nieuws

Revivalisme

bouwbreed

Je hoeft maar een modetijdschrift open te slaan of het jaar 1980 komt je tegemoet. Telkens weer blijkt dat wat twintig jaar achter ons ligt, belegen genoeg is voor hergebruik en herwaardering. Opvallend is dat bij revivals vaak een grote voorkeur aan de dag wordt gelegd voor tweede garnituur. Wat doorgaat voor de top, houdt meestal uit zichzelf wel stand, het zijn de inmiddels vergeten namen van mindere goden die met het meeste gejuich worden herontdekt. Dat leidt ertoe dat het niervormige tafeltje met een gelig formica blad uit de jaren vijftig in 1980 populairder was dan een degelijk en artistiek ontwerp uit dezelfde periode. Of dat de niemendalletjes van de Supremes twintig jaar na dato vaker werden gedraaid dan klassiekers van de Rolling Stones.

Dat enthousiasme is voor iedereen die de betreffende periode heeft meegemaakt vaak moeilijk te bevatten. Dat er waardering is voor iets wat net achter ons ligt, is soms al onbegrijpelijk, maar dat dan uitgerekend de subtop en wat daaronder zit het meeste losmaken, is dat des te meer.

De ontwikkeling van de architectuur loopt niet helemaal parallel met het revivalisme op andere terreinen van de cultuur. Want terwijl in de jaren tachtig van de vorige eeuw op allerlei terreinen de fifties en sixties door elkaar werden gehusseld en gerecycled, was de Nederlandse architect op dat moment vooral bezig met de jaren twintig en dertig. Op het moment dat de hits van de Supremes weer werden gedraaid, haalden architecten hun 78-toerenplaten uit de kast.

Met horten en stoten heeft de architectuurwereld de achterstand echter ingelopen. In de afgelopen jaren heeft de ene revival de andere opgevolgd. Met de herontdekking van de megastructuur, als concept of in de dromeriger vorm die kunstenaars als Constant en Yona Friedman, schoot de architectuur zo’n vijf à tien jaar geleden door naar de jaren zestig. Inmiddels zijn ook het woonerf en de bijbehorende architectuur die de jaren zeventig domineerden, toe aan een kleine herwaardering. Op deze plek betoogde Piet Vollaard bijvoorbeeld onlangs voorzichtigjes dat deze lange tijd verguisde wijken waar iedere bezoeker terstond de weg heet kwijt te raken, misschien helemaal zo slecht niet zijn.

En voor wie het wil zien, overal in Vinex-land zijn projecten te vinden die op een of andere manier aanknopen bij het schuin en bruin van toen. Dat zegt echter niet zoveel, want in de grote vergaarbak van stijlen en manieren die Vinex is, kan voor iedere stroming of beweging een aankondiging van een herleving worden gevonden.

Er is nu zelfs de allereerste aanzet voor een revivalisme van de jaren tachtig. Eén zwaluw maakt geen zomer, maar er is in ieder geval een geestig begin: de studentenhuisvesting van Koers Zeinstra van Gelderen die momenteel in Almere wordt gebouwd. In dit project, met de toepasselijke naam Windows 80, wordt de passie van twintig jaar terug om de gevels van woongebouwen te overwoekeren met erkers en hoekramen, een mode die in Almere vele sporen heeft nagelaten, nieuw leven ingeblazen. Dat gebeurt op een manier waarvan moeilijk is vast te stellen hoe eerbetoon en parodie zich tot elkaar verhouden. Daarin zit een derde kenmerk van elk revivalisme, dat het nooit helemaal serieus is. De ironische ondertoon is bijna onvermijdelijk, omdat iedereen weet dat er wordt verwezen naar iets dat kortgeleden nog buitengewoon lullig werd gevonden en nu ineens weer hip is.

Daardoor is elke revival, hoe leuk ook in eerste instantie, uiteindelijk slechts een kort leven beschoren, korter in ieder geval dan de tijd die herleeft. Het is een knipoog. En daarvan is het effect verdwenen als je je oog te lang dichthoudt. Hierdoor blijft er gelukkig ook elk decennium nog tijd over om op zoek te gaan naar iets nieuws. Waarmee dan weer onvermijdelijk de basis wordt gelegd voor een revival van twintig jaar later.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels