nieuws

ICT in de bouw is nooit volwassen geworden

bouwbreed Premium

Softwaremakers staan erom bekend dat de oplevering van een nieuw programma bijna altijd langer duurt dan ze hadden beloofd. In veel andere sectoren komen ze daarmee weg, maar een aannemer vindt dat slecht verteerbaar. Als huizenbouwer word je afgerekend op strakke planningen, waarom dan als softwarebouwer niet? We vragen uitleg aan Anton Schippers, directeur marketing en verkoop bij Kooijman, bekende producent van bouwsoftware.

Het maken van software is nog altijd een avontuur, betoogt Schippers: “Programmatuur ontwerpen is zo’n dynamisch proces, dat je nog steeds moeilijk een datum kunt afspreken wanneer het klaar is. Van het eerste idee tot het detailontwerp gaat al een flinke tijd zitten, maar dan moet de programmeur nog aan de slag. En die fase van het proces levert nooit in één keer een goed product op. In de testfase die dan volgt gaan de eerste klanten die het aandurven ermee aan de slag en daaruit komen meestal een flink aantal verbeterpunten. Pas als die allemaal bevredigend zijn verwerkt of terzijde gelegd omdat je niet alles in kunt bouwen, is het pakket klaar.

Bijkomend probleem is nog dat veel programmeurs zich niet in de eindgebruiker kunnen verplaatsen, waardoor een eerste versie vaak technisch wel alles aankan, maar te weinig rekening houdt met degene die ermee moet werken.”

Leverdatum

Toch steekt Schippers als verkoper ook de hand in eigen boezem: “Verkopers van software willen van oudsher ook graag een spoedige leverdatum vastleggen, om daarmee de koopbereidheid te stimuleren. Maar zelfs als we twee maanden optellen bij de planning die de ontwikkelafdeling afgeeft, wordt ook die datum vaak nog overschreden.”

De ‘schuld’ voor de vertragingen ligt dus voornamelijk bij de techneuten, lijkt Schippers te zeggen.

Het bouwsoftwarebedrijf Kooijman wordt naast Schippers geleid door algemeen directeur Martin Sturkenboom en financieel directeur Rob Nab. Kooijman is al 25 jaar actief op de softwaremarkt voor kleinere bouwbedrijven. Sinds vorig jaar is alle programmatuur onder één concept AEC Objects gebracht, waarbij de afkorting AEC staat voor Architectuur, Engineering en Constructie. Nog dit jaar komen daar de middelgrote bouwbedrijven als nieuwe markt bij, met de al eerder beoogde introductie van de Plus-versie voor alle modules in AEC Objects. En medio 2002 moeten de modules ook klaar zijn voor de Pro-versie die zich richt op de grote bouwbedrijven. Of dat echt gaat lukken staat te bezien, na het aanhoren van het bovengenoemde betoog van Schippers. Hoe het ook zij, AEC Objects is een geïntegreerd product van calculatie tot financiële bewaking, en je kunt het zowel vanuit projecten als relaties benaderen. Een centrale database houdt per project en per relatie alle documenten overzichtelijk beschikbaar.

Schippers: “Je hoort alle bedrijven die zich op deze markten richten, pochen over web-toepassingen, project-samenwerking via extranet en kennismanagement. Wij voorzien dat dit soort toepassingen in de toekomst zeker nuttig zullen zijn en zullen ze ook maken, maar concentreren ons liever eerst op de basisfuncties van software in de bouwsector. Als je die niet op orde hebt, hoef je niet eens aan al die moderne toeters en bellen te denken. De ict-branche in de bouwsector is nooit volwassen geworden; het wordt hoog tijd dat dit gebeurt. Gelukkig heeft Kooijman voldoende ‘vet’ om deze magere periode door te komen en zelfs nog nieuwe markten aan te boren,” onthult Schippers.

Leest

Vanwaar komt die wens tot marktverbreding bij Kooijman? Kunnen ze niet beter bij de leest blijven in Driebergen? Schippers: “We zien zowel bij de middelgrote als de grote bedrijven veel mogelijkheden, nu veel concurrenten het lijken te laten afweten. We denken een goed alternatief te kunnen bieden en we merken dat de markt er rijp voor is. Eigenlijk is tijd onze enige vertragende factor; het kost nu eenmaal een flinke periode om iets nieuws te bouwen dat goed werkt. Bij Kooijman is tientallen jaren kennis en ervaring in de branche gebundeld. Veel van mijn collega’s waaronder ikzelf werkten voorheen bij andere bouwsoftwaremakers, die ook grotere klanten hadden. Verder blijven we alle services leveren, terwijl onze concurrenten niet langer de apparatuur, de installatie en het onderhoud doen. Kooijman is van mening dat de beheersing van de totale kosten voor het gebruiken van ict-middelen van wezenlijk belang zijn in een sector waar de winstmarges zo laag zijn.”

pieter@vanscherpenberg.net

Reageer op dit artikel