nieuws

Kopen als keuze

bouwbreed Premium

De meeste fracties in de Tweede Kamer maken zich zorgen over het teruglopen van het aantal nieuwbouwwoningen. Het afgelopen jaar zijn door woningcorporaties zo’n 10.000 nieuwbouwwoningen opgeleverd tegenover 16.000 in het jaar daarvoor. De corporaties delen volgens Willem van Leeuwen die zorg.

Tegelijkertijd uiten de fractiewoordvoerders hun bezorgdheid over het feit dat nog steeds onvoldoende sociale huurwoningen worden verkocht. Staatssecretaris Remkes zei in antwoord hierop dat hij de komende jaren flink meer woningen wil neerzetten, mét de kwaliteit waar de klant om vraagt.

Ook voor de achterblijvende verkoop van huurwoningen ging zijn vuist op het katheder. De bewindsman zoekt naar mogelijkheden om sancties op te leggen aan onwillige corporaties die onvoldoende verkopen.

Op deze manier lijkt het alsof achterblijvende woningproductie en stagnerende verkoop niets met elkaar te maken hebben. En dat is natuurlijk niet zo. Het één kan niet los worden gezien van het ander.

Bij het creëren van keuzemogelijkheden voor hun klanten vinden corporaties zéker horen dat huurders moeten kunnen kopen. Bovendien levert verkoop geld in het laatje, dat goed kan worden gebruikt voor de -óók door politiek en overheid gewenste- herstructurering.

Corporaties denken verder dan de waan van de dag en willen niet ‘tot elke prijs’ verkopen. Zij willen de huidige, maar ook de toekomstige doelgroep kunnen huisvesten. Daar hoort een kernvoorraad bij. Een inmiddels wat beladen begrip omdat sommigen het associëren met behoudzucht, met op het vermogen blijven zitten zonder het aan te wenden. En gezien de investeringscijfers is op het geld blijven zitten iets wat corporaties juist niet doen. Vorig jaar werd door corporaties voor 8,3 miljard gulden geïnvesteerd in woningverbetering en in nieuwbouw van woningen. Van die investeringen is ruim 600 miljoen gulden onrendabel, geld dat in het kader van de betaalbaarheid van het woningbezit niet is terug te verdienen.

Zo komen we terecht bij het verband. De stagnerende bouwproductie heeft een opdrijvende werking op de prijzen van koopwoningen. Waarom zou een huurder die goed zit in zijn woning in zijn buurt, per se willen kopen? Een huis huren in een populaire Amsterdamse wijk voor 700 gulden per maand is nog altijd interessanter dan voor meer dan een half miljoen gulden een hypotheek afsluiten voor datzelfde huis.

De cijfers spreken voor zich; overal in het land neemt de belangstelling voor huren toe. In deze markt kiezen burgers ervoor te blijven huren. Logisch dat woningcorporaties voorzichtig zijn met al te grote woningvoorraden in de verkoop te zetten.

Waar laat je de mensen die soms al jarenlang op een wachtlijst staan voor een huurwoning en waar plaats je de huurders uit de herstructureringswijken. Kortom: een verkoopbeleid behoort afgestemd te zijn op de lokale situatie en in overleg met gemeenten en verhuurdersorganisaties. En dat doen corporaties.

Aanzwengelen

Sancties opleggen aan woningcorporaties die vanuit het gezichtspunt van de politiek onvoldoende verkopen, gaat voorbij aan de realiteit.

Remkes kan zich beter concentreren op het aanzwengelen van de nieuwbouwproductie. Want daar zit de kern van het probleem.

Immers: als er voldoende woningen zijn, is aan de voorwaarde voor echte keuzevrijheid voldaan.

Waarom zou huurder die goed woont, per se willen kopen?

Reageer op dit artikel