nieuws

Maatwerk in bouw-cao: weg terug niet mogelijk

bouwbreed

De nieuwe bouw-cao is geen dure cao zoals eerder in Cobouw werd beweerd, stelt F. van Hove van de onderhandelingsdelegatie van het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB). Hij ziet het zelfs als een prima investering. En ook ligt er volgens hem weer een fundament onder de verhoudingen in de bedrijfstak.

Over de recent afgesloten bouw-cao lopen de opvattingen uiteen. In de meeste commentaren wordt vooral eenzijdig aandacht besteed aan de toegekende loonsverhoging. Een realistische uitkomst noemt de een dat, een ander heeft het juist weer over een ‘poen-cao’. Hoe dan ook, de bouw heeft met een realistisch oog op de toekomst bewust voor een 1-jarige cao gekozen: bijstellen is volgend jaar weer mogelijk.

Opvallend is evenwel dat de 5 procent loonsverhoging aardig in de pas loopt met bijvoorbeeld de timmer-cao (5,1 procent). De bouw blijft met 5,0 procent binnen de trend van de totaalsector. Ook daarbuiten zijn overigens cao’s afgesloten die op een nagenoeg gelijk niveau liggen. Soms is daar een verhoging van tien procent uitgesmeerd over twee jaar. In het cao-akkoord wordt extra aandacht besteed aan leerlingen en jongeren: het is juist deze categorie die in aanmerking komt voor 2 procent extra loon.

Een dure cao? In een wereld met evenveel hoofden als zinnen hoort verschil van opvatting tot de realiteit van het leven. Dat is op zichzelf allerminst desastreus. Verschillen van opvatting, zelfs conflicten, kunnen de bron worden van heel wat innovatie, omdat het vaak dwingt tot anders denken. Desastreus wordt het pas wanneer mensen er niet mee weten om te gaan. En het vervelende is dat in onze wereld haast niemand met verschillen van opvatting heeft leren omgaan. Terwijl het juist een van de vitaalste vaardigheden in onze maatschappij is.

Flexibel

In de bouw lag tevoren het conflict huizenhoog op tafel. Vooral veroorzaakt door de bouwbonden die een zes procent looneis hadden gesteld. Hoger dan elders in het bedrijfsleven. De bonden rechtvaardigden die eis door te claimen bij de vorige cao-afspraken tekort te zijn gekomen. Natuurlijk, “afspraak is afspraak”, zo zou het werkgeversstandpunt hebben kunnen luiden. Maar niet ontkend kan worden dat de bouwvakker er ten opzichte van het voorheen gebruikelijke systeem een tikkeltje bekaaid van af is gekomen. Tel daarbij op dat de afgelopen jaren economisch gezien redelijk tot voorspoedig voor de ondernemingen zijn verlopen en ziedaar, de uitgangspunten voor de bonden.

De werkgevers kenden andere problemen. Zij wilden behalve een marktconforme beloning voor hun medewerkers een eigentijdse cao. Met flexibiliteit en met zaken die voor de bouwvakker leiden tot voldoening in het werk (en tot motivatie). Modern sociaal beleid dus. Het is immers niet gewenst dat gedemotiveerde werknemers uit de bedrijfstak stappen, integendeel, de sector moet op de arbeidsmarkt aantrekkelijke voorwaarden kunnen bieden.

Motiverende factoren in de arbeidsrelatie bestaan uit diverse aspecten: prestaties kunnen leveren, erkenning voor die prestaties krijgen, het werk zelf, verantwoordelijkheden kunnen dragen en zelf beslissingen kunnen nemen. Zo kennen we ook de onvredebevorderende factoren: bedrijfsbeleid, supervisie en werkomstandigheden.

Aan al die zaken is tijdens de onderhandelingen conform het eerdere akkoord in de Stichting van de Arbeid aandacht besteed. Daarbij is op tal van terreinen een doorbraak gerealiseerd. Soms meer, soms minder. Er komt bijvoorbeeld erkenning voor de geleverde prestaties binnen een bedrijf: we gaan studeren op een systeem waarbij in de onderneming kan worden gekozen tussen een eigen winstdelingsregeling of – desgewenst – de in de bedrijfstak gehanteerde bonusregeling. En er komt een proef bij een aantal bouwbedrijven om de arbeidstijden en bedrijfstijden te verruimen, alsmede om arbeidsvoorwaarden uit te ruilen: het zogenaamde à la carte systeem. En vooral belangrijk daarbij: mensen mogen zelf kiezen, zelf verantwoordelijkheid dragen.

Verder wordt veel aandacht besteed aan veiligheid op de werkplek en arbeidsomstandigheden. Op het gebied van arbeidsomstandigheden gaat het niet zo zeer om meer regeltjes te introduceren, als om bewustwording bij werknemers en werkgevers na te streven.

Ik kan zo verder gaan: partijen zijn een pakket van maatregelen overeengekomen om scholingsmogelijkheden in de bouw te stimuleren, met name met als doel de toestroom naar de wao te verminderen. De werknemer krijgt, ingeval de werkgever na 3 maanden geen reïntegratieplan heeft opgesteld, het recht om naar een ‘erkend’ reïntegratiebedrijf te gaan voor opleiding, begeleiding en bemiddeling. Op kosten van de werkgever. Ook is een moderne regeling met betrekking tot arbeid en zorg (kinderopvang, palliatief- en rouwverlof) overeengekomen. Onbelangrijke zaken? Om de drommel niet. Het geeft aan dat we in deze cao-onderhandelingen hebben gestreefd naar eigentijdse arbeidsverhoudingen die passen in de 21ste eeuw.

Meerwaarde

Zijn deze afspraken voldoende om te spreken van een moderne cao, waarin meer maatwerk voor werknemer en werkgever gerealiseerd zal worden? Nee, maar het zijn wel de eerste noodzakelijke stappen. Het is een belangrijk markeerpunt: een weg terug is niet mogelijk.

Tot slot nog iets over de diverse collectieve fondsen in de bouw. Dikwijls onderwerp van discussie. Uitzendbureaus denken soms goedkoper te handelen, maar zij hebben heel andere – dikwijls mindere – ideeën over opleiding en risico’s voor werknemers. En zzp’ers zien van de diensten van die fondsen af omdat ze voor de waan van het nettobedrag kiezen.

Jammer? Ja dus, maar anderzijds moet je de durf hebben ook het werk van die fondsen kritisch tegen het licht te houden. Wat afstandelijk naar de materie kijken is goed zelfs: laat die fondsen hun meerwaarde maar bewijzen.

Het werkgeversstandpunt is duidelijk: gekozen wordt voor handhaving van de huidige fondsen. Daar is voldoende draagvlak voor, maar elk fonds zal de komende jaren zijn toegevoegde waarde moeten bewijzen.

Wie wil vernieuwen en hervormen, moet zijn nek uitsteken. Bonden in de bouw moeten bijvoorbeeld leren dat zij zich niet langer uitsluitend als klassieke tegenmacht kunnen opstellen. En de werkgevers? Die moeten beseffen dat eigentijds ondernemerschap betekent dat werknemers met passende middelen moeten worden gemotiveerd en beloond.

Tot slot, de bouw kende eerder diverse arbeidsconflicten. Misschien hebben die uiteindelijk tot de nodige innovatiebereidheid geleid. Dat bleek overigens in de praktijk nog best moeilijk, duurde zelfs negen onderhandelingsdagen lang, maar het resultaat is wel dat onder de verhoudingen in de bedrijfstak weer voldoende fundament is gelegd om daarop het sociale huis van de toekomst te bouwen.

Een dure cao? Het zal blijken dat het een prima investering is!

We hebben gestreefd naar arbeidsverhoudingen die passen in deze eeuw

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels