nieuws

Provincie Noord-Brabant streeft naar hergebruik stortplaatsen

bouwbreed

“Bouwen op afgesloten stortplaatsen is wel toegestaan, maar de mensen durven het niet. Daar willen wij verandering in brengen. Liever ‘bouwen op de belt’ dan een stuk van de natuur opofferen”, luidt het motto van de provincie Noord-Brabant.

Volgens F.J.M. Tuerlings van het Buro Afvalstoffen zien veel gemeenten en bedrijven de voormalige stortplaatsen als een ‘black box’. Zij moeten een psychologische drempel overwinnen om een bouwplan op zo’n stortplaats te ontwikkelen. Maar fervente tegenstanders van het hergebruik heeft Tuerlings nog niet ontmoet.

De 585 afgesloten stortplaatsen in Noord-Brabant zijn voor een deel eigendom van gemeenten, voor een deel in handen van particulieren en bedrijven. Vroeger lagen ze op een behoorlijke afstand van de bebouwde kom, maar nu liggen ze vaak aan de rand van een stedelijk gebied. Het gaat om stortplaatsen voor huishoudelijk en bouw- en sloopafval. Als het goed is, komt er geen gevaarlijk afval op deze stortplaatsen voor. Ze vormen bijna allemaal een belemmering voor de uitbreiding van het stedelijk gebied. In enkele gevallen bestaat al een initiatief voor het hergebruik, maar de meeste afgesloten stortplaatsen worden nog door de markt omzeild. Om daar een einde aan te maken, tracht de provincie het imago van ‘bouwen op de belt’ te verbeteren.

Terughoudendheid

Toch is de terughoudendheid van gemeenten en projectontwikkelaars wel te begrijpen. Het onderzoek naar de toestand van het grondwater rond de afgesloten stortplaatsen is nog niet zo lang geleden begonnen. Nu al blijkt bij 150 stortplaatsen het grondwater in een of meer peilbuizen boven de interventiewaarde voor vervuiling te komen. Bij hoeveel stortplaatsen de streefwaarde wordt overschreden, weet Tuerlings niet. Onderzoek naar de afdichting van de deklagen is pas bij zo’n tweehonderd stortplaatsen uitgevoerd. In enkele gevallen was de deklaag niet in orde, maar dat is makkelijk op te lossen met een nieuwe laag grond.

Voorbarig

Over vier jaar is pas bekend hoeveel van de stortplaatsen gesaneerd moeten worden. Het lijkt dus ook nog wat voorbarig om de gemeenten nu al om voorstellen voor de bebouwing en het hergebruik van de stortplaatsen te vragen. De provincie heeft het ‘bouwen op de belt’ echter voortvarend aangepakt en alle gemeenten aangeschreven. Om in aanmerking te kunnen komen voor een pilotproject, moeten zij hun voorstellen voor 1 april ingeleverd hebben. Stel je voor, dat een gemeente aan de voorbereiding van een kantorenpark, bedrijventerrein of recreatieplan begint en over vier jaar blijkt, dat de betreffende stortplaats toch te vuil is. Dat zou de markt niet in dank afnemen. Toch krijgen de eerste plannen al vorm, onder meer voor de uitbreiding van de Efteling en het bedrijventerrein Bavel-Dorst ten oosten van Breda.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels