nieuws

Bouwclaimmodel beslist geen gelegaliseerde vorm van fraude

bouwbreed Premium

De afgelopen twee weken werd in de Tweede Kamer gedebatteerd over de begroting van het ministerie van VROM. Tijdens het debat deed Tweede-Kamerlid Staf Depla van de PvdA een uitspraak die volgens Jan Fokkema, directeur van de Neprom, niet door de beugel kan. Hij stuurde een open brief naar Depla, waarvan Cobouw een afschrift heeft ontvangen.

Wat mij oprecht tegenviel, was dat jij tijdens het debat de volgende uitspraak deed: ‘Het bouwclaimmodel zie ik eigenlijk als een gelegaliseerde vorm van bouwfraude’. Daarmee maakte je op een onaangename en gemakkelijke manier gebruik van het politieke issue van dat moment om daarmee ook de verdachtmakingen naar de woningbouwsector te verplaatsen. Bovendien werd daarmee een heel leger betrokkenen bij de woningbouwopgave tot criminelen bestempeld. En dan heb ik het niet alleen over de werknemers van de leden van de Neprom – de projectontwikkelaars, projectmanagers en kopersbegeleiders – maar ook over de architecten, stedenbouwkundigen, bouwers, gemeenteambtenaren en werknemers in dienst van woningcorporaties die allemaal binnen dat bouwclaimmodel hun werk verrichten. Een sector die uit zeer betrokken en bevlogen werknemers bestaat, zowel aan de kant van de overheid als aan de kant van de marktpartijen. Partijen die proberen binnen de door de regering en de Kamer gecreëerde randvoorwaarden tot een zo goed mogelijk product te komen.

Onwaardig

Ik vind het een betrokken volksvertegenwoordiger onwaardig een uitspraak te doen waarmee een hele sector wordt gecriminaliseerd. Bovendien betreft het een werkwijze waarvoor meer dan tien jaar geleden in de Vierde nota ruimtelijke ordening extra bewust de basis is gelegd, door een kabinet waarin de PvdA zitting had en waarin een PvdA-minister op ruimtelijke ordening direct verantwoordelijkheid droeg. Een werkwijze die ook in de twee kabinetten daarna, waarin ook PvdA-ministers op RO zaten, niet is aangetast. En een werkwijze bovendien die, zo blijkt uit de rapportage ‘Notie van ruimte’ van de commissie-Duivesteijn, ook een logisch antwoord was op de centraal geleide volkshuisvesting uit de wederopbouwperiode. Dat niemand echt gelukkig is met de resultaten van de huidige werkwijze is duidelijk, getuige ook het ondertekenen door alle betrokken partijen van het Handvest Kwaliteit op Vinex-locaties, alweer meer dan een jaar geleden.

Ook ontwikkelaars willen graag de kwaliteitsslag maken. En dan heb ik het over groter, royaler, gevarieerder bouwen op grotere kavels en een meer klantgerichte werkwijze. Ook marktpartijen zouden graag bouwen wat de klant wil. En de sector spant zich daar serieus voor in. Voor mijn gevoel veel meer dan de Tweede Kamer, die vooral roept dat de consument zelf moet kunnen bouwen en dat alle instituties, die binnen de kaders van het rijksbeleid met man en macht aan die bouwopgave werken, terug hun hok in moeten.

Terwijl het kabinet en de Kamer de taak hebben om goed beleid en goede regelgeving op te stellen. Regelgeving die echt tot een meer marktgerichte woningbouw leidt, waar de wens van de consument – binnen de kaders van de publieke belangen – zoveel mogelijk wordt gerealiseerd. Het kan toch niet zo zijn dat een vertegenwoordiger van een partij die al bijna twaalf jaar regeringsverantwoordelijkheid draagt, beweert dat er al twaalf jaar lang regels en wetten bestaan die de activiteiten van een hele sector ten onrechte legitiem maken?

Kortom, ik ben hevig teleurgesteld dat jij, als volksvertegenwoordiger, een professionele en betrokken sector zo gemakkelijk criminaliseert en het zou me nog meer van je tegenvallen als je jouw uitspraak niet publiekelijk terugneemt.

Reageer op dit artikel