nieuws

‘Directeuren kleine bouwbedrijven zijn goud waard voor langdurig werklozen’

bouwbreed

Kleine bouwbedrijven zijn beter in staat langdurig werklozen terug te brengen in het arbeidsproces dan grote. Dat komt doordat zij meer zijn betrokken bij het personeel op de werkvloer dan directeuren van grote ondernemingen. Hierdoor worden mensen die een tijd uit de roulatie zijn geweest, soepeler begeleid.

Zo verklaart de Tilburgse wethouder Luijendijk (sociale zaken) dat het project Social Return Bouw binnen zijn gemeente succesvol verloopt. “Kleine bedrijven zijn goud waard om mensen die langer dan een jaar zonder werk zitten, terug te brengen in het arbeidsproces.”

De gemeente Tilburg telt ongeveer zesduizend mensen die al langer dan een jaar werkloos zijn. Het is de bedoeling om ongeveer de helft via intensieve bemiddeling van het arbeidsbureau en met medewerking van het bedrijfsleven aan een baan te helpen. Hiervoor zijn verschillende bedrijfstakken benaderd. Het arbeidsbureau heeft twee mensen vrijgemaakt die potentiële kandidaten benaderen. Als zij willen meewerken, worden ze in contact gebracht met een werkgever, die in principe een jaarcontract met hen afsluit. Als beide partijen daarmee instemmen, wordt het contract na een jaar omgezet in een vast dienstverband. De gemeente subsidieert het project.

In 1999 besloten gemeente, Arbeidsvoorziening en het NVOB bij wijze van experiment een aantal langdurig werklozen naar de bouw te sluizen. Uit een evaluatie blijkt dat de proef succesvol is verlopen. Er deden 29 bouwbedrijven mee, die gezamenlijk 34 vacatures aanbrachten. Dertig mensen werden bemiddeld, waarvan momenteel nog negentien in de bouw werken.

Het project kwam traag van de grond. “Dat had te maken met aarzelingen binnen het bedrijfsleven”, aldus wethouder Luijendijk. “Moeten we een handtekening zetten onder iets dat we misschien niet waar kunnen maken, vroeg menigeen zich af. Omgekeerd ontstond bij ons het gevoel of we wel goed deden aan dit experiment, omdat het bij een mislukking onze relatie met het bedrijfsleven had kunnen verstoren.”

Volgens Luijendijk moet ondanks het succes nog aan het project worden geschaafd. “Het komt voor dat iemand na een jaar te hebben gewerkt, zonder opgaaf van redenen alsnog afhaakt. Zoiets laat bij de aannemer een onbevredigend gevoel achter en dat moeten we zo veel mogelijk voorkomen.”

Daarnaast dringen aannemers die aan het project meedoen, erop aan voorrang te krijgen bij aanbestedingen van gemeentelijke projecten. Luijendijk gaat bekijken in hoeverre dit valt te realiseren.

Het Social Returnproject gaat de komende jaren door. “Als we het goed onder de knie krijgen en over drie tot vier jaar blijkt dat ook andere partijen, zoals het NVOB er mee willen doorgaan, dan kan het een reguliere taak worden van het arbeidsbureau.”

Op pagina 5:

‘Het zijn jongens waar een kattenbelletje aan hangt’.

Mislukken project zette relatie op spel met bedrijfsleven

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels