nieuws

Schoonheidsfoutje

bouwbreed

Waarom ziet de Chinees in Rotterdam-Prinsenland eruit als een mortuarium? Willem Ruyters volgde het spoor terug langs de grillige wegen van welstand. Een treffende casus van willekeur en ‘collegiaal overleg’. Welstandstoezicht blijkt zo transparant als een gesloten deur.

Mijn eerste kennismaking met de Rotterdamse welstand werd nogal overheerst door een gesloten deur. Een transparante, glazen, doorzichtige, dichte deur. Naast me staan enige geheel in het zwart geklede heren. Je moet nooit te snel generaliseren, maar dit lijken architecten. Ik bevind me dus op de juiste tijd en op de goede plaats voor de gesloten deur van De Unie. Vanavond zal de welstandscommissie het Eerste Verslag van de Welstand Rotterdam aan de Rotterdamse bevolking presenteren. Zo stond het in de krant, zo kondigde welstandslid Michelle Provoost het ook enige weken eerder aan in een toespraak tot een zaal vol genodigden. Die avond deelde de commissie het boek uit aan de mensen die er toe doen in Rotterdam. Deze avond, mijn avond blijft de deur echter dicht.

De volgende dag vertelt de mevrouw van De Unie me dat de welstandsleden bij nader inzien niet goed hadden geweten waar ze het over moesten hebben. Ook verwachtten ze geen bezoekers.

Elitair

Eens per twee weken vergaderen hoog in één van de Europoint-torens zes onafhankelijke deskundigen en een burgerlid. In vier uur tijd behandelen de commissieleden zo’n tien bouwplannen. Alle deskundigen van de welstand hebben een universitaire titel. Het burgerlid heeft een dr.-titel. Alle leden zijn wit en autochtoon. Drie procent van de Rotterdamse bevolking voldoet aan de eigenschappen wit, autochtoon, universitaire titel. Michelle Provoost opent haar toespraak september 2000 met de woorden: “De Rotterdamse welstandscommissie is geen elitair gezelschap. Drie van de zeven leden zijn zelfs vrouw en jonger dan veertig jaar.”

De vergaderingen op Europoint zijn openbaar. De afgelopen tien jaar heeft geen enkele Rotterdammer de vergaderingen bezocht. Eens in de twee weken stuurt de uitvoerend secretaris de agenda van de komende vergadering naar de Rotterdamse pers. De afgelopen tien jaar heeft de plaatselijke pers nog nooit de agenda van de welstandscommissie gepubliceerd.

De commissie oordeelt of de bouwplannen voldoen aan redelijke eisen van welstand. Sinds 1991 zijn aan deze algemene regel nadere criteria toegevoegd. Men let onder andere op de massa, structuur, maat en schaal, detaillering, materiaalkeuze, en kleurstelling van het bouwwerk.

Uit deze groep aandachtspunten blijkt de invloed van de modernistische architectuur op de vorm van de welstandscriteria. Toch waren de echte modernen tegen welstandscommissies. Zoals architect J.J.P. Oud het zei: “Een schoonheidscommissie zal altijd het ongebruikelijke onmogelijk maken.”

Abstracte criteria maken veel afwijzingsgronden mogelijk. Afwijzen om reden van stijl staat echter niet in de criteria.

Oosters en westers

November 1993 wendt de architect E. van Doorn zich tot de welstandscommissie. Zijn opdrachtgever C.C.Chu wil in de wijk Prinsenland een restaurant bouwen. Het moet een nieuw concept worden. Een Japans restaurant in combinatie met een exclusief Chinees restaurant. Chinees afhalen kan voortaan bij een drive-in loket. Meneer Chu heeft heldere ideeën. Zo wil hij een open keuken. Dat wekt vertrouwen. Ook vormen al die wokken op het vuur een spectaculair gezicht.

De welstandscommissie gaat niet akkoord met het ontwerp. Zij vindt het ontwerp niet oosters en niet westers genoeg.

Dit verhaal speelt halverwege de negentiger jaren, tijdens de hausse aan gesubsidieerde architectuurreizen richting Azië. Ook kon je, door ’s nachts slim te zappen langs doelgroepzenders als Hongkong-TV, met eigen ogen constateren, dat de concepten oosters en westers aan een herziening toe waren. Het begrip oosterse en westerse architectuur is een leeg begrip. Een stijlloze stijluitspraak.

Moderne hypocrisie

Om meer vaart in het proces te krijgen schakelt meneer Chu vervolgens architect Van Empel in. Deze heeft ervaring met het bouwen van Chinees-Indische restaurants verspreid over heel Nederland.

Van Empel gaat verder met het laatste uiteindelijk goedgekeurde schetsontwerp van architect Van Doorn. Aan het getrapte hoofdvolume wijzigt hij niets. Wel verandert hij de materiaalkeuze. Metaal vervangt hout. De commissie vindt het ontwerp nu een utilitaire uitstraling hebben, ongeschikt voor een restaurant. Vorm en functie sluiten elkaar uit.

Architect van Empel raakte één van de verborgen agendapunten van de welstandscommissie. Hoewel het criterium niet in de verordening staat, is het afwijzingsgrond voor veel plannen. De welstandscommissie gelooft dat het verband tussen vorm en functie niet door conventie tot stand komt, maar dat functies vormen oproepen. En omgekeerd. In deze commissie heerst nog altijd de onschuld van 1928. Of de moderne hypocrisie.

Er volgen drie gewijzigde schetsontwerpen. En drie afwijzingen. Architect Van Empel schrijft een brief naar de wethouder. Hoewel deze wethouder de afwijzing van de koopgoot door dezelfde commissie wel neutraliseert, doet hij nu niets. De commissie vond de koopgoot “te Italiaans, te frivool, te modieus”. Waarschijnlijk was de wethouder wel in Italië geweest en nog niet in China. Het kan ook aan het verschil in de grootte van de investeringen gelegen hebben.

Collegiaal overleg

Er is nu anderhalf jaar ontworpen, er zijn zes schetsontwerpen gemaakt, er is geen door de welstand goedgekeurd plan, de politiek laat het afweten, de financier wordt ongeduldig, meneer Chu grijpt in: “Ik zeg tegen de welstandscommissie. Meneer Van Doorn was niet goed, meneer Van Empel was niet goed. Zeggen jullie nu maar wie ik wel moet nemen. Ze zeggen, neem meneer Karssenberg. Meneer Karssenberg had toevallig hetzelfde accountantsbureau als mijn bedrijf. Dat wekte vertrouwen.”

Voor de niet zo goede verstaander, al de planvorming vond plaats binnen het zogenaamde “collegiale overleg”. Architecten onder elkaar. Geen openbare vergadering aan te pas gekomen.

Meneer Karssenberg is een niet-geregistreerd architect, ironisch genoeg. Zijn ontwerp heeft een ‘gewaagde’ massa-opbouw. Een doosvorm. De universele expressie van een bijzondere emotie. Tegelijkertijd met de bouw van de Chinees verschenen verschijnen daarnaast, aan dezelfde straat in Prinsenland, in vergelijkbare dozen een mortuarium en een fietsenhandel. Dit leidde tot pijnlijke misverstanden kort na de opening.

De commissie is enthousiast over het ontwerp. Het Chinese komt goed tot uiting in de buitenbekleding. Chinese leisteen zegt de leverancier. Er is geen sprake meer van een technisch-utilitaire uitstraling.

Las Vegas

Voorspelbaar, de wetten volgend van de Amerikaanse architectuurtheoreticus Venturi – lees diens “Learning from Las Vegas” – verscheen het eerste jaar na de bouw al een grote samurai-helm in de voortuin. Tegen de zijkanten van het gebouw kwamen in het tweede jaar gebouwgrote lichtreclames: Chinese tekens. Het derde jaar volgden lichtlijnen.

De fietsenhandel een paar dozen verder laat op dit moment een reclamezuil neerzetten. Hoogstwaarschijnlijk is de ultieme bekroning van de Chinees tot Chinees niet ver weg meer.

Willem Ruyters

Projectontwikkelaar, Rotterdam

Een doos: de universele expressie van een bijzondere emotie

Hoewel stijl geen beoordelingscriterium mag zijn, wees welstand dit ontwerp voor een Chinees restaurant af als noch westers noch oosters genoeg, wat die termen ook mogen betekenen.

Drie architecten en vele ontwerpen later: een doos. Chinese leisteen maakt echter een doos nog niet tot een Chinees-Japans restaurant. Dus verschenen later de samurai-helm en lichtreclames.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels