nieuws

Bouw mag archeologische klus aannemen

bouwbreed

Aannemers krijgen de ruimte zich te bewijzen in de archeologie. Bedrijven moeten dan wel werken volgens het handboek Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie dat staatssecretaris Van der Ploeg (monumenten) heeft gepresenteerd.

Vooruitlopend op de wijziging van de Monumentenwet in 2002 mogen gemeenten vanaf maart bedrijven inschakelen voor archeologisch werk. Op dit moment verricht alleen een klein aantal gemeenten, universiteiten en de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek archeologische opgravingen. Maar onder andere Arcadis, Grontmij en Oranjewoud hebben plannen zich ook op deze markt te storten.

Gezien de groeiende vraag naar archeologisch werk wil de staatssecretaris door het voeren van interimbeleid de markt hiervoor verruimen. De staatssecretaris heeft zijn plannen voorgelegd aan de Raad voor Cultuur. Als de raad positief adviseert, zou het interimbeleid naar verwachting in maart kunnen ingaan.

Het nieuwe beleid vloeit voort uit het Europese verdrag van Valletta. Planologen, bouwers en projectontwikkelaars moeten voorafgaand aan grootschalige bodemingrepen onderzoek laten verrichten naar de mogelijke aanwezigheid van erfgoed. Als dit inderdaad aanwezig is, moeten zij hun plannen daar zoveel mogelijk op aanpassen.

Wetswijziging

Het verdrag van Valletta wordt naar verwachting in 2002 wettelijk verankerd met een wijziging van de Monumentenwet. Vanaf de wetswijziging kunnen ook private bedrijven opgravingen uitvoeren, mits zij daarvoor zijn gekwalificeerd. Gemeenten gaan bepalen waar wel en waar niet mag worden opgegraven. Gemeenten die bijvoorbeeld een nieuwe wijk willen aanleggen en van tevoren archeologisch onderzoek willen laten verrichten, zouden hiervoor een projectvergunning moeten aanvragen.

Zo’n vergunning wordt alleen verleend als een gemeente een archeologisch bedrijf in de arm neemt dat werkt volgens het handboek Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. In het handboek staat beschreven hoe het archeologische ambacht zo verantwoord mogelijk wordt uitgeoefend.

De kosten van de opgraving zijn voor rekening van de ‘verstoorder’, in veel gevallen ontwikkelaars en bouwers. Volgens de schatting van de Raad voor Cultuur is met de verplichte opgravingen jaarlijks een bedrag van ongeveer 80 miljoen gulden gemoeid.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels