nieuws

Water en vuur op de Zuidas

bouwbreed Premium

Voor het Drentepark, onderdeel van Amsterdams prestigeproject-in-ontwikkeling Zuidas, wordt momenteel het stedenbouwkundig plan uitgewerkt, zo was eind november in deze krant te lezen. Hier komen 93.000 vierkante meter wonen (circa zevenhonderd woningen), een even omvangrijk kantoorprogramma en minimaal 13.000 vierkante meter voorzieningen (een sporthal, sportvelden, een sportmedisch centrum, kinderopvang en horeca).

Het persbericht waarop het artikel was gebaseerd, rept van ‘enkele (inter)nationale architectenbureaus’ die ‘zijn geselecteerd om een stedenbouwkundige visie te geven op deelgebieden binnen het plangebied. Deze visie zal worden gebruikt voor het completeren van het Stedenbouwkundig Plan.

Hiertoe behoren onder andere: Foster & Partners en Adolfo Natalini’, aldus het persbericht.

Met dit soort plannen weet je nooit of ze werkelijk tot iets gaan leiden of dat ze slechts een rol vervullen als discussiestuk, maar stel dat Norman Foster en Adolfo Natalini allebei met een deelplan komen dat de opdrachtgever overtuigt, wat krijg je dan?

Beide ontwerpers zijn wereldberoemd, beiden zijn buitengewoon getalenteerd, maar wat ze maken is ook zo buitengewoon verschillend, dat het moeite kost je voor te stellen hoe hun visies zouden kunnen samengaan in één plan.

Kijk alleen maar naar hun architectuur: Foster staat bekend om de superstrakke technoïde bouwwerken die hij overal ter wereld construeert. Natalini is de man van een kloek traditionalisme, waarmee hij behalve in zijn vaderland Italië vooral in Duitsland en Nederland veel succes heeft.

Als er in de hedendaagse architectuur onverenigbare tegendelen bestaan, dan komt de combinatie van Foster met Natalini een aardig eind in de richting. Het is nog net geen water en vuur.

Zijn de opdrachten aan Foster en Natalini een compromis om kool en geit te sparen door niemand niet zijn zin te geven? Of is het verzoek aan beide ontwerpers om hun visie te geven een schrijnend bewijs dat de Zuidassers helemaal niet weten wat ze willen? Zijn Natalini en Foster hen om het even?

In dat opzicht heeft deze opdracht veel weg van de move die Adri Duivesteijn als spraakmakend wethouder te Den Haag ooit maakte toen hij Foster inruilde voor Rob Krier. Hij pleitte er in de jaren tachtig met verve en succes voor om architectuur als culturele activiteit te beschouwen. Daarvoor haalde hij een keur aan buitenlandse grootmeesters naar Den Haag om de lokale architectuur en stedenbouw een impuls te geven, die Nederlandse ontwerpers volgens hem niet bij machte waren te geven.

Toen hij Foster niet kon krijgen (omdat de ontwerper te duur was, naar het schijnt), kwam de opdracht niet terecht bij een architect met een enigszins vergelijkbare benadering, maar bij Rob Krier, die eerder in de buurt van Natalini is te situeren dan bij Foster. Waar Foster en Krier precies voor stonden leek op dat moment niet veel uit te maken, zolang ze maar ergens voor stonden. Hetzelfde kun je nu zeggen van Foster en Natalini.

Je kunt natuurlijk tegenwerpen dat het allemaal niets uitmaakt. Laat duizend bloemen bloeien op de Zuidas, als uiting van onze zapcultuur waar alles naast elkaar kan bestaan, we een korte aandachtspanne hebben en ons ook op straat niet willen vervelen?

Zelfs als ik bereid ben om heel veel relativeringsvermogen op te brengen en toegeef dat variatie helemaal geen kwaad kan, dan nog verbaast het me dat Natalini en Foster beiden gevraagd zijn hun visie te geven op het Drentepark. Ze volgen allebei zozeer een eigen logica dat ik betwijfel of deze opdracht ooit enig rendement kan krijgen. Het zou me namelijk verbazen als straks niet zou blijken dat Foster en Natalini met hun ruggen tegen elkaar in het Drentepark hebben gestaan en allebei een andere kant op hebben gekeken.

Maar misschien is dat wel de geheime agenda achter deze opdrachten, dat het netto-effect van hun beider visies nul is en het stedenbouwkundig plan gewoon zonder enige koerswijziging kan worden voltooid.

Reageer op dit artikel