nieuws

Veiligheidsbesef moet groeien in mkb-bouw

bouwbreed Premium

Onderzoeken zouden aantonen dat het met de veiligheid in middelgrote en kleine bouwbedrijven niet altijd even goed is gesteld. constateert Kees Pasmooij. Maar er zijn verbeteringen: zzp’ers bijvoorbeeld doen juist bijzonder veel aan veiligheid. Ook in kleinere bouwbedrijven daalt het aantal arbeidsongevallen nog steeds.

“De bouwnijverheid is in de Europese Unie de sector met de grootste kans op ongevallen. Jaarlijks komen er meer dan 1000 mensen om bij ongevallen in de bouw. Wereldwijd lopen werknemers in de bouw driemaal zoveel risico om gedood te worden en tweemaal zoveel kans op verwondingen als werknemers werkzaam in andere beroepen.” Aldus recente gegevens van Eurostat, het Europese Bureau voor de Statistiek, in een artikel in het Financieele Dagblad.

“Verder blijkt uit de registraties en berekeningen van Eurostat, dat bedrijfsongevallen relatief vaak voorkomen in het midden- en kleinbedrijf (mkb). Europees gezien behoort meer dan 99 procent van de bouwbedrijven tot het mkb. Niet voor iedereen zijn de risico’s even groot. Jongeren, vooral jonge mannen, zijn gemiddeld vaker betrokken bij een bedrijfsongeval dan ouderen.” Zo gaat het artikel voort, zich naast Eurostat baserend op gegevens van de Arbeidsinspectie en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Problemen

Het mkb in de bouw heeft dus problemen met de veiligheid. Hans de Boer van MKB-Nederland wordt door het Financieele Dagblad als volgt geciteerd: “Waarschijnlijk zijn er in het mkb relatief veel branches waar mensen echt met de handjes werken, zoals bouwvakkers, elektrotechnici, installateurs en hoveniers. Bij dat type werk moet veel worden geïmproviseerd en kan eerder iets mis gaan”. Dat er in het mkb in de bouw “met de handjes” wordt gewerkt mag waar zijn, maar we mogen toch hopen dat ook met het hoofd wordt gewerkt.

Een cynische conclusie ligt voor de hand die niet erg plezierig is voor het imago van de bouw. Als je een jonge man bent moet je niet in de bouw, en zeker niet in een klein bouwbedrijf gaan werken, wanneer je leven je tenminste lief is (?). Zo simpel is het natuurlijk niet, en dit vraagt om een verklaring.

Onderzoeken

Andere onderzoeken hebben laten zien dat bijvoorbeeld zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel), bij uitstek kleine bedrijfjes en vaak jonge mannen, juist bijzonder veel aan veiligheid doen. Ook het EIB-onderzoek ‘Veiligheid in de bouw’ ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van Aboma+Keboma maakte in april 2000 melding van minder arbeidsongevallen in de kleinere bouwbedrijven.

Het zit niet zozeer in die handjes of in het ambachtelijk karakter van de bouwwerkzaamheden, want die vind je ook in de kleine bouwbedrijven. Daarnaast wordt de bedrijfstak bouw in toenemende mate gekenmerkt door innovatieve oplossingen voor ambachtelijk werk, onder druk van overwegingen als kwaliteit, efficiency en arbeidsomstandigheden.

Het is veel eerder de complexiteit van het bouwproces, met werkzaamheden die geen dag onder dezelfde condities kunnen worden uitgevoerd, en de veelheid van deelnemers in het bouwproces die hier een grote rol spelen. Werkdruk, onvoldoende voorbereiding, improvisatie en gebrek aan communicatie zijn de spelbrekers.

Kwaliteitssysteem

Grotere bedrijven beheersen in dit opzicht vaak beter het klappen van de zweep. Ze beschikken over een kwaliteitssysteem en zijn veelal VCA-gecertificeerd. De procedures van het veiligheidsbeheerssysteem zijn erop gericht onveilig werken te voorkomen. Er wordt gewerkt met eigen veiligheidsfunctionarissen of KAM-coördinatoren, respectievelijk men huurt veiligheidsexpertise bij derden in.

Daarnaast wordt geanticipeerd op de veiligheidsproblemen met V&G-plannen in de ontwerpfase, die de basis leggen voor de benodigde voorzieningen in de uitvoeringsfase. Personeel wordt geïnstrueerd op arbo-gebied, materieel en bouwplaatsen worden periodiek op veiligheid geïnspecteerd. En niet onbelangrijk, men heeft er gewoon geld voor over. Veiligheid mag blijkbaar wel wat kosten.

Ook de zzp’er kent zijn eigen verantwoordelijkheden en neemt zijn maatregelen. Hij is een eenpitter die het in de eerste plaats om zijn eigen brood, maar ook om zijn eigen hachje gaat. Die zzp’er hoef je weinig uit te leggen, want hij weet heel goed wat onveilig werken voor hem persoonlijk voor gevolgen kan hebben. Hij zorgt zelf voor zijn eigen continuïteit door onveilige werksituaties te vermijden en niet te grote risico’s te nemen.

Tijdsdruk

En het mkb dan? Vaak vergaand gespecialiseerd, maar ook gemangeld tussen de grote en de heel kleine jongens. Vaak opererend onder tijdsdruk binnen te krappe budgetten. Veelal niet beschikkend over de veiligheidsstructuur van het grootbedrijf, maar ook niet over de flexibiliteit van de zzp’er.

En dan te bedenken dat de stemming van het mkb momenteel ook nog op het laagste punt is in de afgelopen zes jaar, volgens onderzoek van de stichting TrendMeter, gepubliceerd in het VNO/NCW-blad Forum van 18 oktober. En we weten allemaal dat veiligheid alleen goed gedijt in bedrijven die zelfvertrouwen uitstralen, zich sterk voelen en bereid zijn investeringen te doen.

Moet de conclusie zijn dat het mkb een weinig benijdenswaardige positie heeft als het om veiligheid gaat? De uitkomsten van de eerder genoemde onderzoekingen staven deze stelling.

Toch kan het mkb-bouw daar zelf veel aan doen. Er zijn daartoe voldoende instrumenten aanwezig, zoals de risico-inventarisatie en -evaluatie, de V&G-plannen, de periodieke veiligheidsinspecties van materieel en bouwplaats, arbo-scholing van de eigen mensen, het VCA- en het kwaliteitssysteem.

Maar met instrumenten alleen kom je er niet. Het mkb zal moeten beseffen dat veiligheid, naast de veel geroemde specialisatie, ook de eigen marktpositie versterkt. Dat heeft ook met uitstraling te maken, en dan gaat die door TrendMeter gemeten negatieve stemming vanzelf weer omhoog.

Reageer op dit artikel