nieuws

Storingen bij proefboring te voorkomen

bouwbreed

Leidingleggers gebruiken in bebouwde gebieden steeds meer horizontale boormethoden. De toenemende interesse voor sleufloze aanleg vergroot ook het aantal opdrachten voor elektronisch bemeten proefboringen. Die kunnen in stedelijke gebieden problemen opleveren, omdat daar vaak storende velden zijn. De DrillTrack G2 van het Britse Radiodetection biedt een oplossing.

Radiodetection levert zes meetsonden voor het DrillTrack-systeem. Drie zijn uitgerust met een dubbele werkfrequentie. Die zijn van 8 naar 33 kilohertz om te schakelen en omgekeerd zodra de gebruiker last ondervindt van interferenties.

Afhankelijk van de uitvoering beloopt de maximale reikwijdte 4 tot 20 meter. De sonden worden op de boorkop gemonteerd. Pijlen geven via het scherm van een volgapparaat aan waar zich de sonde bevindt en sturen de gebruiker in de juiste richting. De ingebouwde elektronica rekent de bijbehorende diepte uit. De sonde zendt doorlopend meetwaarden uit naar een maximaal 500 meter verder geplaatste monitor. Die staat doorgaans op de boorinstallatie, zodat de machinist de boorkop tijdig kan bijsturen.

Voorzien van een datalogger slaat het systeem de bevindingen op die via elke computer zijn af te lezen. Dat is mogelijk in twee formaten. Met het eerste zijn de gegevens direct af te drukken of over te laden in een programma voor tabellencalculatie. Het tweede stuurt de meetwaarden naar speciaal ontwikkelde programmamodules.

Voor de inspectie van buisleidingen ontwikkelde Radiodetection het GatorCam-systeem. Dat bestaat uit een camera een geïntegreerde schuifkabel en verplaatsbaar controlepaneel. Via de kabel geeft een beeldscherm de beelden van de camera weer. Een videorecorder registreert de bevindingen waarbij de controleur via een microfoon commentaar kan leveren.

Drie varianten

Een draagbare positioneerder geeft aan waar en op welke diepte de camera zich bevindt. Radiodetection levert drie varianten.

De minicamera maakt opnamen in zwart/wit en kan afhankelijk van de bijbehorende kabelhaspel 30 of 60 meter ver reiken in buizen van 38 tot 150 millimeter doorsnede. De tussenuitvoering levert eveneens zwart/witbeelden over een lengte van 60, 90 of 120 meter in leidingen van 50 tot 300 millimeter doorsnede. De derde variant is gelijk aan de tussenuitvoering maar werkt met een kleurencamera.

Alle camera’s beschikken over een ‘filmzon’ uit LED’s en nemen de toestand op door middel van een kooiconstructie vanuit het midden van de leiding. Het volgapparaat kan de camera in gietijzeren buizen tot een diepte van 3 meter ontwaren. Voor kunststofleidingen bedraagt de maximale volgdiepte 6 meter.

Genny

Een variant van het volgapparaat is de kabel- en leidingzoeker c.a.t/genny plus. De afkorting voor de schuine streep staat voor cable avoidance tool ofwel kabelvermijder.

Genny staat voor de opsporingsmethode door middel van een gegenereerd signaal van 33 kilohertz. Een antennesysteem met dubbele spoelen vormt het hart van de voorziening. Radiodetection kreeg voor deze oplossing patent. De gebruiker leert door middel van akoestische en optische signalen op welke plaats in de grond infrastructuur ligt. De elektronica rekent de diepte uit. De loop van specifieke kabels is te volgen met een optionele zendtang die om de kabel wordt gelegd. Een speciale zendkabel geeft de locatie van huisaansluitingen aan.

Helft van meetsonden uitgerust met dubbele werkfrequentie

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels