nieuws

‘Architect moet hele bouwproces beheersen’

bouwbreed

Op 12 december zit Jan Brouwer de laatste bestuursvergadering voor van de Bond van Nederlandse Architecten (BNA). Na drie jaar geeft de bevlogen architect de hamer over aan Kees van der Hoeven. Brouwer blikt terug op deze ‘vernieuwende’ periode.

Hij dacht de voorzittersfunctie twee jaar te vervullen. Het werden er uiteindelijk drie, achteraf gezien zelfs nog een jaar te weinig. “Wijzigingen doorvoeren zijn moeizame processen, daar heb je toch wel vier jaar voor nodig”, weet Brouwer inmiddels.

Destijds nam hij het voorzitterschap op zich uit idealisme (“als je wilt meepraten, moet je ook de consequenties aanvaarden”), een eigenschap die hij tot zijn grote genoegen nog altijd bij veel vakgenoten signaleert.

Aan tafel in een hoek van de hoge, transparante werkruimte in het Delftse Delftechpark waar zijn bureau XXarchitecten is gehuisvest, blikt prof.ir. Jan Brouwer rustig pratend terug op de afgelopen periode. “Bij mijn aantreden was de BNA toch een traditionele vereniging. Ik heb gepoogd daar een moderne brancheorganisatie van te maken. Door de komst van bouwmanagementbureaus en technische bureaus zijn de taken van de architect de laatste tien jaar onder druk komen staan.” Brouwer vindt dat een architect zich niet moet beperken tot het maken van ontwerpen. “Een architect moet bij het hele traject betrokken zijn en blijven; van concept tot en met de voltooiing. Het gaat uiteindelijk om de kwaliteit van de gebouwde omgeving, die staat of valt met de realisatie. Architectenbureaus moeten zich in het hele bouwproces goed scholen.”

Praktijkkennis

Het implementeren van praktijkkennis is dan ook terug te vinden in de ‘BNA2000 plus: De agenda van de toekomst’. De notitie waarin de kerntaken zijn geformuleerd, zag het licht tijdens Brouwers zittingstermijn. “Architecten moeten permanent aan opleiding doen. Als BNA vinden we dat een architect minimaal dertig uur per jaar moet besteden aan het bijhouden van ontwikkelingen in het vakgebied”, verklaart hij. “Het aanbod van symposia en cursussen is momenteel zo groot dat je door het bomen het bos niet meer ziet. Daarom streven we naar een soort controlesysteem met Michelin-sterren.”

Transparantie (inzake procedures) is bij de branchevereniging al langer een punt van aandacht. De geconstateerde fraude in de bouw heeft Brouwer niet echt verrast. “Architecten merkten wel dat er merkwaardige prijzen uitkwamen die door de opdrachtgever niet verklaarbaar waren. De UAR is te laat gekomen, waardoor een vacuüm kon ontstaan na afschaffing van de prijsregeling.” Zelf heeft Brouwer gepleit voor de oude regeling, de voorbesteding, die hij als “een doorzichtig systeem” omschrijft.

De inhoudelijke vernieuwingsdrang onder Brouwers voorzitterschap had automatisch een aantal organisatorische wijzigingen tot gevolg. “De verenigingsstructuur was ouderwets. We hebben nu een ledenadviesraad geïnstalleerd waar problemen ter sprake komen en oplossingen kunnen worden voorgedragen. Om de communicatie met de politiek te verbeteren, is een regionalisatie doorgevoerd waarbij vijf landelijke steunpunten in het leven zijn geroepen.”

Dat de branchevereniging met zijn tijd meegaat, blijkt tevens uit het het feit dat een ledenraadpleging via de website kan plaatsvinden. “Dat lijkt te werken. Maar ik heb me verbaasd hoe weinig architecten over een aansluiting beschikken.”

Brouwer heeft zelf van begin af aan het debat gezocht. Grotere betrokkenheid van de architect bij de (maatschappelijke) problemen in de gebouwde omgeving staat nog altijd hoog op de BNA-agenda. Om de discussie in een breder verband te plaatsen zal daarom een Ontwikkelatelier het licht zien. Drie studiestichtingen (Stawon, Stagg en Staro) stellen architecten in de gelegenheid om door ontwerpstudies een vakinhoudelijke inbreng te leveren aan ontwikkelingen als de School van de Toekomst of het Openbare Gebouw. “Een architect moet accepteren dat er ook andere disciplines zijn die bij het ontwerp en de procesgang invloed hebben.”

Verjonging

Hoewel hij met een tevreden gevoel het stokje overgeeft, zijn er toch nog zaken die de voorzitter zorgen baren. Hij noemt het verouderde ledenbestand van de BNA. De verjonging die met zijn opvolger Van der Hoeven, een vijftiger, plaatsvindt, juicht Brouwer -zelf inmiddels de pensioengerechtigde leeftijd gepasseerd- zeer toe.

Ondanks het feit dat de gemiddelde leeftijd van toetredende BNA-leden op 35 jaar ligt, is de branchevereniging volgens Brouwer zeker geen ‘ouwelullenclub’. Om jongere vakgenoten aan zich te binden, zal de BNA zich meer op die doelgroep richten.

“Als een architect een eigen bureau begint, heeft hij nu eenmaal weinig tijd. Jonge architecten willen we daarom bereiken via moderne communicatiemiddelen. Zo komt er een site waar jonge vakgenoten met elkaar kunnen communiceren en waar ze met problemen terecht kunnen. Ook de (financiële) barrières voor het lidmaatschap zijn inmiddels geslecht.” Brouwer betreurt op één punt het onderspit te hebben gedolven; zijn voorstel om een streep te halen door de eis om pas na twee jaar praktijkervaring te mogen toetreden tot de BNA, kreeg onvoldoende steun.

Terugkijkend heeft het leiden van een branchevereniging met drieduizend leden hem meer tijd gekost dan hij had voorzien. Zo’n halve werkweek was hij daar, inclusief representatieve activiteiten, toch gauw mee kwijt. Ondanks dat Brouwer uitkijkt naar de periode waarin hij voorzitter-af is, verwacht hij toch wel afkickverschijnselen te gaan vertonen. De vrijkomende tijd zal hij zich weer meer gaan toeleggen op het ontwerpen en op zijn andere passie: het paardrijden. De ontwikkelingen op zijn vakgebied zal hij op de voet blijven volgen en van commentaar blijven voorzien. Hij noemt de van bovenaf opgelegde Bachelor-Mastersopleiding. “Verdieping van het vakgebied is prima, maar pure wetenschap bedrijven niet. Daar ga ik nog een manifest over schrijven.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels