nieuws

Gedogend besturen, willekeurig ingrijpen

bouwbreed

Voor wie in de dagelijkse praktijk regelmatig te maken heeft met vergunningen – of dat nu een bouw-, milieu-, monumenten-, of gebruiksvergunning is – kan Enschede en Volendam niet als een donderslag bij heldere hemel gekomen zijn.

Er is in ons land een ingeslopen praktijk van het toestaan van het op grote schaal én stelselmatig afwijken van de regels. Misschien is dat inherent aan een sterk gereguleerde samenleving als de onze. Hoe meer regels, hoe groter de neiging om daarvan af te wijken en die afwijkingen toe te staan. Dat is in sommige gevallen ook niet zo erg.

Ik kan mij namelijk niet voorstellen dat het niet voldoen aan de “Beschikking opschrift palen van de kring van een eendenkooi” – ja, dat bestaat écht – tot onaanvaardbare situaties zal leiden.

Mensenlevens

Anders ligt dat met voorschriften die betrekking hebben op de veiligheid van de mens en zijn omgeving. Die voorschiften, zoals brandveiligheidsvoorschriften en bouwvoorschriften, zijn juist opgesteld om de mens te beschermen en het is ongewenst dat de overheid die voorschriften niet handhaaft. Er staan immers mensenlevens op het spel.

Toch gebeurde en gebeurt het op grote schaal. Er zijn vele redenen te bedenken waarom dat gebeurt maar ik denk dat het in de meeste gevallen terug te voeren is op gemakzucht. Het is gewoon gemakkelijker om de toestand te laten zoals die is dan om in te grijpen. Dat wekt alleen maar tegenreacties – procedures! – op en vergt veel energie. Dus laat het bestuur de in strijd met de regels bestaande toestand maar zo. Dat heet “gedogend besturen”.

Iedereen kent uit zijn omgeving vast ook voorbeelden van het tegenovergestelde: het ingrijpen als er eigenlijk geen noodzaak voor is. Wie kent niet de situatie dat iemand een schuurtje, waarvan niemand last heeft en dat vanaf de weg niet zichtbaar is en dat overigens ook uit bouwkundig oogpunt niets mankeert, moet afbreken omdat er geen vergunning voor is afgegeven? De gemeente brengt het gehele ambtelijk apparaat in stelling tegen deze grote misstand en dreigt met behulp van bestuursdwang zelf het schuurtje te slopen (“amoveren” staat er dan in de aanschrijving) als de eigenaar dat niet onmiddellijk zelf doet.

Prioriteiten

Zelf heb ik dan altijd het idee dat de overheid in zo’n geval zo heftig reageert omdat zij zich in het wezen van haar bestaan voelt aangetast omdat dit eenvoudigweg is ontkend. Er werd immers niet eens een vergunning áángevraagd.

Dat is kennelijk heel wat anders dan wanneer wél een vergunning is aangevraagd en afgegeven maar deze niet wordt nageleefd.

Dan resteert alleen nog de vraag waarom de overheid in een geval als dat van Volendam niet optreedt en bij het schuurtje wél?

Ik heb er natuurlijk geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan maar ervaring in de praktijk leert dat er in het geval van het schuurtje altijd een constante factor is: de klagende buurman of buurvrouw.

Die zorgt er altijd weer voor dat de gemeente in dat geval wel in beweging komt. En dat gaat blijkbaar ten koste van het controleren van de naleving van de voorschriften die aan een eenmaal afgegeven vergunning zijn verbonden.

Dit getuigt van een volstrekt gebrek aan prioriteitenstelling ofwel het niet kunnen onderscheiden van belangrijke en minder belangrijke regels. Dit heet in juristenland “willekeur”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels