nieuws

De toekomst van de UAV 1989

bouwbreed

Afgelopen vrijdag vond in Amersfoort een congres plaats dat de titel had: Veranderende rollen in het privaatrechtelijk bouwrecht. De nieuwe contractsvormen, bouwteam, managementcontracten, geïntegreerde contracten, build operate finance (BOT) en allianties kwamen deze dag aan de orde naar aanleiding van de verschijning van een studie van het Instituut voor Bouwrecht over deze nieuwe modellen.

Duidelijk is dat deze contractvormen allemaal hun nut hebben. Maar wat betekent het verschijnen van deze nieuwe modellen, waarvan voor sommige bovendien al standaarden bestaan, nu voor het vertrouwde model van de UAV 1989?

Men krijgt wel eens het gevoel dat dit model achterhaald is: ‘Wat wil je nu nog met de UAV 1989, we hebben toch de UAV-GC 2000?’ Zo hoort men wel eens.

Wat hiervan te denken? Het antwoord is niet moeilijk. De nieuwe contractvormen voorzien in specifieke wensen betreffende de wijze van samenwerking. Zo biedt de UAV-GC 2000 een hele mooie mogelijkheid om op een evenwichtige wijze gebruik te maken van de ontwerpkennis die een uitvoerende partij in huis heeft. Ook kan de opdrachtgever zijn toezichthoudende rol beperken en dat betekent dat dit model de opdrachtgevende partij de gelegenheid biedt om zich meer op zijn core business te richten.

Als we naar het alliantiemodel kijken, om mij tot deze twee modellen te beperken, dan wordt een model geboden dat de opdrachtgever juist de kans biedt om zich meer met het bouwproces te bemoeien dan hij traditioneel doet. Dit model, volgens welke beide partijen een zeer nauwe samenwerking aangaan die gekenmerkt wordt door onderlinge gelijkwaardigheid, vraagt meer bemoeienis van de opdrachtgever. Tegenover deze grotere bemoeienis staat dat de opdrachtgever deze terugverdient, omdat het model met zijn prikkels – concreet: een bonusregeling en een andere risicoverdeling – en nadruk op de goede samenwerking de opdrachtnemende partij tot een betere prestatie brengt.

Specifiek

De UAV 1989 zijn ook geschreven voor een specifieke situatie: die waarbij opdrachtgever een ontwerper (architect en/of raadgevend ingenieur) zoekt en met het door deze gemaakte ontwerp een uitvoerende partij (aannemer) zoekt die het ontwerp uitvoert. De activiteiten van de laatste worden ‘gemonitored’ door een van deze onafhankelijke directie. Op deze manier weet de opdrachtgever zich verzekerd van wat hij krijgt en hoe het krijgt; zijn invloed is maximaal.

Voor de gevallen waarin de opdrachtgever zelf graag bemoeienis met het bouwen wil houden, is de UAV 1989 de aangewezen vorm. Het ligt immers niet in de rede te veronderstellen, dat dit type opdrachtgever verdwijnt, omdat er nieuwe modellen zijn. Naar alle waarschijnlijkheid zullen de meeste opdrachten in de vorm van het UAV model plaats blijven vinden en zal in een minderheid van de gevallen van de alternatieven gebruik gemaakt worden, al zijn deze laatste wel vaak gezien hun omvang spraakmakend.

Eigen plaats

Ervan uitgaande dat het UAV-model zijn eigen plaats blijft innemen, dringen twee vragen zich op. Kan de UAV 1989 niet ondergebracht worden in de UAV-GC 2000, welk model immers verschillende varianten kent? Het antwoord is ontkennend. De UAV-GC 2000 kent inderdaad variaties, maar dit zijn variaties op een zelfde thema, waaraan ten grondslag ligt integratie van ontwerp en uitvoering en een zich terugtrekkende opdrachtgever. Het UAV model gaat daarentegen uit van een scheiding van deze functies en een opdrachtgever, die zich niet terugtrekt. Deze twee modellen verschillen ten principale en de voorzieningen die daartoe nodig zijn, dienen niet in een standaard verwoord te worden, dat komt de duidelijkheid en bruikbaarheid niet ten goede, maar zal leiden tot verwarring.

Herzien

De tweede vraag luidt: is het niet tijd de UAV 1989 te herzien, tenslotte bestaat hij in deze vorm al sinds 1989? Het antwoord daarop is bevestigend. Niet alleen van de nieuwe contractmodellen is veel te leren, denk aan de betere verstandhouding die vorm is gegeven in de allianties, waarvan de bonusregeling een voorbeeld is, maar denk ook aan de alternatieve vormen van geschillenbeslechting, en aan de in de UAV-GC 2000 ‘gecodificeerde’ kwaliteitszorg, waar in de praktijk ook in het UAV-model al veel mee gewerkt wordt. Daarnaast is het tijd om de UAV 1989 eens na te lopen op jurisprudentie en literatuur en te kijken waar de verbeteringen aan de orde zijn. Kortom, het lijkt mij tijd om eens na te denken over een herziening van de UAV 1989.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels