nieuws

NMa kan forse boete opleggen

bouwbreed Premium

Als de Nederlandse Mededingingsautoriteit besluit dat er sprake is van illegale prijsafspraken en daarmee van overtreding van de Mededingingswet, kan dat de bouw miljarden kosten. De kartelpolitie kan dan een boete van maximaal 10 procent van de netto jaaromzet opleggen.

De Mededingingswet uit 1998 biedt de NMa deze sanctiemogelijkheid. Deskundigen achten het echter hoogst onwaarschijnlijk dat ook daadwerkelijk de maximale boete wordt opgelegd. Zo’n zware sanctie zou de toch al niet geweldige winstmarges zwaar onder druk zetten en onherroepelijk het einde betekenen van veel bedrijven. Voor prijsafspraken van voor 1998, de periode waarover het grootste gedeelte van de schaduwboekhouding van voormalig Koop-directeur A. Bos gaat, ligt de situatie anders. Hier gaat het om de vraag of de Wet economische mededinging is overtreden dan wel de Strafwet als sprake is geweest van valsheid in geschrifte. In beide gevallen is het dan de taak van het Openbaar Ministerie een onderzoek in te stellen en eventueel tot strafvervolging over te gaan. Dan is het de rechter die de strafmaat bepaalt. De bewijsvoering is voor die periode veel zwaarder dan voor het gedeelte waarover de NMa gaat en bevoegd is een administratieve boete op te leggen. Volgens strafrechtdeskundigen is het op basis van alleen maar de handgeschreven schaduwboekhouding van Bos niet waarschijnlijk dat er een grote zaak zal worden aangespannen tegen de bouw, laat staan dat er veel veroordelingen zullen volgen.

Zij baseren zich daarbij ook op de winstcijfers die bouwbedrijven tonen. Zolang daaruit niet blijkt dat er forse winsten zijn behaald, is het bijna onmogelijk te bewijzen dat honderden miljoenen guldens teveel is gevraagd voor opdrachten. Zonder verdere klokkenluiders die als getuigen kunnen worden gebruikt, wordt het moeilijk. Dit liet vorige week ook minister Korthals van Justitie al doorschemeren in een brief aan de Tweede Kamer en tijdens het debat over de beschuldigingen van fraude in de bouw.

Probleem daarbij is verder dat de prijs van een bouwwerk geen optelsom is van hoeveelheden zand, asfalt, mensen en dik 2 procent marge. Zaken als risico’s en de mate waarin de aannemer ontwerp en/of engineering heeft moeten doen, zijn ook in de prijs verdisconteerd.

Een voorbeeld daarvan is de aanbesteding van de onderbouw van de HSL-Zuid. Vol trots is toen gemeld dat na stevig onderhandelen – waartoe de projectdirectie overigens door een uitspraak van de Raad van Arbitrage was gedwongen – een miljard van de aanbiedingen was gehaald. Inmiddels is vrijwel iedereen echter vergeten dat het toen wel over een geheel andere manier van risicotoedeling ging, die ook nog eens door minister Netelenbos werd verzekerd.

Reageer op dit artikel