nieuws

Meer geld naar voorbereidingsfase bouw dammen

bouwbreed

Nieuwe, internationale richtlijnen voor de bouw van (stuw)dammen kunnen gespecialiseerde advies- en ingenieursbureaus extra werk opleveren. Dat verwacht ir. J. van Duivendijk, universitair docent energiewaterbouw aan de TU Delft en gepensioneerd waterbouwkundig adviseur bij Haskoning in Nijmegen.

“De voorbereidingsfase bij een bouwplan wordt belangrijker. Nu bedragen de kosten van voorstudies gemiddeld 5 procent van de bouwsom. Dat is straks 10 à 15 procent.”

De richtlijnen zijn uitgevaardigd door The World Commission on Dams (WCD). De Wereldbank en de Verenigde Naties stelden deze commissie in om een eind te maken aan de wereldwijde controverse over nut en noodzaak van (vooral) stuwdammen. Voor- en tegenstanders van grootschalige dammenbouw werkten in de WCD samen aan een protocol. Het resultaat was het rapport Dams & Development (Dammen & Ontwikkeling).

“De tien geboden voor dammenbouwers”, noemt Van Duivendijk het lijvige rapport. Hij verwacht dat landen of organisaties die zich niet houden aan de richtlijnen geen fondsen meer krijgen van internationale organisaties.

Morele druk

“De vraag is natuurlijk wat dat in de praktijk betekent”, zegt Van Duivendijk, die zelf betrokken was bij damprojecten in dertig landen. “Landen als India en China zullen zich er in eerste instantie waarschijnlijk niks van aan trekken. Maar toch ontstaat internationaal een zekere morele druk. En daar is dit soort landen best gevoelig voor. Ik verwacht dat de impact van dit rapport op termijn groot zal zijn.”

Van Duivendijk hoopt dat het rapport van de WCD – “een soort ethisch reveille van ingenieurs”- een einde maakt aan de vruchteloze discussies waarmee bouwplannen voor dammen nu vaak gepaard gaan. Want hoewel dammen vaak worden gezien als hét symbool van de vooruitgang, heeft onverantwoorde dammenbouw in veel landen enorme schade aangericht.

Van Duivendijk: “Een dam op zich is niet slecht. Een stuwdam kan wel degelijk ontwikkeling en economische vooruitgang betekenen. Een dam kan nodig zijn voor energieopwekking, irrigatie, bestrijding van overstromingen of de drinkwatervoorziening. Een dam kan de kwaliteit van het leven van mensen verbeteren en bijdragen aan de welvaart. Het gaat erom dat weloverwogen keuzes worden gemaakt.”

Vijftigduizend

Hoe groot het probleem is, blijkt uit de aantallen: de wereld kent circa 50.000 grote dammen, dat wil zeggen: dammen van 15 meter en hoger. Nederland heeft volgens deze definitie tien grote (afsluit)dammen, zoals de Oosterscheldedam en de Haringvlietdam.

Vooral na de Tweede Wereldoorlog is op grote schaal gebouwd. De WCD schat dat in de bouw van dammen wereldwijd de afgelopen vijftig jaar in totaal twee triljoen dollar is gestoken. Opkomende industrielanden zetten ook nu nog in hoog tempo enorme stuwdammen neer. In India waren, blijkens het rapport van de WCD, in 1997 960 grote dammen in aanbouw, in Turkije 193, in Zuid-Korea 132 in Japan 463, in Iran 48 en in China 280, waaronder de omstreden Drieklovendam.

De richtlijnen van de WCD komen er op neer dat voorafgaand aan de bouw van een (stuw)dam veel meer onderzoek moet worden gedaan naar nut en noodzaak. Uit het rapport van de WCD blijkt dat het daar met name in ontwikkelingslanden en nieuwe industrielanden vaak aan schort.

Van Duivendijk kent zelf het voorbeeld van Iran, waar op basis van verkeerde voorstudies de Sefid Rud-dam werd gebouwd. Tien jaar na de opening was het stuwmeer achter de dam bijna dichtgeslibd.

Soms is de bouw van een dam volstrekt overbodig, omdat voldoende goede alternatieven beschikbaar zijn, is Van Duivendijk het met conclusies in het WCD-rapport eens.

Kredietaanvragen

Veel ellende kan worden voorkomen door uitgebreide, degelijke voorstudies, aldus Van Duivendijk. “Het voortraject wordt overal ter wereld belangrijker. Er wordt meer tijd voor uitgetrokken en meer geld aan besteed. Goed vooronderzoek kan niet alleen verkeerde beslissingen voorkomen, maar zal ook worden meegenomen door de internationale financieringsinstellingen in de beoordeling van kredietaanvragen.”

Het vooronderzoek zal zich niet alleen beperken tot louter technische en economische kwesties, maar bestrijkt ook sociale, maatschappelijke en ecologische aspecten, zegt Van Duivendijk. “Met de aanpak zoals de WCD die voorstaat, hebben we in Nederland ruime ervaring. In feite zijn al onze grote dammen en dijkverhogingsprojecten de laatste twintig jaar op deze wijze gerealiseerd. Nederlandse advies- en ingenieursbureaus hebben in de loop der jaren op dit terrein veel kennis en ervaring opgedaan.”

Het rapport Dams & Development staat op 22 maart op de agenda tijdens het symposium Dikes and dams in development in Delft.

‘Internationale organisaties kritischer’

J. Timmerman van de ONRI, de brancheorganisatie van raadgevend ingenieursbureaus, merkt aan den lijve dat internationale organisaties kritischer kijken naar plannen voor dammen. Timmerman, een van de weinige ‘stuwdamdeskundigen’ van Nederland, beoordeelt momenteel de situatie rond twee grote stuwdammen in Vietnam. Afhankelijk van zijn rapport steekt de Wereldbank geld in projecten stroomafwaarts van de dammen.

“Tot voor kort zou de Wereldbank nooit een dergelijk onderzoek hebben laten uitvoeren”, zegt Timmerman. “Zoiets werd beschouwd als de verantwoordelijkheid van de betreffende regering. Maar nu willen organisaties als de Wereldbank en de Asian Development Bank eerst inzicht hebben in de gevolgen en de risico’s voor de omgeving en de bevolking.”

Timmerman is blij met het verschijnen van het WCD-rapport. “Het betekent dat ingenieursbureaus meer tijd en mogelijkheden krijgen voor voorstudies. Tot nu toe waren ze vaak gedwongen om in te korte tijd een advies uit te brengen, een advies dat daardoor altijd onvolledig was. Een goed vooronderzoek kost zeker twee jaar. Daar wilden veel regeringen niet op wachten. Bouwen en wel zo snel mogelijk, was het devies. Nu vragen regeringen steeds vaker zelf om een gedegen onderzoek.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels