nieuws

Après ski

bouwbreed

Het ligt waarschijnlijk aan de hoogte. Anders kan ik niet verklaren waarom ik de reactie van de verzamelde Randstad-bestuurders op de vijfde nota ruimtelijke ordening niet kan lezen in mijn berghut op de helling van een besneeuwde Alpentop. Spontaan optredende dyslexie? Nee, want ik heb zwaardere kost meegenomen en die leest als een trein.

Blijkbaar is het polder-beleids-proza gewoon niet te lezen op een hoogte van 1500 meter, na een dagje ski. Ik kom niet verder dan een paar regels en weet daarna absoluut niet wat ik heb gelezen. Een column over ‘Naar een blauwgroene Deltametropool’ houdt u dus van mij tegoed. Ik

onderneem een tweede leespoging op 6 meter boven NAP.

Dat andere boek dat ik meenam, ik ben namelijk niet dol op après ski tussen al die tandartsen, heet ‘Mutations’ en weegt anderhalve kilo. Het ziet er gelikt uit, plastic omslag in fel geel met een daarop geplakte kleine mouse-pad met titel en auteurs. Tussen de kunststof flappen: achthonderd pagina’s tekst en foto’s. Het gedrukte woord is ofwel loodzwaar of het bestaat uit hippe vormen van datascaping (tekst, beeld, kaart). ‘Mutations’ (uitgegeven door uitgeverij 010 in Rotterdam, ISBN: 84 95273 51) is de catalogus bij een tentoonstelling in het architectuurcentrum van Bordeaux.

Het is een fascinerend maar ook huiveringwekkend boek over een nieuwe stedelijke revolutie die in omvang zijn weerga niet kent en in een onverbiddelijk tempo op ons afkomt. In 1950 waren Londen en New York de enige steden met meer dan acht miljoen inwoners. In 2000 zijn er tweeëntwintig mega-cities in die categorie en in 2015 zullen het er drieëndertig zijn. Manilla groeit met 1400 personen per dag (New York: tweehonderd). De meeste van die nieuwe mega-steden zijn te vinden in Afrika en Azië. De komende tien jaar trekken vijftig miljoen Afrikanen naar de steden op dat continent.

Rem Koolhaas beschrijft de

explosie van de Pearl River Delta, een gebied iets groter dan de Randstad. Het gaat om zeven Chinese steden, liggend in een hoefijzer rondom deze rivierdelta, met Hongkong en Macao als de hoekpunten. Nu treffen we er twaalf miljoen inwoners aan (Randstad: zes miljoen) en in 2020 verwacht men vierendertig miljoen inwoners. Deze casestudy is onderdeel van het Harvard Project on the City. Koolhaas is vooral gefascineerd door het feit dat deze stedelijke lawine zonder veel inbreng van architectuur en planning tot stand komt.

In een tweede Harvard-project wordt Lagos (Nigeria) geanalyseerd. Deze Afrikaanse boomtown telt vijftien miljoen inwoners en groeit met 350 duizend inwoners per jaar. Het fascinerende van deze megalopool is dat hier in nog sterkere mate dan in China, elke referentie aan ons

type stedelijke planning ontbreekt. Het lijkt er ook niet op dat dit er nog van komt. Want op een of andere manier functioneert het systeem wel. De auteurs zien in Lagos vooral een uitvergroting van wat ons in Amerikaanse steden te wachten staat.

Het deel over de Amerikaanse stad, van de hand van Sanford Kwinter, met haar geïmplodeerde centra en ongelimiteerd uitdijende suburbane pindakaas, is een absoluut hoogtepunt in horror scenario’s.

De foto’s spreken boekdelen. Bijna tien miljoen Amerikanen

wonen in ‘gated communities’ en de tweehonderdduizend verenigingen van eigenaren zijn hard bezig om onafhankelijke stad-status te verwerven. Rijk Amerika verschanst zich in donut city. Veertig procent van de huishoudens heeft een vuurwapen. Af en toe neemt de zoon des huizes het ding mee naar school….

In het hoofdstuk over Shopping (onderdeel van het Harvard-project) worden tamelijk radicale stellingen betrokken. Winkelen wordt gezien als laatst overgebleven vorm van publieke activiteit. Het koloniseert elke vorm van stedelijke leven. Niet alleen de musea en de luchthavens zijn ermee vergeven maar inmiddels ook de kerken, de overheid, het onderwijs en het leger. Afgaand op de omzet is de firma Schiphol geen luchthaven-exploitant meer maar een winkelbedrijf. Dit kon allemaal gebeuren dankzij roltrap en airco. De nieuwste elektronische systemen als de ‘tracker’ maken het mogelijk nog veel meer in te spelen op het koopgedrag van de consument. In Singapore heeft dit ertoe geleid dat de traditionele ‘urban masterplans’ zijn vervangen door netwerken van geclusterde programma’s van consumptiegoederen.

Europa wordt gecoverd door de Italiaan Stefano Boeri. Met behulp van de filosoof Foucault is hij op zoek naar ‘uncertain spaces’, plaatsen waar zich sociale, culturele en fysieke mutaties voordoen. Er volgen 26 cases waaronder het ‘leisure landscape’ in Noord-Brabant en de

gay-netwerken van onze hoofdstad. Een heel interessant voorbeeld is het Alpengebied. In de Zwitserse dalen vormt zich een nieuwe stedelijke structuur in een extreem lage dichtheid en die bij elkaar wordt gehouden door groene gebieden. Het is één grote groene stad. Boeri: “Finally the city is everywhere, finally it is natural”.

Lijkt me een interessante excursie voor de bestuurders in de Randstad….

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels