nieuws

Meer ruimte voor kwaliteit in Rivierenland

bouwbreed Premium

Gemeenten in het Gelderse Rivierenland krijgen in de toekomst door het trekken van contouren meer lucht in hun mogelijkheden om te bouwen. Dat denken de provincie, Rivierenlandgemeenten, Inspectie Ruimtelijke Ordening en Inspectie Volkshuisvesting. Samen houden die partijen een experiment waarin wordt afgestapt van de woningcontingenten.

Volgens Gelders gedeputeerde Th. Peters is het contourenidee voor het Rivierenland anders dan dat van minister Pronk in de Vijfde nota ruimtelijke ordening. De provincie heeft in overleg met de gemeenten gekeken naar de kwaliteiten van het landschap en op basis daarvan contouren om de gemeenten getrokken waarbinnen gezocht zou kunnen worden naar ruimte voor uitbreiding. Die contouren zijn ruimer dan minister Pronk ze zou hebben gelegd, maar volgens de partijen in het experiment meer gebaseerd op kwaliteit en minder op kwantiteit.

“Voorwaarde voor uitbreiding in die ruimere zoekgebieden is dat eerst is aangetoond dat inbreiding niet mogelijk is”, verduidelijkt de gedeputeerde, waarmee hij de angst van de minister wil wegnemen dat de ruimere zoekgebieden klakkeloos volgebouwd zullen worden.

In het verleden liep de provincie tegen het probleem aan dat kwalitatief zeer verantwoorde bouwplannen moesten sneuvelen omdat de gemeenten die ze aandroegen aan hun plafond zaten qua contingent. Ook moesten kwalitatief minder mooie plannen worden goedgekeurd omdat de betreffende gemeenten nog wel genoeg woningen in hun contingent hadden. “In dit experiment krijgen gemeenten met bijvoorbeeld goede inbreidingsplannen de mogelijkheid om te bouwen terwijl ze dat op de contingentenmanier niet hadden gemogen”, aldus de gedeputeerde.

Peters benadrukt ook dat de contouren van het experiment ‘meer voor de eeuwigheid zijn’, terwijl in die van Pronk nog meer rek zit. “Wij kunnen ons niet voorstellen dat de kwaliteit van het landschap over twintig jaar ineens is veranderd. Daarom zit er geen rek in de grenzen, maar ze zijn dan ook op basis van kwaliteit gekozen.”

In het experiment zijn de gemeenten opgedeeld in die met een regionale functie (Tiel), een subregionale functie (Zaltbommel, Geldermalsen, Druten en Culemborg) en kernen met een lokale functie. In die hiëarchische volgorde is ook gezocht naar gebieden voor woningbouw, wat betekent dat de kleine kernen de minste mogelijkheden hebben buiten de bestaande bebouwing. Volgens de provincie zit daar ook de meeste kritiek vanuit de gemeenten. Het concentreren van bouw in de regionale en subregionale kernen zou in de kleine gemeenten de leefbaarheid en sociale samenhang onderuit halen. Kinderen en kleinkinderen willen in hun geboortedorp gaan wonen, maar moeten noodgedwongen naar een grotere gemeente voor een huis.

Streekplan

Peters werpt echter tegen dat met de oude contingenten bouwen voor die kernen helemaal niet mogelijk zou zijn geweest, terwijl ze nu op vrijkomende plekken in de bebouwing mogen inbreiden.

Nu de visie door Gedeputeerde Staten is vastgesteld, zullen de gemeenteraden zich erover buigen. Volgens burgemeester F.C. Moree van Kesteren, voorzitter van de stuurgroep voor het experiment, hebben alle wethouders van ruimtelijke ordening al ‘ja’ gezegd tegen de plannen en zullen zij vast hun raden weten te overtuigen. Als de gemeenten instemmen met het uitvoeren van het plan, zullen in elke gemeente onderzoeken worden gedaan naar de woonbehoeften en zal het idee in 2004 of 2005 worden verankerd in het nieuwe streekplan voor de provincie.

Peters verwacht dat het experiment kan worden doorgevoerd naar de andere delen van de provincie. Bovendien kan door het deelnemen van het ministerie met de twee inspecties Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting in het experiment de werkwijze van Gelderland wel eens zijn beslag krijgen in het landelijk beleid.

‘Inbreiding biedt gemeenten extra mogelijkheden’

Reageer op dit artikel