nieuws

‘Met grond valt goed te verdienen’

bouwbreed

Doel van het grondbeleid is de zeggenschap en keuzevrijheid van de burger te vergroten, stelt staatssecretaris Johan Remkes. Dat kan met de gemeente als regisseur, met meer concurrentie tussen ontwikkelaars en meer particuliere kavels. Slechts op enkele specifieke plekken is het nodig om de grondprijzen te dempen.

Want het is een groot misverstand dat woningen zo duur zijn omdat grondprijzen zijn gestegen.

Met een schaars goed valt goed geld te verdienen. Dat is een economische wetmatigheid die zeker opgaat voor de grond onder onze voeten. We moeten ervoor zorgen dat de grond eerlijk en rechtvaardig wordt verdeeld tussen al onze publieke en private belangen.

De Nota grondbeleid geeft de overheid een aantal instrumenten om te zorgen dat publieke doelen van kwaliteit en zeggenschap ook in de praktijk gerealiseerd worden.

Als regisseur van ruimtelijke plannen is de gemeente van groot belang. Hoewel gemeentelijk grondbezit geen absolute voorwaarde is om de gemeente een stevige positie bij de ruimtelijke inrichting te geven, biedt dat wel extra mogelijkheden. Maar ook als grond in particulier bezit is, bij faciliterend grondbeleid, moeten we er zeker van kunnen zijn dat ook de particuliere grondeigenaar bij de ontwikkeling van nieuwe woonwijken en groengebieden z’n steentje bijdraagt aan het realiseren van publieke voorzieningen. Zeker ook om de zogeheten free-riders, die ontwikkelaars die zich daar willens en wetens aan onttrekken, dezelfde verplichting op te leggen. Gemeenten krijgen daarvoor het instrument van de exploitatievergunning.

Via de kostenlijst wordt duidelijk welke kostenposten private partijen wel en niet voor hun rekening moeten nemen. Wél: de kosten van voorzieningen waar lokaties significant voordeel van hebben. Niet: verevening tussen plannen, want daarbij ontbreekt het oorzakelijk verband

Als de gemeente de grond zelf wèl in handen heeft, kan ze onder meer concurrentie tussen ontwikkelaars bevorderen. Dat gebeurt nu nog veel te weinig. Meer concurrentie kan bijdragen aan het verbeteren van de prijs-kwaliteitverhouding.

Ik ben bereid met gemeenten en marktpartijen te overleggen en afspraken te maken over de meest wenselijke weg om dat doel te bereiken. Wetgeving heeft daarbij niet mijn eerste voorkeur, maar is wel een stok achter de deur; dat geldt ook voor de financiële instrumenten van het rijk.

Daarnaast ben ik van mening dat gemeenten die wel zelf grond in handen hebben en die dus een actief grondbeleid voeren, dat transparanter moeten doen. Je hoort nog wel eens verhalen dat gemeentelijke grondbedrijven flink wat geld verdienen voor gemeenten. Dat zal ongetwijfeld niet in alle gemeenten het geval zijn. Maar ik wil wel dat duidelijker wordt hoe groot de inkomsten zijn, en waarborgen dat die voor kwaliteit en zeggenschap benut worden.

Voorkeursrecht

De Wet voorkeursrecht gemeenten zal gaan gelden voor alle gemeenten in Nederland. Daarmee geven we ze een instrument in handen om hun regierol naar behoren te vervullen, ook bij stedelijke herstructurering en bij de bepaling van rode contouren. Daarnaast zullen we procedures stroomlijnen, en de wet op een aantal punten verhelderen. Voorwaarde is wel dat gemeenten plannen voor commerciële projecten vervolgens openbaar aanbesteden; de rol van gemeentelijke projectontwikkelaar vind ik ongewenst.

We doen op dit moment ook iets bewust niet, namelijk het aanpakken van samenwerkingsconstructies bij art 26. Hier is veel ophef over, en er zijn partijen die zeggen dat we de wet op zeer korte termijn zo moeten aanpassen dat die constructies onmogelijk worden. Maar het kabinet ziet in het licht van de uitspraken van de Hoge Raad geen reden voor een spoedreparatie.

Open ruimteheffing

Veel aandacht is er ook voor het instrument van de open-ruimteheffing. Sommigen betreuren dat we nu niet kiezen voor zo’n heffing. Maar er heerst nog flink wat spraakverwarring over en we hebben nog belangrijke vragen te beantwoorden. Bijvoorbeeld: hoe bepalen we de hoogte van de heffing, wat zullen de effecten op het gedrag van marktpartijen zijn? Zelf ben ik bang dat het nog een hele klus zal zijn zo’n heffing praktisch handen en voeten te geven.

Daarom gaan we dit jaar een studie doen om te kijken of het echt een goed idee is. Zo ja, dan gaan we er in de praktijk mee experimenteren. Maar dan wel als aanvulling op, en niet in de plaats van het contourenbeleid, zeg ik er meteen bij.

Mythes

Ik denk dat ik met deze uitleg ook stof heb aangedragen om een aantal mythen en misverstanden uit de wereld te helpen.

Het grootste misverstand is dat woningen zo duur zijn omdat de grondprijzen zo gestegen zijn. Dat is niet waar. Het is ook niet waar dat de prijsstijgingen primair zijn veroorzaakt door speculatie en de strijd tussen tussen boeren, projectontwikkelaars en gemeenten. Ik ontken niet dat die beweging bestaat, maar die heeft de prijzen slechts marginaal beïnvloed.

Grondprijzen stijgen in de eerste plaats omdat woningen duurder worden. En dat is weer een gevolg van de toegenomen welvaart en een zekere ruimtelijke schaarste vanwege de noodzaak in ons ruimtelijk beleid de open ruimte te beschermen.

Dat brengt me op de mythe dat grondbeleid een eind moet maken aan alle grondprijsstijgingen. Ik geloof niet dat dat kan, en niet dat het wenselijk is. Niemand zal ook de behoefte hebben aan een dirigistische vorm van plannen waarbij de overheid de grondprijs van Delfzijl tot Maastricht bepaalt. Waar het om gaat is grondprijzen te dempen op specifieke plekken, bijvoorbeeld in groene gebieden waar we de Ecologische Hoofdstructuur willen realiseren. Daaraan dragen maatregelen als contourenbeleid en exploitatievergunning bij.

Het zou ook een misvatting zijn te denken dat we er met de Nota grondbeleid alleen maar op uit zijn om de positie van gemeenten te versterken. Integendeel, ik denk bijvoorbeeld dat de grote meerderheid van ontwikkelaars er baat bij heeft dat ook free riders gedwongen kunnen worden hun verantwoordelijkheid in te vullen.

Particulier

Ons uiteindelijke doel is juist de positie van de burger te versterken. Die meer zeggenschap en keuzevrijheid te geven. Willen we de kabinetsdoelstelling van ruim dertig procent particulier opdrachtgeverschap in 2005 realiseren, dan zullen daar voldoende kavels voor beschikbaar moeten zijn.

Ik bespeur bij veel gemeenten nog steeds grote terughoudendheid en koudwatervrees voor het vrije opdrachtgeverschap. Wil je mensen werkelijke keuzevrijheid bieden om een van hun eerste levensbehoeften, namelijk wonen, in te vullen, dan is particulier (of collectief) opdrachtgeverschap een belangrijk instrument.

Natuurlijk kan dat soms wat extra werk meebrengen voor de gemeente. En natuurlijk zullen niet alle plannen even mooi zijn naar de smaak van de bestuurders, maar er zijn op stedenbouwkundig vlak voldoende randvoorwaarden te stellen om te zorgen dat ook in esthetische zin de kwaliteit voorop blijft staan. Ik heb daar overigens op een aantal plekken in Nederland zeer goede voorbeelden van gezien. En bovendien: het zijn toch de burgers die in die huizen moeten wonen; mogen ze daar dan ook zelf invloed op hebben?

Dit is een verkorte versie van de gisteren toespraak bij de officiële presentatie van de Nota grondbeleid

Grondprijzen stijgen omdat woningen duurder worden

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels