nieuws

Urban Task Force hard nodig

bouwbreed

De vijfde Megacities-lezing, georganiseerd door de gelijknamige stichting en gehouden door Lord Richard Rogers ging geheel volgens verwachting over zijn eigen ontwerpen (onder meer Centre Pompidou) en over zijn bemoeienissen met het Urban Task Force in Engeland, door premier Tony Blair in het leven geroepen om Engelse steden van hun ondergang te redden.

Dat is hard nodig, zo’n Urban Task Force, want onder het premierschap van Margaret Thatcher werd planning gezien als een rem op de economie en dus als staatsgevaarlijk gedrag. Het resultaat is de Engelse variant van de Donut City: geen centrum, 24 uur per dag file, nieuwbouw op de makkelijkste locaties (weilanden of ander groen) en lange, dichtgetimmerde straten waar alleen de allerarmsten blijven wonen.

De oplossingen van Rogers zullen waarschijnlijk bekend in de oren klinken: compacte-stadbeleid, duurzaam bouwen, openbaar vervoer, 30-kilometerzones, functiemenging en hoge kwaliteit van de inrichting van de openbare ruimte.

Allemaal prima, maar wel al ongeveer twintig jaar algemeen bekend, zeker in Nederland. Eén blik in het Amsterdamse structuurplan uit 1985, De stad centraal, had Lord Rogers mogelijk maanden studie gescheeld. Maar dat is allemaal papier. Als we het voor ons historische, in Engeland zonder enige twijfel actuelere verhaal van Rogers nu eens op de resultaten in praktijk betrekken? Dan valt het tegen: in Nederland is het bouwen in weilanden nog steeds geaccepteerd, met de Haarlemmermeer als snelst groeiende gemeente van Nederland. En dat fileprobleem is ook nog niet weg.

Dichtheden

De compacte-stadgedachte valt in de praktijk ook tegen. In de meeste gemeenten blijven de gemiddelde dichtheden (uitgedrukt in woningen per hectare) onder de dertig. Wat dat betreft is het in Engeland net als hier: populaire wijken in Georgian Style (Londen heeft ze) kennen dichtheden van 100 tot 120 woningen per hectare, net als de Pijp in Amsterdam, of Oud-Zuid. Geen enkele bewoner klaagt daar over dichtheden, geen enkele bewoner die er aan denkt zijn met vele guldens bemachtigde etage te ruilen voor een suburbaan huis bij Hoofddorp. Maar een wijk à la Oud-Zuid nu bouwen doet bijna niemand.

Ook had Rogers het over de wooncarrière van mensen: zodra ze wat geld hebben verlaten ze de stad, om pas als de kinderen uit huis zijn weer terug te keren. Maar het ‘waarom’ liet hij in het midden. De stad als magneet op ouderen? Lijkt me niet: mensen die niet meer werken, kiezen – als ze al verhuizen! – hun familie of hobby als vestigingsbepaler. Hou je van zeilen, dan ga je naar Friesland en ben je dol op opera dan pak je Amsterdam. Geen romantisch stadsidee, maar het aanbod van vrijetijdsmogelijkheden doet verhuizen.

Goed?

De co-referent van de avond, de directeur van het Nederlands Architectuurinstituut Aaron Betsky, behandelde onder andere dat aspect in Rogers’ lezing. ‘Is de stad wel zo goed’, vroeg hij zich af . ‘Stadluft macht frei’, maar de struikrovers die zich vroeger buiten de muren ophielden bevinden zich nu juist in de stad. De stad heeft meer gewelddadigs, de stad ‘consumeert’ bijvoorbeeld haar achterland en stuurt vervolgens de afval retour. Gelukkig zijn steden in Nederland klein, dus hier valt dat mee.

De Randstad is daarom wat Betsky betreft wel geslaagd, mits de afwisseling tussen rood en groen en de functiemix op de kleinere schaal maar blijven. Het Randstadmodel voor Londen en Parijs? Waarom niet. Laat grote steden maar uit elkaar vallen, aldus Betsky, laat ze maar veranderen in een soort polycentrische Randstad, een collage van gespecialiseerde eenheden, een collage van momenten.

In die stad kan alles overal plaatsvinden en zijn de voorwaarden aanwezig om over te gaan tot verdere ontplooiing van verworven stedelijke vrijheden. En de stedeling beweegt zich van eenheid naar eenheid, van moment naar moment, op zoek naar herkenning, houvast en geluk. We hebben het hier in Holland zo slecht nog niet.

Reageer op dit artikel