nieuws

Eindhoven legt risico’s sanering bij aannemers

bouwbreed

De Milieudienst Regio Eindhoven gaat een bodemsanering in het centrum aanbesteden (openbaar met voorafgaande selectie) met een resultaatsverplichting. Aannemers die op het project inschrijven moeten zelf aangeven op welke wijze zij de sanering gaan uitvoeren. Daarbij wordt de aannemer voor het gehele uitvoeringsproces verantwoordelijk en moet hij binnen de gestelde termijn de locatie schoon opleveren. “Enerzijds leggen we op deze wijze alle risico’s bij de aannemer maar anderzijds levert deze aanpak waarschijnlijk de beste saneringsmethode op”, zegt M. Koopmans van de Milieudienst Regio Eindhoven.

Het gaat om de bodemverontreiniging in de Palingstraat in het centrum van Eindhoven. Ruim een kwart eeuw is op die plaats een elektrische apparatenfabriek gevestigd geweest. Na de nodige bodemonderzoeken in de jaren tachtig werd duidelijk dat door het gebruik van ontvettingsmiddelen het terrein met zogenoemde gechloreerde koolwaterstoffen (CKW’s) verontreinigd is. Koopmans: “De verontreiniging in de grond is niet zo heel fors maar zit wel in een leemlaag en dat maakt de sanering iets lastiger.”

Ernstiger is de verontreiniging in het grondwater. Niet alleen is de vlek van tweehonderd bij zeshonderd meter zeer groot, maar de verontreiniging zit tot op een diepte van vijftig tot zestig meter. “En dat is behoorlijk diep”, benadrukt Koopmans. Door het beperkte provinciale budget voor bodemsaneringsprojecten duurde het echter tot vorig jaar dat de locatie voor definitieve sanering in aanmerking kwam. Een eerste voorstel van de Milieudienst om slechts een saneringsplan op hoofdlijnen op te stellen, werd door de provincie als te globaal afgewezen. Maar elders in de stad was al voorzichtig geëxperimenteerd met een vergelijkbare sanering met een resultaatsverplichting. Een dergelijke aanpak heeft volgens Koopmans collega H. Gorris, het voordeel dat je als opdrachtgever zeker weet dat de sanering wordt uitgevoerd en, niet onbelangrijk, binnen het vastgestelde budget blijft. “Bij veel saneringsprojecten stuit de aannemer op verrassingen waardoor het project in tijd en dus ook in kosten uitloopt.”

Projectgroep

Besloten werd om voor het project Palingstraat het fenomeen sanering met resultaatsverplichting verder uit te werken. Hiervoor werd een projectgroep opgericht met naast Koopmans en Gorris, vertegenwoordigers van de provincie en Grontmij. De lijnen voor de aanbesteding die morgen in deze krant wordt gepubliceerd zijn nu rond. R.J. Brouwer, adviseur bodemsanering van Grontmij: “Voor de sanering hebben we een programma van eisen opgesteld. Zo moet een deel van het terrein dat door Albert Heijn als parkeerterrein in gebruik is tijdens de sanering gewoon in gebruik blijven. Ook moet de aannemer de communicatie naar omwonenden regelen. Er is een aantal voorwaarden opgesteld waar men bij het inschrijven rekening mee moet houden. Alleen in de feitelijke sanering, dus op welke wijze de aannemer deze wil uitvoeren, is hij vrij.” De projectgroep verwacht dat zo’n tien bedrijven op het saneringsproject, waarmee enkele miljoenen guldens gemoeid zijn, zullen inschrijven. Vervolgens worden maximaal zes aannemers uitgenodigd een plan van aanpak te maken. Teamleider bodem van Grontmij A. Schreurs: “En dan komt voor de projectgroep het lastigste want dan moeten wij de verschillende technieken die de aannemers ongetwijfeld in hun plan van aanpak verwerken met elkaar gaan vergelijken op basis van eerder gestelde doelstellingen, randvoorwaarden en uitgangspunten. Om een voorbeeld te geven: de grondwatersanering kan niet gedaan worden door simpelweg het water op te pompen, te zuiveren en terug te pompen. Daarvoor zijn dus andere, wellicht biologische technieken voor noodzakelijk.”

Prikkelen

De prijs waarvoor de aannemers het werk willen doen is eveneens een belangrijk criterium maar vooral ook ervaring met saneringsprojecten in de binnenstad. “We hopen door deze wijze van aanbesteden de aannemers ook te prikkelen tot innovatieve methoden.” Is eenmaal de keus bepaald dan krijgt de uitverkorene de mogelijkheid zelf nog onderzoek te verrichten naar de verontreiniging of een pilot uit te voeren. Koopmans: “In dit stadium hebben zowel wij, als opdrachtgever, en de aannemer de kans om van samenwerking af te zien. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de aannemer stuit op andere verontreinigingen of dat wij de resultaten van de pilot toch niet zien zitten.”

Is hiervan geen sprake dan volgt het ‘go or no go’ besluit en wordt overgegaan tot het opstellen van een design- en constructovereenkomst, gebaseerd op de UAV-GC (geïntegreerde contracten) 2000. Erg veel ervaring hiermee is nog niet opgedaan bij bodemsaneringen en het gaat er vooral om dat de risico’s voor beide partijen zoveel mogelijk worden dichtgetimmerd. “Het mag duidelijk zijn dat de waarde van dit contract zich pas in zwaar weer zal bewijzen”, zegt Gorris. ‘Maar het is tegelijk niet de bedoeling de aannemer uit te kleden. Aan de andere kant is deze aanpak voor ons als opdrachtgever voordeliger. Immers, is de aannemer niet op het afgesproken moment klaar of de grond niet volgens afspraak schoon, dan zijn de kosten voor hem. Vroeger moesten wij bijlappen en dat is nu voorbij.”

Moeder en kinderen kijken vanuit de huiskamer belangstellend naar de shovel die bezig is met saneringswerkzaamheden

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels