nieuws

Bouwfraude en het beschadigde imago

bouwbreed Premium

Brinkman (AVBB) sprak van een beschadiging van het imago van de bouwnijverheid. Hij kan zich niet voorstellen dat in de bouw op grote schaal wordt gefraudeerd, stelt Hugo Priemus vast. Accountants controleren toch elk jaar de boeken van de bouwers? Er worden toch geen absurd hoge winstmarges geboekt? ‘Bouwfraude van miljard spookverhaal’ kopte deze krant op 14 november.

De punten die voorzitter Brinkman opwerpt, zijn stuk voor stuk relevant. Maar dat neemt niet weg dat Ad Bos, ex-technisch directeur van Koop Tjuchem, tijdens het tv-programma Zembla van 9 november 2001 een schriftje heeft laten zien dat de indruk wekt dat op grote schaal vooroverleg tussen bouwbedrijven plaatsvindt en dat de traditie van de rekenvergoeding nog welig tiert.

Vaak zou het om opslagen gaan van een omvang (30 tot 40 procent van de inschrijvingsprijs) die het niveau van een rekenvergoeding ver te boven gaat. Het schriftje op zich bewijst niets, maar de twijfel is gezaaid, onder meer doordat in de bouwsector niet iemand opstaat die gezag heeft, het veld kent en met zijn/haar hand op het hart kan verklaren dat er niets aan de hand is.

En we kunnen niet negeren dat een aantal maanden geleden in Amsterdam een aanbestedingsprocedure is stilgelegd, omdat alle inschrijvingen zo’n 30 procent boven de gemeentelijke begrotingen zaten. De geur van kartelvorming steeg op. Evenmin kunnen we ontkennen dat er met de Schipholtunnel iets was dat het daglicht niet kon verdragen en met een omstreden schikking is afgedaan, tot ergernis van de Tweede Kamer.

Het minste dat kan worden geconstateerd is dat er twijfel is gezaaid over de integriteit van delen van de bouwsector en van het ambtelijk apparaat. Dat is op de eerste plaats schadelijk voor de bouwnijverheid.

De bouw heeft er als geen andere sector belang bij dat deze kwesties tot de bodem worden uitgezocht: geen schikkingen maar onderzoekingen. Waar er twijfel bestaat aan de rechtmatigheid van het handelen van bouwbedrijven, zal het Openbaar Ministerie dat moeten vaststellen en eventuele schuldigen moeten straffen.

Er is echter ook een forse publieke dimensie aan de kwestie verbonden, zoals de Tweede Kamer terdege beseft. Het gaat om de effectiviteit van de mededingingswetgeving die sinds 1998 ook voor de bouw geldt (Jorritsma en NMA), om de juiste besteding van het geld van de belastingbetaler (Netelenbos, Remkes) en de slagvaardigheid van het handelen van het OM (Korthals).

Het handelen van de Tweede Kamer sinds de onthullingen van Ad Bos op 9 november in deze kwestie is tot nu toe adequaat geweest. Er is wel eens politiek tumult om minder geweest. Een relevante dimensie is dat Paars II aan de vooravond staat van de prioriteitstelling inzake ruimtelijke investeringen ter versterking van de economische structuur van Nederland.

De investerende departementen en de vier landsdelen hebben (gecorrigeerd voor doublures) voor 170 miljard gulden aan claims bij het kabinet ingediend. In maart 2002 wordt de Impulsbrief van het kabinet verwacht met de voorlopige prioriteiten van ruimtelijke investeringen voor de periode tot 2015.

Over deze plannen zullen de planbureaus advies uitbrengen op basis van ex-acte evaluaties, waarin zij onder meer de legitimiteit, de effectiviteit en de efficiency per investeringsproject beoordelen. Zulke investeringsprioriteiten kan het kabinet niet met droge ogen vaststellen als er bij de efficiency van publieke investeringen in de b&u- en gww-sectoren zulke grote vraagtekens kunnen worden geplaatst als recentelijk is gebeurd.

Er is, hoe we het ook wenden of keren, alle aanleiding voor nader onderzoek, zowel strafrechtelijk als parlementair. Op de uitkomsten daarvan moeten we nu niet vooruitlopen, noch in positieve zin (“er is niks aan de hand”), noch in negatieve zin (“de bouw maakt er een potje van”).

Wie zijn haren laat knippen, moet stilzitten. Het is te hopen dat de kapper goed en snel werk levert.

‘Bouw heeft meer belang bij onderzoeken dan bij schikkingen’

Reageer op dit artikel