nieuws

Subtiel verschil tussen prijsverbetering en fraude

bouwbreed Premium

In de nu weer opgelaaide discussie over ‘de fraude van de eeuw’ valt op dat begrippen als ‘prijsafspraken’ en ‘malversaties’ nog al eens door elkaar worden gebruikt. Ook de door radio en tv ingehuurde deskundigen blijken vaak geen idee (meer) te hebben van het verschil tussen de vroeger volstrekt legale afspraken tussen aannemers met begrippen als rekenvergoeding, prijsverbetering en fraude.

Het indertijd door de ZNAV, de Zuid-Nederlandse Aannemers Vereniging, ontwikkelde systeem van rekenvergoeding en prijsverbetering had als doel de inschrijver een vergoeding te geven voor de gemaakte kosten. Verder was de filosofie dat een werk per definitie werd aangenomen door de aannemer ‘die de grootste fout maakte’. Zonder vergoeding kon er dus nooit veel geld worden verdiend met een werk, en zouden de aannemers één voor één failliet gaan.

Hoewel dit systeem legaal was, heeft er toch altijd een geur van sjoemelen omheen gehangen. Ongetwijfeld heeft dat te maken met het feit dat de vergoedingen werden vastgesteld in een besloten vergadering van de inschrijvers. Voor de buitenwacht dus een ondoorzichtig geheel.

Daarnaast werd er in de praktijk ook echt gesjoemeld. Berucht waren lange tijd de ‘voor-voorvergaderingen’, vergaderingen vóór de voorvergadering. Deze vond plaats in hetzelfde etablissement en met dezelfde deelnemers, die allemaal een afgesproken bedrag op hun kale inschrijvingsprijs (het blankcijfer) zetten. Hierna werd, ditmaal onder voorzitterschap van een vertegenwoordiger van de prijsregelende organisatie, de echte voorvergadering gehouden.

Inschrijvingstoeristen

Ook als alles volgens de regels verliep, waren er nog wel eens onregelmatigheden. Zo waren er inschrijvingstoeristen, die alleen maar inschreven voor de rekenvergoeding en het werk helemaal niet wilden maken. Anderen probeerden juist buiten de vergadering om een werk te bemachtigen. Ze konden ook lager inschrijven, omdat ze geen uitkering hoefden te doen aan andere aannemers. Om de meest ‘optimale’ prijs te krijgen, haalden deze lieden soms ingewikkelde toeren uit. Meestal gebeurde dat via ‘informanten’ in de vergadering die de laagste prijs inclusief opzetje (het bedrag dat bovenop het blankcijfer kwam), doorgaf. Het meest spectaculaire geval was in dit kader het plaatsen van afluistermicrofoons in het Wegenbouwcentrum in Groningen, waar veel voorvergaderingen werden gehouden.

Enigszins dubieus was ook het gebruiken van het ‘melden’ om leuren tegen te gaan. Als een aannemer (of installateur) een prijs voor een bepaald werk(je) had afgegeven, kon de opdrachtgever proberen wat hij wilde, maar kreeg hij nergens een lagere prijs. De aannemers waren verplicht te informeren of er al een prijs was afgegeven, en zo ja, daar boven te gaan zitten.

Ronduit oplichting waren de afspraken tussen een beperkt aantal (grote) aannemers over de inschrijfprijs, waarna het verschil met de werkelijke kostprijs werd gedeeld. Zo zijn verschillende werken die officieel “in grote internationale concurrentie” werden verworven, in feite gewoon ‘gekocht’. Omdat buitenlandse inschrijvingen nogal wat vergen op het gebied van het invullen – hele boeken met prijzen moeten worden ingeleverd – is het bij een paar aannemers voorgekomen dat in een weekeinde op diverse verdiepingen van het hoofdkantoor verschillende aannemers de vooraf afgesproken prijzen zaten in te vullen.

Toch zagen en zien veel aannemers dit soort voorbeelden van dubieuze praktijken niet als fraude, maar als een soort spel dat gewoon hoort bij de aannemerij. Uit de enqu-te op de Cobouw-website blijkt dat eenderde vindt dat de afspraken waar nu zo’n deining over is, tot de normale aannemingspraktijk behoren.

Op pagina 3: De overzichtelijke weg naar een opdracht.

Reageer op dit artikel