nieuws

1928 Pagina’s vuurwerkramp, maar geen schuldige

bouwbreed

De gemeente Enschede heeft aan alle kanten geblunderd met de afgifte en handhaving van de vergunningen voor het vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks. Het vuurwerkbedrijf had te veel en te zwaar vuurwerk en gebruikte illegaal enkele zeecontainers als opslagruimte. Het Rijk faalt omdat goede wetgeving ontbreekt, die de veiligheid van burgers moet waarborgen. Bovendien beschikt de landelijke overheid over informatie die ze verzuimde met gemeenten te delen.

Drie partijen die verantwoordelijk zijn voor de ramp, nochtans wijst de commissie-Oosting geen schuldige aan. De commissie-Oosting overhandigde gisteren het 1928 pagina’s tellende rapport ‘De Vuurwerkramp’ aan de gemeente Enschede, de provincie en het Rijk. Ondanks de felle kritiek weigert de commissie-Oosting antwoord te geven op de feitelijke schuldvraag.

“Dat behoorde niet tot onze taak”, verdedigde commissievoorzitter Oosting. “Er zijn op alle niveaus bij zowel gemeente, rijksoverheid als ondernemer fouten gemaakt. De discussie over schuld moet in de gemeenteraad, de Tweede Kamer en voor de rechter worden gevoerd.”

Tien keer zoveel

S.E. Fireworks begon in 1976 met 18.000 kilo vuurwerk en eindigde op 13 mei 2000 met tien keer zoveel. Veertigduizend kilo meer dan was toegestaan. “Dat zou op zich nog niet zo erg zijn geweest als het om consumentenvuurwerk ging. Maar in werkelijkheid was negentig procent van de totale hoeveelheid van een zwaarder kaliber. Er lag zelfs massa-explosief vuurwerk bij licht vuurwerk opgeslagen. Dat betekent dat de totale opslag in die ruimte massa-explosief was geworden.”

De brand ontstond in de werkplaats, waar op dat moment 900 kilo vuurwerk lag. De commissie-Oosting laat in het midden hoe de brand is ontstaan. Brandstichting sluit ze niet uit. Maar ook kortsluiting of zelfontbranding behoren tot de mogelijke oorzaken. Feit is dat het vuurwerk volgens de vergunning buiten werktijd nooit in de werkplaats had mogen liggen. Tevens waren er onvoldoende brandwerende voorzieningen getroffen en kon het vuur makkelijk overslaan en kon groeien tot de fatale klap.

Professioneel

Oosting legt de verantwoordelijkheid van de ramp primair bij S.E. Fireworks. “Het bedrijf is tekort geschoten in zijn verantwoordelijkheid voor veiligheid, zoals de samenleving van een professioneel ondernemer mag verwachten. De directie mag zich niet verschuilen achter diverse overheden, hoewel deze het bedrijf wel de ruimte ervoor gaven.”

Hard oordeelt de onderzoekscommissie over de rol van de rijksoverheid. Bij de vuurwerkramp in Culemborg in 1991 (twee doden) bleek al dat zwaar vuurwerk op de etiketten een lichtere classificatie kreeg. Diverse ministeries werden hiervan op de hoogte gesteld. Oosting: “Niettemin verzuimde het Rijk deze kennis te delen met gemeenten. Evenmin heeft de Rijksverkeersinspectie het vuurwerk ooit gecontroleerd, niet bij binnenkomst en niet bij het transport.” Oosting noemde dit “een ernstige nalatigheid”.

Daarbij laat de wetgeving te wensen over, omdat overheden de verantwoordelijkheid hierover op elkaar af hebben geschoven, zo concludeerde de onderzoekscommissie. Pas na de ramp in Enschede is er vaart gezet achter het Vuurwerkbesluit.

De gemeente Enschede moet harde kritiek incasseren ten aanzien van haar vergunningenbeleid. Bij de afgegeven milieuvergunningen ontbraken voorschriften over brandwerende voorzieningen en branddetectie- en bestrijdingssystemen en verzuimde ze de naleving te controleren.

Aanbevelingen

Het rapport van de commissie-Oosting bevat maar liefst zestig aanbevelingen, om te voorkomen dat een ramp zoals in Enschede ooit nog in Nederland gebeurt. De belangrijkste adviezen liggen vooral op het vlak van de regelgeving en handhaving. Oosting: “Er is een culturele revolutie nodig in het openbaar bestuur. De veiligheid van burgers moet topprioriteit krijgen.”

Op pagina 3:

* Enschede bedekte overtredingen met vergunningen.

* Provincie wil landelijke risicokaart op internet.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels