet de zorgsector meer risicodragend bezig kunnen zijn. Dat leidt tot betere voorzieningen en ontwikkelingen.”

‘Er is toch een zekere taalbarrière’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels