nieuws

Bodemverbonden ruimte vraagt planning

bouwbreed Premium

Levende Stad is een exploratief programma over netwerkverstedelijking dat op een eigentijdse wijze vorm wil geven aan de kaderstellende functie van de overheid. De overheid bepaalt de speelruimte, maar het spel wordt gespeeld in de stedelijke netwerken. De drie kernactiviteiten van Levende Stad zijn inspireren, onderzoeken, ondersteunen.

Het resultaat van het eerste project onder de noemer ‘Levende Stad inspireert’ is een cassette: ‘Tien essays over netwerkverstedelijking’, die binnenkort zal worden gepubliceerd. De volledige tekst van de essays is beschikbaar via www.levendestad.nl.

Deze eerste bijdrage is een samenvatting van het essay van Peter Dauvellier van Dauvellier Planadvies.

De ondergrond lijkt zijn eens zo sturende rol voor de verstedelijking te zijn verloren. In ruimtelijke plannen is de bodem eerder een vreemd en lastig element dan een inspiratiebron. Vervuiling, verdroging en verzakking van de bodem drukken technisch en financieel op de planvorming. Gaat dit proces van ontworteling verder? Of kan er juist in stedelijke netwerken een nieuwe relatie met de onderlaag ontstaan?

De diversiteit van het Nederlandse landschap is gebaseerd op het zeer inventief omgaan met draag- en productiefuncties van de bodem. In 1300 lagen alle nederzettingen, kloosters en kastelen op een draagkrachtige bodem, aan de rand van water en in de buurt van productieve agrarische gronden. Soms werd daarbij het bodempatroon op de voet gevolgd (terpenlandschap).

Later werden een geheel nieuwe structuren ontwikkeld zoals in de veenontginningen. In beide situaties werden duurzame landschappen gevormd, waarin de verschillen in bodemgesteldheid steeds een belangrijke rol bleef spelen. Maar in de moderne stedenbouw en de moderne landbouw hadden deze patronen hun betekenis te hebben verloren.

Verschillen in draagkracht, reliëf en productiecapaciteit worden stelselmatig geëgaliseerd. Door recente problemen met bodemdaling en wateroverlast komt de draagfunctie van de bodem echter opnieuw op de agenda van de ruimtelijke ordening te staan. Ook de landbouw zoekt nieuwe wegen. Zorg voor het landschap en voor duurzaamheid vraagt opnieuw om aandacht voor de eigenschappen van de ondergrond.

Informatiefunctie

De informatiefunctie is eigenlijk pas sinds kort ‘ontdekt’ als een belangrijke kwaliteit van de bodem. Het aanbod van ecologische en cultuurhistorische informatie die in bodem en landschapstructuren ligt opgeslagen is de afgelopen eeuw sterk gedaald. Daar tegenover staat een toenemende vraag naar een interessante leefomgeving. De informatiefunctie van de bodem is een potentiële groeimarkt.

Over de regulatiefunctie van de bodem weten we eigenlijk nog niet veel. Steeds meer ontstaat het inzicht dat de bodem een zeer complex systeem is dat niet in eenvoudige modellen is te vatten. Onverwachte effecten van ondergronds bouwen op grondwaterstromen wijzen hierop. Ook op verontreinigingen reageert de bodem soms geheel anders dan verwacht. Sommigen noemen de bodem zelfs ‘intelligent’. Zeker is dat we de regulatiefunctie van de bodem met meer respect moeten behandelen.

Bodemplanning

De ruimtelijke ordening focust zich steeds meer op grondbeleid. Dit is de regeltaak van de ruimtelijke ordening. Verdeling van ruimte staat daarin centraal, met het contourenbeleid als ultieme resultaat. Daarnaast zou een sterk bodembeleid moeten worden geformuleerd. Het gaat dan om de tweede kerntaak van de ruimtelijke ordening: het ontwikkelen van diversiteit. De bodem moet weer worden gezien als de basis voor rijk geschakeerde stedelijke en groene netwerken.

Om beter te kunnen inspelen op de mogelijkheden en beperkingen van de genoemde bodemfuncties zullen we in de eerste plaats goede ruimtelijke analyses van de bodemkwaliteiten moeten maken. De kernvraag die door stedebouwkundigen en planologen moet worden beantwoord is een positieve: “Hoe kan de bodem mijn plan verbeteren”.

Een belangrijke stap in die richting is gezet door de zogenaamde ‘ecotypen-benadering’, ontwikkeld door de gemeente Breda. Vanuit een eenvoudige set van ecologische indicatoren (vochtigheid en voedselrijkdom) wordt een scala van ontwikkelingspotenties en randvoorwaarden voor gebruik, inrichting en beheer van de ruimte afgeleid.

Verder is een nieuwe bodemstrategie nodig om de verschuivingen in het belang van bodemfuncties ook op een langere termijn te sturen. We zien in de Vijfde Nota daar wel een eerste aanzet toe, maar de ‘lagenbenadering’ is nog onvoldoende uitgewerkt in beleid voor de langere termijn.

Zowel de draagfunctie als de informatiefunctie van de bodem vragen om een visie op bovenregionaal niveau. De ontwikkeling van stedelijke netwerken zal een impuls geven aan verdere schaalvergroting in stedelijke structuren. Die zou echter gepaard moeten gaan met het krachtig stimuleren van de identiteit van plekken zoals knooppunten en (open) ruimten binnen het raamwerk.

Bij de uitwerking van een dergelijke strategie zullen milieuplanners, ontwerpers en cultuurspecialisten (historisch en modern) nauw en op voet van gelijkwaardigheid met elkaar moeten samenwerken. Goed omgaan met de bodem noopt tot een werkwijze die rekening houdt met lange termijn, zonder dit tot keurslijf te maken voor de dynamiek van ruimtelijke plannen.

Reageer op dit artikel