nieuws

Ophef over opzet

bouwbreed

Met verbazing heb ik de afgelopen dagen de verontwaardiging van politici en het ontkenningsgedrag van kopstukken uit de bouw gadegeslagen toen de onthullingen van ‘klokkenluider Bos’ bekend werden. Van een onthulling, een donderslag bij heldere hemel kan immers moeilijk worden gesproken.

Iedereen die ook maar enigszins op de hoogte is van wat in de bouw speelt, weet dat -nog steeds- door de aannemerij afspraken worden gemaakt over het betalen van rekenvergoedingen en het voorkomen van het zogenoemde leuren.

Vroeger was daar overigens niets geheimzinnigs aan, toen had je het Uniform Prijsregelend Reglement (UPR) dat voorzag in een uitgekiend, gedetailleerd en helder systeem dat er voor zorgde dat inschrijvers op een werk een rekenvergoeding kregen.

Deze vergoeding werd door de rechthebbende op een werk (veelal de laagste inschrijver) aan de andere inschrijvers betaald uit de ‘prijsverbetering’ (een term waarover opdrachtgevers overigens anders zullen denken) die in de zogenoemde voorvergadering op diens inschrijfsom werd gezet.

Dit alles gebeurde in alle openheid en transparantie onder toezicht van prijsregelende organisaties die ook zorgden voor de inning en uitbetaling van de vergoedingen.

Dit systeem ontmoette niet veel weerstand en ik meen zelfs dat de Hoge Raad zich eens over de opzetcontracten heeft gebogen en daar niets onoorbaar in heeft gezien.

Dit veranderde echter toen de Europese Commissie zich ermee ging bemoeien en het systeem beschouwde als kartel dat de mededinging beperkte. In 1996 werd aan het UPR en de prijsregelende organisaties een einde gemaakt.

Geduldig

Het zou echter naïef zijn te denken dat met de Brusselse directieven ook een einde zou worden gemaakt aan de voorvergaderingen en opzetten. Papier is immers geduldig en aan een jarenlange, in alle openheid gegroeide en aanvaarde praktijk komt niet zomaar een eind, alleen omdat ‘Brussel’ dat wil.

Nee, na het verbod vanuit Brussel ging de aannemerij -waarschijnlijk net al in andere EU-landen-gewoon weer ‘ondergronds’. Dat betekende dat op vroege uren en in achterafzaaltjes en zonder toezicht en coördinatie van een prijsregelende organisatie stiekem werd voorvergaderd voorafgaand aan de officiële aanbesteding. Het bloed kruipt kennelijk waar het niet gaan kan.

En zo degenereerde een transparant systeem met duidelijke financiële consequenties dat in alle openheid werd toegepast, tot een systeem dat juist door zijn illegaliteit eenvoudig tot uitwassen kon leiden. Tel uit je winst!

Je maakt mij niet wijs dat professionele opdrachtgevers en andere betrokkenen in de bouw van deze bijeenkomsten niet zullen hebben geweten. Je kon aan de slaperige ogen van iemand gewoon zien dat er weer eens een vroege voorvergadering was geweest.

En hoe nu verder?

Perken

Als de bedragen redelijk zijn en binnen de perken blijven, lijkt mij er op zich niet zo veel op tegen als aannemers -en vooral die aannemers die hoofdzakelijk zijn aangewezen op openbare aanbestedingen-voor hun calculatiewerkzaamheden een vergoeding ontvangen.

Maar laat dat dan in alle openheid en onder toezicht gebeuren, zodat ook echt tegen uitwassen kan worden opgetreden. Maar daarvoor is dan wel een forse wijziging nodig in de dogmatische koers die Brussel op dit punt vaart.

Waar ik overigens wel door geschokt was is het feit dat ambtenaren zich er tegen betaling mogelijk voor hebben geleend om aan inschrijvers op werken inzicht te verschaffen in budgetten en wellicht nog wel andere diensten te verrichten. Om daar iets tegen te doen is gelukkig geen Brusselse koerswijziging nodig.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels