nieuws

Mobieltje verdringt ordonnans op scooter

bouwbreed

Een paar laarzen en een zaklamp. Dat zijn nog altijd de belangrijkste wapens voor een dijkwacht, zo bleek tijdens een oefening van waterschap IJsselmonde. De ordonnans op de scooter heeft plaatsgemaakt voor het mobieltje. Maar in noodgevallen kan er altijd weer worden teruggevallen op de oude vertrouwde communicatiemiddelen. Inclusief de bakelieten telefoon van het nationaal noodnet.

Het is niet het summum van moderne technologie wat maandagavond in IJsselmonde langskomt. Maar waarom zou het eigenlijk ook? Dijken worden immers al eeuwenlang met succes op dezelfde manier en uit dezelfde materialen gemaakt. Die bewaak je het best door er met stevige laarzen langs te lopen en ze goed te inspecteren op verzadiging, wellen, golfoverslag of doorbraken.

Dat is ook precies wat gebeurt tijdens de jaarlijkse oefening van het waterschap onder de rook van Rotterdam. De dijkwachten die rond zes uur ’s avonds achter hun bord eten zijn weggeroepen om hun dijkvak te controleren, lopen heen aan de buitenkant van de dijk om langs de binnenkant weer terug te lopen. Daarbij stuiten ze af en toe op gele borden met een alarmerende tekst. Het gaat erom dat ze die borden opmerken, de vermelde calamiteit correct doorgeven en de juiste maatregelen nemen.

Jolig

De borden zijn ’s middags geplaatst door de kantonniers van het waterschap, die ook ’s avonds nog her en der borden plaatsen langs de 70 kilometer lange dijkring. Daardoor heeft de oefening iets van een sessie verfballetje schieten of een survival. De stemming onder de dijkwachten is even jolig. Bij het gemaal Heerjansdam, waar een bord ‘dijkdoorbraak’ staat, worden met gevoel voor drama twee ankers naar de voet van de dijk geworpen. Langs lijnen wordt daar een zeil naartoe getrokken dat de vermeende bres in de dijk moet dichten. Aannemer Monshouwer, die in allerijl is uitgerukt met een volle kipwagen, borgt het zeil met een paar zandzakken. Bij een compleet onbewolkte hemel, terwijl het water van de Oude Maas ver onder de kruin van de dijk verder stroomt, heeft het allemaal iets onwerkelijks.

Even onwerkelijk is de stemming in het waterschapshuis in Barendrecht. De bode in zijn uniform pendelt heen en weer tussen het callcenter en het beleidscentrum. Dijkgraaf T. Beishuizen neemt zijn briefjes met meldingen ontspannen in ontvangst. Als vijf uur nadat hij voor het eerst is opgeroepen zich alsnog een heemraad (een lid van het dagelijks bestuur) meldt, mag die rekenen op een warm onthaal van Beishuizen. Twee anderen laten verstek gaan.

Een primeur tijdens deze oefening is de invoering van de mobiele telefoon. Wanneer de dijkwachten zich melden krijgen ze een mobieltje mee, waarmee ze onregelmatigheden onmiddellijk kunnen doorgeven. Dat maakt het mogelijk om een laag in de bevelstructuur te schrappen. Het district is afgeschaft; de rayons geven nu rechtstreeks hun boodschappen door aan het beleidscentrum.

Een hele verbetering in de communicatie. Maar de oude middelen worden achter de hand gehouden voor noodgevallen. Inclusief de ordonnans, die met zijn scooter de boodschappen overbrengt.

Noodnet

Ook op het waterschapshuis worden back-ups gekoesterd voor de moderne communicatiemiddelen die het werkproces hebben veroverd. Vanuit het beleidscentrum worden gemeenten, provincie, Gasunie en spoorwegen op de hoogte gebracht van de ‘ramp’. Mochten telefoonnetwerk, gsm en e-mail het laten afweten, dan is er altijd nog het nationale noodnet. In een achterafkamertje toont Beishuizen de laatste verbindingslijn met de buitenwereld. Het bakelieten toestel met kiesschijf maakt een oerdegelijke indruk. Net zo degelijk als die dijken van zand, klei, gras en gevlochten wilgentenen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels