nieuws

Hergebruiker stomverbaasd over hoge dubo-score

bouwbreed

Hij pakte een afgedankte bedrijfshal op in Den Haag en zette die in Rotterdam weer neer. Terwijl het gebouw daar nooit op ontworpen was. Die aanpak leverde J. Roozenburg tot zijn schrik een prijs op voor duurzame utiliteitsbouw van de gemeente Rotterdam.

Het was de verrassing van de dubo-dag begin november: het lelijke eendje dat er met de schoonheidsprijs vandoor gaat. Temidden van alle ronkende foto’s van projecten waarin op architectonisch verantwoorde wijze duurzaam was gebouwd, stak de bedrijfshal van Roozenburg in Hoogvliet bleekjes af. Een kraak-noch-smaak gebouw waarvan er dertien in een dozijn gaan; als het er al geen veertien zijn. Niettemin was het onooglijke geval volgens een onafhankelijke jury een goed voorbeeld van duurzame utiliteitsbouw binnen de regio. Berekend volgens een nieuwe systematiek die waarschijnlijk model staat voor andere Nederlandse gemeenten.

Architect J. Brand en zijn opdrachtgever J. Roozenburg waren misschien wel even verbaasd over hun uitverkiezing als ieder ander. Economische motieven waren immers leidend geweest bij hun project en ze koesterden op geen enkel moment ook maar de geringste dubo-ambitie. Roozenburg had zelfs nog nooit gehoord van die hele dubo-prijs.

Oud-ijzerprijs

Ruim een jaar geleden kreeg Roozenburg er lucht van dat de Gamma-vestiging in Den Haag tegen de vlakte moest, omdat de gemeente op die plek woningbouw in gedachten had. De staalconstructie omtrokken met een huid van betonnen sandwichelementen leende zich goed voor hergebruik, bedacht hij en tegen de oud-ijzerprijs verwierf Roozenburg het pand. Aangezien er in het Rotterdamse Hoogvliet plek was voor een iets bescheidener hal dan het 5000 vierkante meter grote origineel, was het geen probleem wanneer tijdens het slopen/demonteren enkele panelen zouden sneuvelen. Helemaal nieuw was die gedachte niet, want Roozenburgs vader, eigenaar van sloopbedrijf Meuva, had hetzelfde kunstje al een paar keer eerder met succes geflikt. Maar toen hield niemand nog dubo-scores bij.

Werkelijk alles heeft Roozenburg hergebruikt van het uit 1979 stammende pand, dat nooit ontworpen was op een tweede leven op een andere plek. Niettemin kon het stalen bouwframe met geboute verbindingen gemakkelijk gedemonteerd en opnieuw in elkaar gezet worden. Dat geldt vanzelfsprekend ook voor de geprofileerde stalen dakplaten. Maar minder voor de hand liggend is dat ook het isolatiemateriaal op het dak, de verhuizing overleefde. Slopers hebben de dakbedekking met isolatie ingezaagd en losgeschraapt van de dakplaten. In Hoogvliet zijn ze daar weer opgelijmd, en vormden een mooie harde onderlaag voor de nieuwe dakbedekking. Overigens werd daar eerst een hechtlaag op aangebracht en veertig millimeter extra polyurethaan isolatie. Maar dat is meteen ook de enige dubo-maatregel die werd genomen, omdat Roozenburg iets meer comfort in zijn hal wenste, waarin onder andere een soort autowasstraat wordt ondergebracht.

De prijs was vooral te danken aan het hergebruik van de materialen. Alleen de borstwering moest opnieuw opgemetseld worden en een nieuwe betonnen vloer gestort.

Volgens directeur J. Mak van W/E adviseurs, dat voor Rotterdam het dubo-gehalte van alle utiliteitsbouwprojecten inventariseerde binnen de gemeentegrenzen, is de uitverkiezing niet verwonderlijk. Binnen de systematiek die zijn bureau bedacht voor het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam, OBR, wegen hergebruik van materialen en vermindering van afval zwaar mee bij de eindscore. Roozenburgs project scoorde op die punten respectievelijk een 8 en een 8,3. De categorieën binnenmilieu, water en energie meegerekend, kwam het project op een totaal rapportcijfer uit van 7,6. Het maximum haalbare rapportcijfer is een 10, het minimum een 5, want elke project moet nu eenmaal altijd voldoen aan de eisen uit het bouwbesluit dat een minimumniveau aan dubo-maatregelen voorschrijft. De totaalscore was gelijk aan die van de winnaar van de eerste prijs bij de prijsvraag, het voormalige transformatorgebouw dat door architect Robert Winkel is omgetoverd tot een verzamelgebouw voor audiovisuele bedrijven. Dit project heeft meer uitstraling en kende hogere ambities, wat volgens de jury onder leiding van prof. ir. Kristinsson de hoofdprijs rechtvaardigde. Roozenburg en zijn architect gingen met de derde prijs naar huis.

Kosten

Maar de economie triomfeert en blijer nog dan met de dubo-prijs is Roozenburg met de bouwprijs. Uiteindelijk heeft hij een pand gerealiseerd voor een kwart van de kosten die daar normaal voor staan. Vreemd vindt hij wel dat hij door de gemeente is aangeslagen voor 80.000 gulden bouwleges, terwijl dat volgens hem op grond van de bouwprijs van twee miljoen gulden slechts 20.000 gulden zou moeten zijn. Onderhandelen daarover bleek niet mogelijk, dus nu is hij nu in een juridisch gevecht verwikkeld met de gemeente, zij het met een andere afdeling dan die hem de prijs uitreikte. Dat mag de pret overigens niet drukken, want Roozenburg is momenteel al weer bezig om zijn volgende hal te ontmantelen. Ditmaal gaat het om een hal van 25 bij 30 meter, uit 1997 waar afvalverwerker AVR nu al weer vanaf wil. Roozenburg heeft er nog geen bestemming voor, maar slaat hem gewoon op als een soort bouwpakket. Zo’n buitenkansje, een spiksplinternieuwe hal tegen de oud-ijzerprijs, kon hij natuurlijk niet laten lopen.

‘Nóg leuker dan deze prijs zijn delage bouwkosten’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels