nieuws

Beurs heeft grenzen aan groei bereikt

bouwbreed

“Je moet natuurlijk nooit te vroeg juichen, maar we lopen tien procent voor op het bezoekersaantal van 1999. Dat betekent dat we op zaterdag een all-time record kunnen boeken.” In één adem voegt A. Wisgerhof, manager van de Internationale Bouwbeurs, er aan toe het breken van het record niet als doel te hebben. “Het belangrijkste is dat de beurs door de bezoekers wordt gewaardeerd.”

Het is vrijdagmorgen. Drommen mensen lopen de hallen van de Koninklijke Jaarbeurs binnen. Beursmanager Wisgerhof kijkt op zijn ‘fact sheet’ met de aantallen. De eerste vier dagen trok de Bouwbeurs bijna 75.000 bezoekers. Het huidige record van 113.000 bezoekers, daterend uit 1997, zou op zaterdag wel eens kunnen gaan sneuvelen.

Maar in meer opzichten is er bij de beursorganisatie reden tot juichen. Na een 7,2 op maandag krijgt de beurs al drie dagen lang het rapportcijfer 7,4. “En dat is hoog hoor”, benadrukt Wisgerhof.

Ongeveer 34 procent van de bezoekers is directeur/eigenaar, gevolgd door managers (15 procent) en uitvoerders (12 procent). Dat betekent volgens Wisgerhof dat het vooral de beslissers zijn die naar Utrecht komen. “En dat is het publiek waar de exposanten iets aan hebben.”

De beursmanager zit met deze cijfers op rozen. Hij zegt de afgelopen dagen dan ook alleen maar te hebben genoten. “Je werkt hard naar iets toe. Samen met het team en de tentoonstellingscommissie heb je een bepaald beeld voor ogen en dan is het natuurlijk fantastisch als het ook uitkomt.”

Grens

Ruim elfhonderd exposanten hebben gezamenlijk meer dan honderd miljoen gulden in de zesdaagse beurs gestoken. Ruim twintig miljoen gulden meer dan in 1999. De vraag is waar dit eindigt. “Dat weet ik niet. Wel hebben we qua grootte van de beurs onze grens bereikt. Meer vloeroppervlak hebben we simpelweg niet beschikbaar. De exposanten kunnen nu dus alleen maar nog meer investeren en met hun stands de hoogte ingaan. Maar onze ruimte is op.”

Dat wil volgens Wisgerhof niet zeggen dat de Bouwbeurs zich niet moet blijven vernieuwen. “Enquêtes die onder de bezoekers en exposanten worden gehouden, moeten hiervoor eerst worden geanalyseerd. Maar je praat dan feitelijk alleen over het verleggen van accenten. Het concept voor de beurs, een ontmoetingsplek voor de gehele bouwbranche willen zijn, staat als een huis. Er zijn veel bouwbeurzen in Nederland, maar er is maar één Internationale Bouwbeurs.”

Tevreden is hij ook over het verloop met de shuttleservice. Twee jaar geleden is voor het eerst geëxperimenterd met het gratis parkeren op het terrein van de Veemarkt, waarna men gratis naar de expositiehallen werd vervoerd. In vier dagen maakten toen 15.000 mensen gebruik van deze service.

Dit aantal werd nu alleen al op donderdag gehaald. “Dat slaat dus duidelijk aan. Het betekent ook dat de verkeersdoorstroming in Utrecht-West niet in gevaar is gebracht en wij als Jaarbeurs in staat zijn een dergelijke grote beurs als deze te organiseren, zonder dat het tot verkeersproblemen leidt.”

‘Het belangrijkste blijft de waardering’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels