nieuws

Rekenkamer: selectie grote steden was niet eenduidig

bouwbreed

De selectie van de 25 ‘grote’ steden van Nederland die zijn toegelaten tot het grotestedenbeleid van de regering, is niet eenduidig uitgevoerd. De Algemene Rekenkamer schrijft dit in een rapport over de effectiviteit van het beleid.

Het rapport is gisteren gepresenteerd. De regering begon in 1995 met de aparte aanpak voor de grote steden om ze economisch vitaal, veilig en leefbaar te houden. In eerste instantie deden alleen de vier grootste steden mee. In de loop van de tijd werden steeds meer steden toegelaten. Behalve de vijfentwintig deelnemende gemeenten kregen in 1999 nog vijf steden (Zaanstad, Emmen, Amersfoort, Lelystad en Alkmaar) een gedeeltelijke toelating tot het grotestedenbeleid.

Volgens de Rekenkamer werden echter steeds andere criteria gebruikt bij de toelating. Een groot aantal gemeenten, zoals Tilburg, Breda, Eindhoven, Leeuwarden, Maastricht, Helmond, Hengelo en Zwolle, kon deelnemen aan de grotestedenaanpak, terwijl ze volgens de Rekenkamer relatief weinig problemen hadden.

De Rekenkamer vindt dat het kabinet moet bezien of de gemaakte selectie nog steeds de juiste is. Bij een volgende beleidsperiode zou een andere keuze kunnen worden gemaakt. De huidige ontwikkelingsprogramma’s van steden lopen tot 2010. Minister Van Boxtel van Grotestedenbeleid schrijft in een reactie dat hij al laat onderzoeken welke steden gebruik moeten blijven maken van het grotestedenbeleid.

Volgens de Rekenkamer is het sowieso onduidelijk of het gevoerde beleid effect heeft gehad. Zo is de bestrijding van drugsoverlast in de steden volgens het rapport niet of nauwelijks verbeterd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels